Video player inladen ...

OESO: "We verliezen ontzettend veel talent in het Vlaamse onderwijs"

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft haar jaarlijkse rapport over onderwijs gepresenteerd. Daaruit blijkt dat nauwelijks 60 procent van de Belgische jongens doorstroomt naar hoger onderwijs, tegenover 80 procent van de meisjes. "We verliezen bij de jongens steeds meer mogelijkheden en talenten", zegt Dirk Van Damme, onderwijstopman bij de OESO.

Meisjes stromen opvallend beter door naar het hoger onderwijs dan jongens. De kloof is aanzienlijk in Vlaanderen, maar de tendens is zichtbaar in bijna alle landen die lid zijn van de OESO.  "De genderkloof neemt jaar na jaar toe", stelt onderwijsspecialist Dirk Van Damme vast. 

"We weten al een tijd dat jongens het minder goed doen op school. Een deel van de verklaring ligt dus in de slaagkansen in het secundair onderwijs." Maar hoe dat komt, blijft voorlopig giswerk.

Zijn jongens minder slim?

Er is weinig onderzoek naar waarom jongens minder goed presteren op school. Dat jongens minder slim zouden zijn, durft niemand zelfs maar te denken. Maar wat is dan wel de reden?

Sommigen wijten het aan de vervrouwelijking van het lerarenberoep. Dat zou kunnen kloppen in het lager onderwijs. Maar uit de OESO-cijfers blijkt dat toch nog 40 procent van de Vlaamse leerkrachten in het secundair onderwijs mannen zijn. 

Dirk Van Damme denkt eerder in de richting van cognitieve elementen. "Jongens zouden minder geconcentreerd kunnen zijn en zijn meer en sneller afgeleid, bijvoorbeeld door sociale media. Maar het blijft gissen voorlopig."

De meisjes hebben de laatste decennia een inhaalbeweging gemaakt en nu zijn het de jongens die achterblijven

Dirk Van Damme, OESO

Hoe dan ook: meisjes blijken tegenwoordig heel veel ambitie te hebben. Ze willen een diploma en zijn ook vast van plan om er later iets mee te doen. Wel kiezen ze nog altijd overwegend stereotiepe studierichtingen. "Maar ook daar zie je beweging naar de meer zogenaamd harde richtingen", vertelt Dirk Van Damme.  De meisjes hebben dus doorheen de laatste decennia een inhaalbeweging gemaakt en nu zijn het de jongens die achter blijven.

Sociale achtergrond blijft bepalend voor studiekeuze

Niet alleen bij jongens gaat talent verloren. Ook bij jongeren in kansarmoede of met een migratieachtergrond is dat nog steeds zo. De sociale achtergrond bepaalt nog altijd sterk waar jongens en meisjes terechtkomen.

"De impact van de sociale achtergrond is de laatste 10 jaar nauwelijks gemilderd", leest Van Damme in de cijfers. "We blijven steken, ondanks alle initatieven die opeenvolgende ministers hebben genomen op vlak van gelijke kansen."

"Natuurlijk weet je niet hoe het er zou uitzien zonder gelijke kansenbeleid. Wellicht nog veel dramatischer", voegt hij er aan toe. "Maar we hebben toch wel behoefte aan een nieuw arsenaal van instrumenten en maatregelen en beleid om die gelijke kansen echt verder te helpen."

Het GOK-beleid (Gelijke Onderwijskansen-beleid) is volgens Dirk Van Damme nog altijd zeer zinvol. Scholen met veel leerlingen in kansarmoede krijgen daardoor meer middelen. "Maar ik denk dat we de grote handicap enkel kunnen verhelpen door technisch en beroepsonderwijs sterk te herwaarderen. Dat is in de hervorming van het secundair onderwijs aanwezig." Vandamme hoopt bij de invoering ervan de omslag te zien.

Nog altijd wordt gelijke kansen te vaak gezien als een ethisch iets. Terwijl het een sociaal-economische noodzaak is.

Dirk Van Damme, OESO

“We hebben eigenlijk niet de luxe om een generatie talent verloren te laten gaan. Of het nu om jongens, jongeren in kansarmoede of met een migratieachtergrond gaat, we hebben ze allemaal nodig", zegt Dirk Van Damme.

"Nog altijd wordt 'gelijke kansen' te vaak gezien als een ethisch iets, als iets dat te maken heeft met eerlijkheid en rechtvaardigheid. Terwijl het een sociaal-economische noodzaak is. We hebben die talenten echt broodnodig."

Herbekijk hieronder de reportage uit "Het Journaal":

Video player inladen ...