Video player inladen ...

Maak kennis met Léon Stynen, de architect die Antwerpen mee vorm gaf

2018 is uitgeroepen tot Stynenjaar, hoog tijd om deze modernistische architect uit Antwerpen te (her)ontdekken. Tijdens Open Monumentendag is er een speciale route die zijn projecten in de stad verbindt. Onderaan dit artikel vindt u een handige kaart, deze 7 markante gebouwen mag u tijdens uw tocht zeker niet missen.

Wanneer u op de Antwerpse Ring in de file staat, heeft u alle tijd om links en rechts - ter hoogte van afrit 5 (Berchem Wilrijk) - naar de gebouwen te kijken. Drie ervan zijn van Léon Stynen: deSingel, de BP-building en het huidige hotel Crowne Plaza Antwerpen. En dat is nog maar de voorbode. Voor de architect geboren in Antwerpen in 1899 bleef ‘t Stad een van de favoriete werkplekken. De kaart helemaal onderaan verbindt maar liefst 29 locaties in de stad. Maar ook op de rest van Vlaanderen heeft Stynen zijn stempel gedrukt. De casino’s van Knokke en Oostende? Het huidige Fnac-filiaal in Gent? De Financietoren in Brussel? Allemaal getekend door Léon Stynen. Meer dan vijftig jaar lang was hij actief als architect, stedenbouwkundige en designer en zo bepaalde hij mee onze kijk op architectuur, van de jaren 20 tot eind jaren 70. Ontdek hier 7 van zijn projecten, in en rond Antwerpen.   

1. deSingel

Het testament van Léon Stynen wordt deSingel wel eens genoemd, een samenvatting van zijn oeuvre en dus een goed startpunt voor onze tocht. Net zoals bij zijn andere ontwerpen gaat hij voor een moderne aanpak. Stynen houdt van beton, een voorliefde die hij deelt met zijn tijdgenoot Le Corbusier. “Ik denk beton: de meeste architecten denken steen en gebruiken beton. Het is geen edele materie zoals hout of steen, maar ik werk er graag mee” verklaart Stynen. Beton is dan ook bijzonder goed zichtbaar, zowel buiten als binnen in deSingel, zelfs in de concertzalen.

Ik denk beton: de meeste architecten denken steen en gebruiken beton. Ik werk er graag mee

Léon Stynen, architect

Samen met architect Paul De Meyer begint Stynen vanaf 1958 aan de ontwerpen voor het – toen nog – Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium. De bouw zal uiteindelijk zo'n 30 jaar in beslag nemen. In verschillende fases tekent Stynen eerst een conservatorium met 2 binnentuinen, later ook de Blauwe en de Rode zaal, radiostudio’s voor Radio 2, een bibliotheektoren en een publieksfoyer. In oktober 2010 komt daar nog 12.000 m² bij, die laatste uitbreiding van deSingel is een ontwerp van Stéphane Beel en sluit aan op het oorspronkelijke ontwerp. De opvallende trap aan de ingang, met extra brede treden, blijkt trouwens een bewuste keuze van de architect Léon Stynen: zo betreed je langzamer, en dus met meer aandacht, de "kunsttempel".

(klik op de groene pijlen voor meer foto's)

Alexander Dumarey / VRT

2. BP-building

Schuin tegenover deSingel, aan de andere kant van de Ring, staat er nog een ander gebouw van de hand van Stynen. Met de gigantische betonnen draagstructuur op het dak valt de zogenoemde BP-building meteen op. De opdracht krijgt Stynen begin jaren 60 van de Belgische afdeling van British Petroleum Company (BP). Tegenwoordig huist Delen Private Bank er. Stynen droomde van een "stad in het groen" op deze plek, met 6 torens als een moderne stadspoort, maar van dat plan is weinig gerealiseerd. 

Stynen geniet in 1963 al heel wat faam als architect, maar voor dit ontwerp gaat hij nog een stap verder, hij experimenteert als eerste architect in Europa met een "hangconstructie". Een schacht van 57 meter vormt de ruggengraat van het gebouw, met bovenaan een betonnen draagconstructie met stalen kern. Zoals op de foto goed te zien is, zijn er 9 dwarsbalken van 18 meter lang, bovenop 2 hoofdbalken van 55 meter. De idee voor zo'n hangend gebouw werd al geopperd door 2 Duitse collega's in de jaren 20, maar Stynen durft het als eerste architect in Europa toe te passen. Het kantoorgebouw lijkt daardoor wel te zweven. Nog altijd valt het gebouw op door de elegante structuur. De inkomhal is goed bewaard gebleven, op de 12e verdieping heb je nog altijd een weids uitzicht over Antwerpen.

(klik op de groene pijlen voor meer foto's)

Alexander Dumarey / VRT

3. Crowne Plaza Antwerpen

Het vroegere Esso Motor Hotel (nu Crowne Plaza Antwerpen) vervolledigt het rijtje Stynens langs de Antwerpse Ring. Dat er daar 3 gebouwen van Léon Stynen en Paul De Meyer op een kluitje bij elkaar staan is geen toeval. Stynen droomde eind jaren 50 van een veel grotere stadsuitbreiding op de Wezenberg, maar door de aanleg van de Ring en de spoorweg moet hij die plannen opbergen.

Eind jaren 60 kiest de Zweedse hotelketen Esso Motor Hotel voor een zichtbare plek langs een invalsweg, want naast tankstations wil Esso ook slaapplaatsen aanbieden aan automobilisten. Hoogbouw langs een drukke baan zorgt voor prestige en zichtbaarheid, tegelijk is het ook kostenbesparend. Stynen ontwerpt een strakke toren van 15 verdiepingen met een opvallende, betonnen luifel. Uiteraard is er ruimte voorzien voor een tankstation. 

(klik op de groene pijlen voor meer foto's)

Alexander Dumarey / VRT

4. President Building

De Franklin Rooseveltplaats vlakbij het Centraal Station van Antwerpen is op dit moment een grote werf, daardoor staat de President Building (vernoemd naar de 32e president van de Verenigde Staten, Franklin Delano Roosevelt) er ietwat treurig bij. Met dit hoge kantoorgebouw wint Léon Stynen samen met Paul De Meyer in 1968 een ontwerpwedstrijd voor een nieuw kantoorgebouw voor de Algemene Spaar- en Lijfrentekas in Antwerpen (ASLK). Het oorspronkelijk ontwerp is nog zichtbaar, met de herkenbare voorliefde van Stynen voor strakke betonnen gevels en een uitspringende eerste verdieping, maar toch moeten de architecten tijdens de bouw behoorlijk wat water in de wijn doen. Zo telt het gebouw uiteindelijk 10 verdiepingen, in plaats van de voorziene 7, zonder dat ze het gebouw hoger mogen maken. 

(klik op de groene pijlen voor meer foto's)

Alexander Dumarey / VRT

5. C&A op de Meir

Een C&A in elke winkelstraat lijkt nu de normaalste zaak van de wereld, maar in de jaren 60 begint de kledingketen nog maar net aan het veroveren van de Belgische markt. Léon Stynen en Paul De Meyer krijgen de opdracht om álle winkels van de kledingketen te ontwerpen. Deze winkel op de Meir opent als eerste, in 1963, en is nog altijd in handen van C&A. Het zijn drukke tijden voor het architectenbureau, want op hetzelfde moment wordt ook de BP-building opgeleverd. In sneltempo komen er nog 9 filialen bij in andere Belgische steden. Na Antwerpen volgden onder meer de C&A-winkels in de Demerstraat in Hasselt (1963), in de Nieuwstraat in Brussel (1964) en in de Veldstraat in Gent (1965). Dat laatste gebouw is vandaag omgebouwd tot Fnac-filiaal. 

Voor een nieuw gebouw moet soms ook een oud gebouw wijken, op de plek van de C&A op de Meir stond er daarvoor een monumentaal (cinema)theatergebouw dat in 1962 werd gesloopt. Wie daar niet bij stilstaat ziet vooral een interessant brutalistisch gebouw met opvallend betonnen raster voor de gevel en een "vitrinedoos" op de 2e verdieping. Het helpt om het gebouw van aan de overkant van de straat te bekijken - tenzij u vooral wil winkelen, dan heeft u andere prioriteiten - want de gelijkvloerse etalages zijn al lang niet meer origineel. 

(klik op de groene pijlen voor meer foto's)

Alexander Dumarey / VRT

6. Meir Center Building

Links op deze foto ziet u een deel van de Boerentoren, waarvoor Léon Stynen een ingrijpende verbouwing voorstelt. Die nieuwe toren komt er niet, maar Léon Stynen en Paul De Meyer werken vanaf 1970 wel mee aan de verbouwing. Zo komt er een nieuwe vleugel aan de Eiermarkt en wordt de Boerentoren een kantoorgebouw (ja, tot 1968 kon u daar wonen!) waarvoor ook de art-deco-elementen binnenin sneuvelen. 

Het sobere winkel- en kantoorgebouw recht voor ons is wel volledig getekend door Léon Stynen en Paul De Meyer, meteen een van hun eerste samenwerkingen. De Meir Center Building is dus een relatief vroeg ontwerp, van net na de Tweede Wereldoorlog. Op hetzelfde moment tekent Stynen trouwens ook het Kursaal van Oostende. Oorspronkelijk plannen Stynen en De Meyer maar één dakverdieping, met ruimte voor een theesalon, met een dakterras. Die bovenste verdiepingen worden net zoals de gelijkvloerse winkelpanden later nog grondig aangepast. 

(klik op de groene pijlen voor meer foto's)

Alexander Dumarey / VRT

7. eigen woning Léon Stynen

Een eigen woning van een architect is altijd extra interessant, een visitekaartje voor potentiële klanten. Stynen ontwerpt niet alleen monumentale gebouwen maar ook erg veel woningen, verspreid over Vlaanderen. Voor zijn eigen woning koopt hij grond op de terreinen van de Antwerpse Wereldtentoonstelling van 1930. Het resultaat is deze hoekwoning met dakterras, en een architectenbureau op de benedenverdieping. Helemaal volgens de filosofie van Stynen is het een functioneel gebouw met een sobere gevel. Mogelijk droomde hij van een strakke witte gevel, net zoals bij Le Corbusier, maar de bouwvoorschriften in de Tentoonstellingswijk dwingen hem voor baksteen en natuursteen te kiezen. Kenners noemen het een sleutelwerk in het dan nog jonge oeuvre van Stynen. Zijn ontwerp heeft in elk geval succes, want de volgende jaren realiseert Stynen zeker 10 woningen in dezelfde wijk. 

(klik op de groene pijlen voor meer foto's)

Alexander Dumarey / VRT

De meeste gebouwen zijn toegankelijk tijdens Open Monumentendag, maar reserveren is noodzakelijk via deze link. Wie gewoon wil genieten van het exterieur kan aan de slag met onderstaande kaart, of met de Antwerp Museum AppStynen2018 is een initiatief van het Vlaams Architectuurinstituut.

VIDEO: bekijk hier het fragment uit "Het journaal"

Video player inladen ...