Aantal kermiskoersen daalt voort: nog maar een handvol blijft over

Het aantal kermiskoersen in Vlaanderen blijft dalen. Dat blijkt uit cijfers van Koers, het vernieuwde Wielermuseum in Roeselare dat vandaag de deuren opent. Dertig jaar geleden waren er nog zo'n 200 kermiskoersen, dit jaar blijft daar maar een handvol meer van over. “Jammer, want dankzij kermiskoersen wordt de wielermicrobe in Vlaanderen verspreid”, zegt Dries De Zaeytijd van Koers.

Vlaanderen is de 'place to be' voor kermiskoersen. Maar het dreigt ‘was’ te worden. Het aantal kermiskoersen blijft immers dalen. “Kermiskoersen staan al zo’n 20 jaar onder druk”, zegt Dries De Zaeytijd van Koers, het vernieuwde Wielermuseum in Roeselare dat vandaag feestelijk de deuren opent. Dertig jaar geleden waren er nog zo’n 200 kermiskoersen, daar blijft nu niet zo heel veel van over. “Er zijn nog om en bij de 25 professionele kermiskoersen”, verduidelijkt De Zaeytijd.

Dries De Zaeytijd ziet heel wat reden waarom het bergaf gaat met het aantal kermiskoersen. Financiële beslommeringen is er één van, maar er zijn er nog.

“Er is de alsmaar uitdijende wielerkalender”, verduidelijkt De Zaeytijd. “Er zijn steeds meer internationale koersen en kermiskoersen hebben het lastig om een vaste plek op de wielerkalender te krijgen, wat belangrijk is in de uitbouw van een wedstrijd.” Grote namen zakken met andere worden niet meer zo gemakkelijk af naar kermiskoersen in zeg maar Wanzele of Heusden.

Kermiskoersen hebben het lastig om een vaste plek op de wielerkalender te krijgen

Dries De Zaeytijd, Koers (Museum van de wielersport)

Wedstrijden moeten georganiseerd worden en daar is mankracht voor nodig. Ook daar knelt het schoentje, zegt De Zaeytijd. “Mensen vinden die instaan voor de organisatie, vrijwilligers die zich willen engageren om een wedstrijd te organiseren, het wordt moeilijker en moeilijker."

Maar er is ook het ‘toenemende verkeer’, of het aantal ‘obstakels’ op de weg… , die het niet meer zo evident maken om zoals vroeger zomaar kermiskoersen te organiseren.

“Jammer”, vindt Dries De Zaeytijd, want kermiskoersen zijn traditie in Vlaanderen. Hij ziet ze als “erfgoed”, met een belangrijke functie. “Dankzij de kermiskoersen wordt de wielermicrobe in Vlaanderen verspreid. Het is het moment om wielrenners van heel dichtbij te zien. Ze draaien rondjes. Je ziet ze 10, 15 keer. Het is het moment om koers heel dicht bij de mensen te brengen.”

Dankzij de kermiskoersen wordt de wielermicrobe in Vlaanderen verspreid

Dries De Zaeytijd, Koers (Museum van de wielersport)

De kermiskoersen die toch nog georganiseerd worden, blijven wel scoren. “Ze worden beleefd als een heus feest”, verduidelijkt De Zaeytijd. “Ze brengen een massa volk op de been en worden beleefd door duizenden mensen. Er is veel sfeer.” Meteen een reden om dit erfgoed kost wat kost in stand te houden.