"Voor een "Milletjasje" was er geen geld, maar ik wou er toch bij horen"

Benedikte Van Eeghem kreeg herinneringen bij het zien van "Dank dat u bij ons was" en de beroemde beelden van jongeren met dure "Milletjasjes". Benedikte kreeg als scholier nooit zo'n jasje, maar wel een T-shirt van "dat andere hipstermerk Chipie", waarmee ze trots poseerde tijdens een schoolreis naar de Efteling: "Ik hoorde er helemaal bij en besefte niet dat die looks er dertig jaar later nogal gênant zouden uitzien."

labels
Benedikte Van Eeghem
Benedikte Van Eeghem is communicatiemedewerker bij OCMW Brugge, copywriter, tekstredacteur en blogger. Ze schrijft over de actualiteit, opvoeding, sociale thema's en de dingen die haar 'positief' wakker houden.

Het was 1986 toen Paul Jambers zijn befaamde Panoramareportage over de Milletjassen de wereld intrapte. Als dat historische stukje journalistiek ruim 30 jaar later weer opduikt op tv in "Dank dat u bij ons was", valt eens te meer op hoe een banaal stuk textiel de gemoederen van een generatie beroerd heeft. Of de ontwerpers van de Milletjas de rage op voorhand hadden zien aankomen, is moeilijk in te schatten. Maar voor wie in de jaren ’80 en ’90 opgroeide, was de invloed van het merk met de grote M behoorlijk groot. ‘Branding’ scoorde, nog voor de term echt geboren was.

“Wat vinden jullie van mensen die dure merkkledij niet kunnen dragen?”, vroeg Jambers op ontwapenende toon, tijdens die befaamde opnames in 1986. Zijn reportage in Panorama belichtte de vestimentaire voorkeuren van – het mag gezegd – tieners en rijkeluiskinderen met een opvallende hang naar merkkledij. Klinkende namen als Lacoste en Millet sierden de garderobe.

“Soms vinden we dat slecht en soms ook niet”, luidde het antwoord van twee jonge hipsters. “Er zijn mensen die zulke dingen niet kunnen betalen en dat is jammer.” Met die woorden onderstreepten ze vlot de maatschappelijke impact van een merkenrage: je hebt er de centen voor, of je hebt ze niet. Het gaf de uitzending van Panorama een tijdloze meerwaarde die dure merkkleren niet per definitie hebben.

In het licht van grote wereldproblemen is ‘merkkleren niet kunnen betalen’ uiteraard een bagatel. Dat was het in de eighties en nineties eigenlijk ook al. Maar toch heeft de lokroep van die merken de gemoederen enigszins beroerd toen wij – een twee jaar oudere broer en ikzelf - opgroeiden in thuishaven Knokke. De mondaine kuststad bij uitstek, het trefpunt van de beau monde.

Daartussen wonen – dat weet u uiteraard – ook heel gewone mensen. Wij kwamen uit zo’n gewoon arbeidersgezin en hadden hoegenaamd niks te kort, maar dure merken kwamen er niet in. Die realiteit stond ietwat haaks op die van een speelplaats waar schoolgaande jongeren naar ons gevoel bijna uitsluitend Milletjassen, Levi’s jeans en bijhorende Docksides of AllStars droegen. Branding was de norm, ook al was het woord nog niet uitgevonden. We stonden erbij en keken ernaar, doorgaans met eenvoudige kleren aan.

Bij dat kijken borrelde geregeld stiekeme jaloezie op. We telden niet echt mee, zo leek het, en aan problemen van mondiale omvang heb je op zo’n moment lak. Datzelfde verongelijkte gevoel leeft nog steeds bij jongeren vandaag: ze willen erbij horen, net zoals die jongens uit Panorama dat destijds wilden én konden. Snel veranderende modetrends hebben daar niks aan veranderd. En zo komt het dat je als ouder, drie decennia na die legendarische Panorama-uitzending, krek dezelfde discussies voert met kinderen over een specifieke boekentas (Eastpak of Kipling), een nieuwe jeans (skinny is de correcte snit) en de bijhorende trui (mag het Superdry zijn?).

De hele brandingkaravaan waar je zelf ooit naar lonkte, rijdt nog steeds. Je kijkt er ook nu kritisch naar, maar op een andere manier, omdat je beseft dat het vooral om dure oppervlakkigheid draait. Desondanks wil je de kroost het ietwat vervelende gevoel uit jouw jeugdjaren besparen. Je gunt hen dus dat flard vestimentair geluk en vindt het aanvaardbare compromis in de rekken van talrijke confectiewinkels. Die verkopen vandaag ook toffe en modieuze outfits en accessoires: zonder merklabel, maar eigentijds en hip.

Het verschil tussen Jambers’ veldwerk uit 1986 en de moderne tijden is dus dat er een soort confectiehiaat is opgevuld. In de jaren ’80 gaapte een kloof tussen dure merkkleren en goedkope(re) varianten uit de confectie of supermarkt. Die laatsten hebben hun koers bijgestuurd en bieden nu ook fraai textiel aan.

De lokroep van de commercie is uiteraard niet verminderd. Grote merken blijven in het oog springen: daar investeren de producenten 24/7 bewust in en geen mens is er ongevoelig voor. Jambers had het al door, dertig jaar geleden. Precies daarom heeft zijn reportage moeiteloos de tand des tijds doorstaan.

Hetzelfde geldt overigens voor die ene foto uit een ver verleden, toen een gegoede dame uit Knokke – vriendin van de familie – mij voor een goed paasrapport een extraatje schonk. Het was het enige T-shirt van ‘dat andere hipstermerk’ Chipie dat ik ooit droeg en waarmee ik trots poseerde, tijdens een schoolreis naar de Efteling. Ik hoorde er helemaal bij en besefte niet dat die looks er dertig jaar later nogal gênant zouden uitzien, net zoals die outfits van journalisten in de tv-decors van weleer. Vanavond kunt u er op Canvas opnieuw met volle teugen van genieten. Bij voorbaat: veel kijkplezier.

Dank dat u bij ons was, 21u20, Canvas

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.