Een stevige dip in het ouderschap: derde van Vlaamse ouders heeft geregeld een "parentale burnout"

 Zowat 30 procent van de Vlaamse ouders ervaart soms gevoelens van 'parentale burn-out'. Ze voelen zich minstens maandelijks uitgeput als ouder, zijn het ouderschap beu of nemen soms emotioneel afstand van hun kinderen. Zowat 9 procent behoort tot een risicogroep die aangeeft dagelijks tot wekelijks niet goed in hun vel te zitten als ouder. Dat blijkt uit een onderzoek aan de Universiteit Gent. Het is de eerste keer dat onderzoekers de gevoelens van parentale burn-out in Vlaanderen statistisch meten.

Onder leiding van psycholoog Isabelle Roskam (UC Louvain) worden in 42 landen over de hele wereld ouders bevraagd over gevoelens van voldoening en uitputting. Uit statistische analyse van 550 respondenten blijkt dat in Vlaanderen 30 procent af en toe moeite heeft met het ouderschap. Vijf procent van de ondervraagden heeft wekelijks gevoelens van ouderlijke burn-out, 4 procent ervaart de symptomen zelfs dagelijks. "Een groep om in de gaten te houden," zegt onderzoeker Charlotte Schrooyen. "Maar het goede nieuws is dat 70 procent van de ouders deze gevoelens nooit heeft."

Toch is het sentiment bij de risicogroep van ouders die dagelijks symptomen ervaart verontrustend. Bij 90 procent van de moeders en vaders in de risicogroep is sprake van overweldigende uitputting in hun rol als ouder. Ze beamen zich "op" te voelen als ouder, zorgen op automatische piloot voor hun kinderen en "kunnen niet nog meer aan". Ongeveer 50 procent herleidt het ouderschap tot het nodige en routine, "maar niets meer". Zowat 30 procent van de ouders met een parentale burn-out geeft aan hun kind niet langer te kunnen tonen hoe graag ze het zien.

 Uit het onderzoek blijkt dat parentale burn-out vooral bij vrouwen voorkomt. 6 procent van de ondervraagde moeders behoort tot de risicogroep, tegenover amper 1 procent van de vaders. "Dat kan 2 dingen betekenen", zegt professor ontwikkelingspsychologie Bart Soenens. "Dat vaders objectief minder betrokken zijn en dus minder risico lopen, of dat vaders de opvoeding minder centraal stellen in hun zelfwaarde." Hoe meer kinderen in het gezin, hoe hoe meer gevoelens van burn-out de ouders rapporteren.

De onderzoekers zien dan weer geen leeftijd waarbij parentale burn-out vaker voorkomt. "Verrassend", vindt Soenens. "Je zou dat nochtans verwachten in gevoelige fasen, zoals de rebelse peuterleeftijd of de adolescentie, wanneer de autoriteit in twijfel wordt getrokken." Ook veroorzaken zonen niet vaker symptomen van parentale burn-out dan dochters, blijkt uit het onderzoek.

 Maar de psychologische vastberadenheid van de ouders lijkt dan weer wel doorslaggevend. Ouders met een duidelijke visie op hun opvoeding, een ouderlijke identiteit, zijn een stuk minder vatbaar. "Een sterke ouderlijke identiteit is als een goed functionerend kompas op een schip", zegt Soenens. "Het maakt een kapitein bestand tegen zorgen, moeilijkheden en kleine stormen. Ook na een slechte dag herken je dan de goede richting." Parentale burn-out komt een stuk vaker voor bij piekerende ouders. Die blijven twijfelen over hun rol als ouder of blijven zoeken naar welke richting ze uit willen als ouder.

 "Het is belangrijk om stil te staan bij het ouderschap en erover te praten met de partner en vrienden", besluiten de onderzoekers. "Maak je doel als ouder expliciet en vraag je regelmatig af welke waarden je wil meegeven."