ROBIN UTRECHT

Jongens en meisjes hebben als kleuter evenveel wiskundig talent

Jongens en meisjes hebben als kleuter evenveel wiskundig talent. Dat blijkt uit een onderzoek van de KULeuven bij 400 Vlaamse kleuters in 17 scholen. 

Uit Vlaamse peilingen blijkt dat jongens het op het einde van de lagere school systematisch beter doen voor wiskunde dan meisjes. Onderzoekers van de KULeuven gingen na of jongens misschien van nature meer aanleg hebben voor wiskunde. Maar dat blijkt niet het geval. 

In onze studie zagen we geen enkel verschil tussen jongens en meisjes in de kleuterschool wat wiskundige vaardigheden betreft

Professor Bert De Smedt (KULeuven)

Het team van professor Bert De Smedt onderwierp de 400 vier-en vijfjarige kleuters aan verschillende wiskundige testen, gaande van het tellen van voorwerpen,  het benoemen van cijfers, het ordenen van getallen, tot het maken van eenvoudige  rekensommen. 

En de conclusie was heel duidelijk, zegt De Smedt: “Er is eigenlijk geen enkel verschil tussen jongens en meisjes in de kleuterschool wat betreft wiskundige vaardigheden. De gemiddelde scores liggen erg dicht bij elkaar. Dat jongens vaker de eindtermen voor wiskunde halen is dus niet het gevolg van een verschil in aangeboren vaardigheden. “

Weg met het idee dat meisjes minder goed in wiskunde zouden zijn

Wat is dan wel de oorzaak van de verschillen in wiskunderesultaten tussen jongens en meisjes op het einde van de lagere school? Een mogelijke verklaring is dat bepaalde stereotype een rol spelen, zegt de professor.

"Bijvoorbeeld het idee dat meisjes minder interesse zouden hebben in wiskunde . Onbewust kunnen deze veronderstellingen leiden tot lagere verwachtingen ten aanzien van de meisjes, met minder goeie resultaten voor wiskunde als gevolg."

De Smedt pleit er dan ook voor om bewuster om te gaan met deze stereotypen, zowel in het onderwijs als in de opvoeding. "Aangezien jongens en meisjes evenveel aanleg voor wiskunde hebben , moet de interesse voor het vak bij hen in gelijke mate worden aangewakkerd ", stelt de professor.