Video player inladen ...

Vetsmelters Verkest gaan in beroep tegen schadevergoeding voor dioxinecrisis

Jan en Lucien Verkest leggen zich niet neer bij de beslissing van de rechtbank in Gent. Die had beslist dat ze, samen met 2 Waalse vetsmelters, 24 miljoen euro schadevergoeding moeten betalen voor de dioxinecrisis van 1999. 

Bijna 20 jaar nadat de dioxinecrisis in ons land uitbrak, kwam er vanmorgen een uitspraak over de schadevergoedingen. En die zijn niet min. Het voedselagentschap FAVV eiste 24 miljoen euro van vetsmelters Verkest en Jacques en Jacqueline Thill van Fogra en krijgt die ook. Dat heeft de rechtbank in Gent beslist. Ook enkele veevoederfabrikanten krijgen een schadevergoeding. In sommige gevallen moet een expert wel nog bepalen hoe hoog die vergoeding is.

De oorsprong van de dioxinecrisis was te zoeken bij het bedrijf Verkest in Deinze en het Waalse bedrijf Fogra. Die laatste leverde besmette vetstoffen aan Verkest, die het op zijn beurt aan de veevoederbedrijven verdeelde. De Verkests leverden zogezegd gesmolten dierlijk vet aan meng- en veevoederfabrikanten, terwijl het in feiten om een mengsel van dierlijk en technisch vet ging.

Vader en zoon Verkest werden eerder al schuldig bevonden aan valsheid in geschrifte, het gebruik van valse stukken en bedrog in koopwaar. Vijf jaar geleden werden ze al veroordeeld tot schadevergoedingen van alles samen méér dan één miljoen euro. 

Bekijk hier het verslag uit Het Journaal

Video player inladen ...