pbombaert@skynet.be

Een tik op de vingers van de maatschappij: kijk naar mensen, niet naar wat hen anders maakt

Incidenten met harde taal, rake slagen én meewarige blikken naar wie een tikje anders is: zo zouden we de laatste week van de zomervakantie kunnen samenvatten. Een zwarte jongeman werd de dupe van een ‘geïntoxiceerde’ racistische aanval en belandde op de treinsporen in Aarschot. Een producent van sexy mannenlingerie kreeg een sneer van staatssecretaris voor Asiel & Migratie Theo Francken. En passant liet dokter Winne Haenen, federaal gezondheidsinspecteur en transgender, met een messcherpe opinie weten dat het gestaar naar haar vrouw-zijn, eigenlijk meer misplaatst dan relevant is.

labels
Benedikte Van Eeghem
Benedikte Van Eeghem is communicatiemedewerker bij OCMW Brugge, copywriter, tekstredacteur en blogger. Ze schrijft over de actualiteit, opvoeding, sociale thema's en de dingen die haar 'positief' wakker houden.

Hoe we naar mensen kijken en hoe dat ons handelen bepaalt: dat is in wezen de rode draad doorheen elk van deze nieuwsitems. De clash tussen de een en de ander. Les extrèmes qui se touchent. Uit die clash tussen anderen en extremen vloeit een dynamiek voort die nu en dan pijnlijk bevestigt dat de ‘anderen’, de ‘enen’ al eens een ongemakkelijk gevoel geven. Om dat ongemakkelijke gevoel te compenseren, kiezen enkelingen uit de laatste groep voor harde retoriek, fronsende blikken of ongebreidelde agressie.

Voor zover je het gefrons nog ‘begrijpelijk’ zou kunnen noemen, is de weldenkende meerderheid het er gelukkig over eens dat fysiek geweld de grens ver voorbij is. Daar is begrip misplaatst, bevestigde ook burgemeester Peeters van Aarschot. Hij onderstreepte na het incident op de spoorweg zelfs dat onverantwoord taalgebruik van extremistische of populistische politici, agressief gedrag mee in de hand werkt. Daar moeten we kritisch durven naar kijken, zei de burgervader. Anders gezegd: collega’s te lande, stel uzelf in vraag en denk na over wat u in het openbaar verkondigt. Die uitlatingen zijn niet gratuit. 

De wake-up call van burgemeester Peeters kwam ook vrij snel na de beruchte (verwijderde) Facebookpost van Francken, die vorig weekend de vloer aanveegde met een promotie voor mannenlingerie. “Draait de wereld gewoon door?”, vroeg de staatssecretaris zich in die context af op de sociale media. Hij drukte onverbloemd zijn afkeer uit voor mannen die zich schminken, epileren of ‘zwanger worden’.

Voor zover je dat laatste nog als grap zou kunnen interpreteren, liet het begin van het statement alvast weinig aan de verbeelding over: de staatssecretaris moet mannen die zo’n vrouwelijk kantje etaleren, die ietwat ‘andere’ mannen, gewoon niet. Dat Francken het bericht à la limite nog opleukte met “voel jullie vooral niet beledigd of aangevallen”, maakte duidelijk dat hij geen vredesboodschap de wereld had ingestuurd. In zo’n boodschap hoef je de gedachte immers niet te versterken met een emoticon van een gespierde bovenarm. Daarin krabbel je niet terug en zeg je halverwege niet: ik bedoel het eigenlijk een beetje anders.

Onverdraagzaamheid jegens wie anders is of niet-doorsnee gedijt in onze maatschappij.

Staren stoort

Het incident in Aarschot en de post van Francken hebben in wezen één grootste gemene deler: onverdraagzaamheid jegens wie anders is of niet-doorsnee – wat is doorsnee? – gedijt in onze maatschappij. En zo landen we naadloos bij de opinie die federaal gezondheidsinspecteur Winne Haenen eergisteren op de wereld losliet. Ze gaf in een verhelderend discours mee hoe misplaatst het gedrag van velen is, sinds ze meer dan twee jaar geleden een transitie onderging. Die transitie is nog steeds het ticket naar hoongelach, gepor, wijzende vingers of geroddel.

Ze blijft anno 2018, tegen wil en dank, een rariteit. “Ik moet als vrouw leven met mijn initiële mannelijke trekken”, verklaarde Haenen. “Het gevolg daarvan is dat velen naar mij kijken en sommigen naar mij staren. Het is het tweede dat storend is. De enkele keer dat het gebeurt, draag ik het die dag mee. Ik voel me geen volwaardig mens meer.”

Mensen willen er in de maatschappij allemaal bij horen en ongestoord kunnen zijn wie ze zijn. 

Met dat laatste zinnetje trekt dokter Haenen bewust de kaart van mensen. In alle eenvoud en geeft ze de maatschappij een tik op de vingers: haar opinie is een oproep om collectief over geaardheid, huidskleur of eventuele voorkeur voor deze-of-gene-lingerie heen te kijken. Niet wat we zijn of wat we dragen doet ertoe, onderstreept Haenen, maar wie we zijn: mensen. Die mensen willen er in de maatschappij allemaal bij horen en ongestoord kunnen zijn wie ze zijn. Kritische uitlatingen en veroordelende blikken – of die nu uit onwetendheid, ongemak of misantropie voortvloeien – hoeft niemand: Haenen, noch de zwarte jongen in Aarschot, noch de man die zich straks in dat stukje pikante mannenlingerie hult. 

Brave new world

Dat we die verschillen dus moeten leren omhelzen: Aldous Huxley verwoordde het in Brave New World (1932) treffend. “Extremes meet, for the good reason that they were made to meet”, zo schreef hij. Extremen en verschillen bestaan net omdat ze elkaar moeten kruisen. Daar leren we uit. Het verbreedt onze horizon. 

Als we met z’n allen pessimisten pur sang waren, dachten we uiteraard dat het nooit goedkomt met de aanvaarding van die andere. Maar pessimisme is eenzijdig en helpt de zaak niet vooruit. Een realistische kijk op de maatschappij wel. Weten dat een hoop mensen de gein en schoonheid van een mannenbeha kunnen inzien. Dat transgenders op heel wat plekken gewoon aanvaard zijn. Dat u dit stuk heeft gelezen en misschien heeft gedacht: een kritisch betoog, van een kritische mens. Niet: een betoog van een vrouw met een fysieke handicap. 

Die handicap heb ik, ja. Mijn linkerarm en -been zijn gedeeltelijk verlamd sinds de geboorte, wat doodgewone dingen in het dagelijkse leven soms knap lastig maakt. Kijkt u anders tegen de inhoud van deze tekst aan, nu u dat weet?

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.