Video player inladen ...

Gaan we binnenkort met augmented reality onze spinnenfobie aanpakken?

De Thomas More-Hogeschool start dit najaar met een proefproject waarbij virtuele dieren worden gebruikt om mensen van hun fobieën af te helpen. Daarvoor werkt de hogeschool met een applicatie die gebruikmaakt van augmented reality: "Daarmee breng je een object uit de virtuele wereld naar de echte wereld", legt onderzoeker toegepaste psychologie Tom Van Daele uit.

“Bij augmented reality wordt een virtueel object toegevoegd aan de echte wereld en dat object interageert ook nog eens met die echte wereld”, start Van Daele. “Het werkt anders dan het meer bekende virtual reality (VR), waarbij je door een VR-bril te dragen de indruk krijgt dat je in een volledig andere wereld zit. Een wereld die niets met je woonkamer of persoonlijke omgeving te maken heeft.”

De applicatie heet Phobos en werd ontwikkeld door het bedrijf PsyTech in Argentinië. De hogeschool wil mensen van hun dierenfobie afhelpen en gaat de applicatie gebruiken bij "exposure therapie", therapie door blootstelling aan datgene waarvoor men bang is.

Deze applicatie maakt het een pak makkelijker om blootgesteld te worden aan het dier en dan nog eens in je eigen thuissituatie

Tom Van Daele

“Een dierenfobie is een veel voorkomende psychische aandoening. Een van de beste manieren om met die angst voor dieren of insecten om te gaan, is eraan blootgesteld worden”, vertelt Van Daele. “Hoe meer je ermee in aanraking komt, hoe groter de kans dat je je angst gaat overwinnen. Deze applicatie maakt het een pak makkelijker om blootgesteld te worden aan het dier en dan nog eens in je eigen thuissituatie.”

Volgens de onderzoeker is het erg makkelijk in gebruik. “Je downloadt de applicatie op je smartphone. Op je scherm zie je dan het dier of insect door je woonkamer bewegen. Daarnaast kan je ook het gedrag van het dier bepalen. Zo kan je een hond laten springen of blaffen. Een spin kan je laten kruipen”, aldus Van Daele. 

Krijg je angstgevoelens voor het virtuele dier?

De Hogeschool wil onderzoeken of mensen effectief angstgevoelens krijgen wanneer ze het virtuele dier zien. “In een virtuele wereld weten we dat mensen effectief angstgevoelens ervaren als ze het virtuele dier zien. Dus we verwachten dat wanneer ze het dier in hun eigen omgeving gaan zien, dit ook zo zal zijn”, legt hij uit. Daarnaast gaat de studie na of de grootte van het scherm een rol speelt. “Zijn mensen angstiger als de virtuele spin op een grotere iPad verschijnt, dan op een kleiner gsm-scherm?” Ook hier verwacht Van Daele een positief antwoord. 

De studie wordt voorlopig niet getest op patiënten met een fobie, maar op mensen die angstgevoelens koesteren ten opzichte van bepaalde dieren of insecten. “Omdat het qua protocol niet evident is om de studie meteen op patiënten uit te voeren”, klonk het.  

Hulpmiddel tijdens therapie

“Voor therapeuten is het niet altijd evident om een hond, rat of ander dier waarvoor de patiënt bang is in huis te halen”, zegt Van Daele.  “Veel therapeuten kunnen op dit moment hun spinnencollectie opnieuw aanvullen, maar met andere insecten of dieren is dat minder evident.”

Voor therapeuten is het niet altijd evident om een hond, spin of rat in huis te halen

Tom Van Daele

Tijdens therapie wordt er gewerkt met foto’s of wordt er aan de patiënt gevraagd om zich het dier of insect in te beelden. “Deze applicatie kan een praktisch hulpmiddel vormen bij de therapie. De therapeut kan nu ook huiswerk meegeven tijdens de behandeling. Bijvoorbeeld vragen om de spin twee minuten op de hand te laten zitten en proberen om te gaan met de angstgevoelens die dat teweegbrengt”, zegt Van Daele. 

"Volgend jaar al in gebruik"

Als de onderzoeksresultaten positief zijn, zou het volgend jaar al toegepast kunnen worden in de geestelijke gezondheidssector meent Van Daele. “Toepassingen met het bekendere virtual reality worden steeds meer gebruikt bij fobieën en raken ingeburgerd in de geestelijke gezondheidszorg. Maar als je met augmented reality de dieren naar je eigen omgeving kunt halen, zou dat nog betere resultaten kunnen opleveren tijdens de behandeling.”