Na de incidenten: worden we met zijn allen racistischer, of net niet?

Stijgt het racisme in Vlaanderen, of net niet? Na alle incidenten van de voorbije maanden lijkt het wel zo. En toch. Wetenschappelijk onderzoek toont eerder aan – misschien tegen de intuïtie in - dat de verdraagzaamheid in Vlaanderen voor minderheden de voorbije jaren groter werd. Niet het racisme neemt toe, wel de polarisering.

Het mag vreemd lijken dat er geen eenduidige cijfers zijn over racisme. Maar nu ook weer niet zó vreemd. Racisme is een monster met vele gezichten, en heel moeilijk in cijfers te vatten. Sommigen – de Gentse psycholoog Alain Van Hiel bijvoorbeeld – beweren zelfs dat iedereen racistisch is. Of dat kan worden. In àlle bevolkingsgroepen, en àlle landen.

Daar schiet je dus niets mee op, als je de omvang van het probleem in Vlaanderen in kaart wil brengen.

Toch bestaan er wel degelijk cijfers die een indicatie geven van de manier waarop bevolkingsgroepen naar elkaar kijken, en de evolutie daarvan door de jaren heen. Zo houdt de Leuvense socioloog Jaak Billiet met het Institute for Social and Political Opinion Research (IPSO) sinds 1991 bij hoe de perceptie van etnische minderheden evolueert. De resultaten zijn opmerkelijk en, voor een stuk, contra-intuïtief.

Want we leven in een periode – zo lijkt het - van toenemende ranzigheid op social media en racistische hufterigheid op festivals of treinperrons. Maar zie, de cijfers van Billiet plaatsen opvallende nuances. Blijkt dat de Vlaming tussen 1991 en 2016 toleranter geworden is ten opzichte van etnische minderheden. En niet mìnder tolerant.

(Lees verder onder de grafiek)

“In het algemeen is er een daling tot 2016”, zegt Billiet. “De houding tegenover migranten wordt minder ongunstig, ondanks de aanslagen en ondanks de asielcrisis.” 

Die voorlopige resultaten gaan in tegen wat je, op basis van de gebeurtenissen van de voorbije jaren, kunt verwachten. 2015 was hét jaar van de asielcrisis, met 44.760 asielaanvragen, tegenover 19.688 vorig jaar. Toch zakt het wantrouwen. En ondanks de economische crisis in de jaren na 2008, raakt ook het wantrouwen op economisch vlak stilaan uitgevlakt. Zelfs de aanslagen van 22 maart 2016 hadden geen structurele impact. (Voor de duidelijkheid: de bevraging werd erna afgenomen).

De aloude clichés dat migranten Vlaamse jobs inpikken en vanuit een hangmat de ziekenkas uitvreten, worden langzaam maar zeker een zaak uit het verleden. Niet zo verwonderlijk, zegt socioloog Marc Swyngedouw, die in Leuven samenwerkt met Billiet (en straks ook op de lijst van de Antwerpse SP.A staat). “In een multiculturelere samenleving worden etnische groepen beter aanvaard door de bevolking. Dat zie je ook in het buitenland.”

Volgens Billiet heeft de vluchtelingencrisis ook een rol gespeeld. “Ik vermoed dat de beelden van boten met gestrande asielzoekers waarden als mededogen en solidariteit hebben losgemaakt.”

Racistische incidenten

Wat er ook van zij, er zijn nog andere cijfers die de emotionele discussies over racisme in perspectief plaatsen. Er is bijvoorbeeld geen zichtbare toename van het aantal racistische incidenten. Zeker niet in de statistieken van de federale politie.

Die noteerde vorig jaar 917 voorvallen, één van de  laagste cijfers in tien jaar (al zit er niet veel verschil op). De cijfers van Unia tonen wel een stijging, maar niet al te spectaculair.

Ook hier geldt weer: met dit soort cijfers moet je hoogst omzichtig omspringen. Niet elk slachtoffer meldt wat hem of haar overkomt. 

(Lees verder onder de grafieken)

Niet zo relatief

Vóór iemand op het idee komt dat racisme relatief is, de harde realiteit blijft wat ze is. Heel veel factoren wijzen op een objectieve achterstelling van minderheden in de Vlaamse samenleving. De werkloosheidsgraad van migranten, zeker die van buiten de EU, ligt stukken hoger dan van wie in België geboren is. Ze verdienen ook een stuk minder, hun situatie op de woningmarkt is een stuk precairder en ze leven vaker in armoede. 

Met dit soort van objectieve gegevens kan het niemand verrassen dat migranten zich al te vaak slachtoffer van racisme voelen.

De cijfers van Billiet mogen dan al op een matiging in de attitudes wijzen, ze zijn en blijven hoog. Nog altijd vindt dik een derde van de ondervraagde personen dat migranten een bedreiging zijn voor onze normen en waarden, en denkt slechts een goede twintig procent dat de aanwezigheid van verschillende culturen een verrijking is voor onze samenleving, een cijfer dat bovendien zakt.

Er is met andere woorden een verschuiving merkbaar naar een debat over cultuur en identiteit, over normen en waarden. Billiet verwacht dat het zich de komende jaren zal aanscherpen. “Dat debat zal vanuit Oost-Europa, en zelfs Zuid-Europa, nog nadrukkelijker komen aanzetten.”

Subtiele vooroordelen

Het is meer dan een brug te ver om nu plots, halsoverkop te besluiten dat racisme verdwijnt. Volgens de sociale psycholoog Alain Van Hiel van de Gentse universiteit is het vooral veranderd. “Vooroordelen – ik gebruik dat woord liever – veranderen van gedaante. Bordjes als “Chinezen en honden niet welkom” zul je niet meer zien. Het is subtieler geworden. Op grove vooroordelen wordt meteen fel gereageerd.”

Dat maakt het ook moeilijker te vatten. Van Hiel: “Op subtiele vooroordelen leg je niet zo makkelijk de vinger. Het zit allemaal in the eye of the beholder. Wie op een bepaalde manier behandeld wordt, zal misschien denken dat hij racistisch is aangepakt. De andere kant zal dat dan weer tegenspreken. Het is allemaal veel warriger, en net dat zorgt voor een continu debat."

Continu debat

Objectieve criteria die wijzen op een toename van vooroordelen, discriminatie, racisme of hoe je het ook wil noemen, zijn er dus niet. Toch is het publieke debat levendiger dan ooit, en krijgen incidenten, zoals op Pukkelpop, bijzonder veel aandacht. Swyngedouw daarover: “Er is een dubbele reactie, denk ik. Aan de ene kant worden etnische minderheden beter aanvaard, en een kleinere groep reageert daarop met een hardere profilering.”

Opvallend daarbij is dat de gebeurtenissen niet noodzakelijk de vooroordelen bepalen. Uit Leuvens onderzoek blijkt dat er vlak na aanslagen – ook die in Zaventem – wel een piek is wat vooroordelen betreft, maar dat die snel weer wegebben en nauwelijks een structurele impact hebben.

Belangrijker is de framing van de kwestie vanuit politiek en media, het klimaat waarin we leven, dat heel identitair is op dit ogenblik en in een loopgravenoorlog met veel wederzijdse angst uitmondt. Het zou een aanleiding tot (zelf)kritiek kunnen zijn.