George Lemaître (rechts) en Albert Einstein in Californië in 1933.

Krijgt de Belgische astronoom George Lemaître "eerherstel" en wordt de wet van Hubble de wet van Hubble-Lemaître?

De Belgische astronoom Georges Lemaître was de eerste die voorstelde dat het universum uitdijt, iets wat later bevestigd werd door de Amerikaanse astronoom Edwin Hubble. Lemaître was ook de eerste die de wet van Hubble over die uitdijing afleidde, en hij maakte de eerste schatting van de hubbleconstante. De International Astronomical Union houdt nu een stemming onder haar leden over de vraag of de naam van de wet van Hubble veranderd moet worden in de wet van Hubble-Lemaître. 

De Belgische katholieke priester, professor fysica en astronoom Georges Henri Lemaître heeft een enorme invloed gehad op de manier waarop we het universum waarin we leven bekijken. Twee van de meest verbazingwekkende ontdekkingen van de 20e eeuw zijn immers aan hem te danken: de Big Bang en het uitdijend heelal.

Lemaître is vooral bekend als de vader van de Big Bang theorie, die hij zelf de "hypothese van het oeratoom"(primeval atom) noemde of het "Kosmische Ei", de benaming Big Bang is afkomstig van de Britse astronoom Fred Hoyle. 

Maar Lemaître was ook de eerste die voorstelde, op theoretische gronden, dat het universum in alle richtingen uitdijt. In 1927, twee jaar voor Hubble,  publiceerde hij daarover een artikel in het Frans in de Annales de la Société Scientifique de Bruxelles. In het artikel leidde hij het nieuwe idee dat het heelal uitdijt, af uit de Algemene Relativiteitstheorie van Einstein, iets wat later bekend zou worden als de "wet van Hubble". Hij berekende ook, aan de hand van astronomische data, de eerste schatting van wat later de hubbleconstante zal genoemd worden, de snelheid waarmee het heelal uitdijt. 

In 1928 publiceerde de Amerikaanse fysicus Howard Robertson op zijn beurt een artikel over de uitdijing van het heelal, in Philosophical Magazine and Journal of Science, waarin hij ook een schatting maakte van de hubbleconstante op basis van dezelfde gegevens die Lemaître een jaar eerder had gebruikt.

In 1929 was het dan de beurt aan Edwin Hubble: hij publiceerde zijn bevindingen in het prestigieuze tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences, het officiële orgaan van de National Academy of Sciences van de VS, en een van de meest geciteerde wetenschappelijke tijdschriften ter wereld. Ook Hubble maakte een schatting van de snelheid waarmee het heelal uitdijt, opnieuw op basis van dezelfde astronomische metingen die Lemaître en Robertson eerder al gebruikt hadden.

Hubble was dus twee jaar later dan Lemaître met het publiceren van zijn werk, en toch spreken we over de wet van Hubble en de hubbleconstante, en niet over de wet van Lemaître en de lemaîtreconstante. Dat heeft zo zijn redenen.

Een illustratie van het uitdijende universum sinds de Big Bang. Hoe vlakker de kromme is, hoe sneller de uitdijing. Opvallend is dat de kromme zo'n 7,5 miljard jaar geleden merkbaar verandert, omdat toen de objecten in het universum sneller van elkaar weg begonnen te vliegen. Astronomen schrijven dat toe aan een mysterieuze, donkere kracht die de sterrenstelsels uit elkaar drijft. Illustratie: NASA/STSci/Ann Feild

Vertaling

Een belangrijke reden is het feit dat Lemaître zijn artikel in het Frans had geschreven, en gepubliceerd had in een tijdschrift dat buiten België nauwelijks gelezen werd. De ontdekking van Lemaître is in 1927 dan ook niet doorgedrongen tot de astronomische gemeenschap

Om daar iets aan te doen stelde de Britse astronoom en wiskundige Arthur Eddington, die Lemaîtres promotor was aan de universiteit van Cambridge, in 1931 voor dat Lemaître een vertaling van zijn artikel zou publiceren in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, waar het zeker niet onopgemerkt zou blijven. Dat goed bedoelde idee zou de situatie echter nog ondoorzichtiger maken. 

Ondertussen hadden Hubble en zijn collega Milton Humason immers een nieuwe studie over de uitdijing van het heelal gepubliceerd in het Astrophysical Journal. Die studie was gebaseerd op veel meer metingen die een groter gebied bestreken, dan de vorige studies van Lemaître, Robertson en Hubble,  en de nieuwe metingen maakten dat de oudere metingen niet langer relevant waren. 

Lemaître, die bezig was met de vertaling van zijn artikel, schrapte dan ook de paragrafen waarin hij de snelheid van de uitdijing van het universum berekend had op basis van die oude metingen. 

Het gevolg daarvan was dat het leek alsof Hubble de eerste was die het uitdijende universum ontdekt had en de hubbleconstante berekend had, voor wie alleen het artikel van Lemaître uit 1931 kende en niet op de hoogte was van het bestaan van de eerdere artikels van Lemaître en Robertson. 

Bovendien lijkt het erop dat Lemaître niet wakker lag van de gang van zaken, en geen moeite deed om duidelijk te laten vaststellen dat hij de ontdekker was van de uitdijing. En dus spreken we nu over de wet van Hubble en de hubbleconstante... 

Standbeeld van George Lemaître op de Place des Sciences in Louvain-la-Neuve. (Foto: Emdee/Wikimedia Commons/CC BY-SA 4.0)

Wet van Hubble-Lemaître?

Maar daar wil het dagelijks bestuur van de International Astronomical Union (IAU) nu dus verandering in brengen. Op de 30e algemene vergadering van de IAU in Wenen heeft het bestuur een resolutie ingediend om de naam van de wet van Hubble te veranderen in de wet van Hubble-Lemaître, zo meldt "DiscoverMagazine". 

Het bestuur wil daarmee Lemaître eren en hem de erkenning geven die hij verdient voor zijn sleutelrol in de ontdekking van de uitdijing van het heelal.

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de algemene vergadering in Wenen zou beslissen over de resolutie, maar er is nu voor gekozen om alle leden van de IAU de kans te geven om te stemmen. De stemming in Wenen is dan ook gedegradeerd tot een peiling - een meerderheid was overigens voor de resolutie - en de leden zullen op een later tijdstip elektronisch over de resolutie kunnen stemmen. 

De IAU heeft de elektronische stemming voor alle leden ingevoerd nadat in 2006 de algemene vergadering een resolutie had goedgekeurd die vastlegde wat een planeet was. Als gevolg daarvan werd Pluto gedegradeerd tot een dwergplaneet, en dat lokte heel wat heisa uit. Om dat soort discussies te vermijden en zich beter in te dekken, heeft de IAU daarna besloten om alle leden de mogelijkheid te geven van te stemmen over mogelijk controversiële beslissingen. 

De IAU heeft meer dan 12.000 leden, professionele astronomen uit 101 landen, die Individual Members genoemd worden, en daarnaast ook nog 79 zogenoemde National Members. Dat zijn wetenschappelijke academies of nationale astronomische verenigingen. 

Een van de activiteiten van de IAU is het opstellen van definities voor hemellichamen, en het standaardiseren van hun namen. De beslissingen van de IAU kunnen niet afgedwongen worden, maar ze worden wel verondersteld de consensus onder de professionele astronomen overal ter wereld te weerspiegelen.

Die worden dan ook verondersteld zich te houden aan de richtlijnen van de IAU, wat ook meestal het geval is. Dat betekent dat als de leden de resolutie goedkeuren, het te verwachten valt dat de nieuwe naam na verloop van tijd meer en meer gebruikt zal worden, en uiteindelijk mogelijk de norm zal worden. En dat Georges Lemaître dan ook in het dagelijks gebruik de erkenning zal krijgen die hij verdient. 

De beslissing van de IAU zal in de wetenschappelijke wereld wel met argusogen gevolgd worden. Er zijn immers nog heel wat wetten en andere zaken, niet alleen in de astroomie maar ook in veel andere wetenschappelijke disciplines, die niet de naam dragen van de persoon die ze ontdekt heeft, en sommige mensen vrezen dan ook voor een vloedgolf aan naamsveranderingen die voor verwarring kunnen zorgen en veel tijd en inspanningen zullen vragen. Anderen kijken daar dan weer net naar uit, en zien er een kans is om onrechtvaardigheden uit het verleden weg te werken.