100 jaar geleden: Amerikanen in de aanval

In deze reeks brengen we grote en kleine gebeurtenissen uit de Eerste Wereldoorlog 100 jaar geleden, deze week van 12 tot 18 september 1918: de Amerikanen voeren voor het eerst zelfstandig een grote aanval uit in het oosten van Frankrijk, Oostenrijk-Hongarije op zoek naar vrede, Duitsland doet België een vredesaanbod en Bulgaren staan onder druk in de Balkan.

Voor het eerst hebben de Amerikaanse troepen in Europa zelfstandig en onder eigen  bevel geopereerd aan het front. De Amerikanen veroverden het gebied rond Saint-Mihiel in Lotharingen, waar het de voorbije jaren relatief rustig was.

De Amerikaanse opperbevelhebber Pershing heeft altijd gewild dat zijn troepen als geheel vechten en niet als aanvulling op de andere Geallieerde legers. Wat zijn Britse en Franse collega’s niet zagen zitten. Maar maarschalk Foch, de Geallieerde opperbevelhebber, heeft Pershing dan toch die gelegenheid gegeven.

Een zwaar Amerikaans kanon wordt getrokken door 14 paarden in de omgeving van Saint-Mihiel. Beginfoto, een Amerikaans soldaat met een jongentje in zijn armen in het bevrijde Saint-Mihiel ( Albums Valois, BDIC)

Het onopvallende stadje Saint-Mihiel aan de Maas was al sinds 1914 in Duitse handen en vormde het uiteinde van een Duitse saillant (uitstulping), ten oosten van het Geallieerde saillant rond Verdun. Het door Pershing geleide offensief heeft een einde aan die saillant gemaakt.   

De aanvallen begonnen op 12 september en gebeurden zowel ten zuiden als ten westen van die uitstulping, met de bedoeling Saint-Mihiel in te sluiten. Behalve over 14 Amerikaanse divisies voerde Pershing ook het bevel over 4 Franse koloniale divisies, met troepen uit Noord-  en West-Afrika.

Amerikaanse lichte Renault-tank rukt op
Amerikaanse soldaten in het spoor van een oprukkende tank © IWM (Q 57694)

Er werden voor de aanval meer dan 400 tanks ingezet, meestal door Fransen bestuurd. De Amerikanen zelf gebruikten 144 Franse lichte Renault-tanks. Door de hevige regen raakten veel tanks in de problemen. Er lekte water binnen, terwijl sommige tanks vastraakten in de modder.

Op 15 september werd Saint-Mihiel ingenomen en kort daarop stabiliseerde het front zich meer dan 20 km noordoostelijker.

Amerikaans pamflet dat door vliegtuigen boven de Duitse linies werd uitgestrooid: "De saillant, die de Duitsers 4 jaar behielden, is in 27 uur door de Amerikanen ingenomen. 370 km2 is veroverd en er zijn 15.000 krijgsgevangenen genomen." (NARA)

De operatie lijkt een succes. De Geallieerden controleren nu de volledige bovenloop van de Maas en de verbindingswegen naar Verdun, waaronder een spoorlijn. De Duitsers gaven 500 km² terrein prijs en verloren honderden kanonnen en machinegeweren. Liefst 13.000 Duitsers werden gevangen genomen.

Gesneuvelde Amerikaanse soldaat en muildieren © IWM (Q 70744)

Toch is het gros van de tien Duitse divisies rond Saint-Mihiel aan omsingeling kunnen ontkomen. De Duitse legerleiding liet meteen weten dat de terugtrekking uit de saillant al eerder gepland was en dat de aanvallen die niet hebben gehinderd.

Foch heeft Pershing al gefeliciteerd. De Geallieerde pers merkt op dat het front opgeschoven is in de richting van de vestingstad Metz en het belangrijke mijnbekken van Longwy en Briey.

Volgens de Weense krant Reichspost is er alleen sprake van een geplande Duitse terugtrekking bij Saint-Mihiel (Oostenrijkse Nationale Bibliotheek, Anno)
Jongens op de wagen van een Frans officier in het bevrijde Saint-Mihiel ( Albums Valois, BDIC)
De Franse president Poincaré bezocht bijna onmiddelijk de bevrijde stad, hier is hij me zijn vrouw in gesprek met een inwoonster die de Duitse bezetting heeft meegemaakt (Albums Valois, BDIC)
Een woonwagenbewoonster, die de Duitse bezetting heeft meegemaakt, heeft haar wagen versierd met Franse vlaggen (Albums Valois, BDIC)
Tot de gedecoreerde officieren in deze strijd behoorde de Amerikaanse kolonel George S. Patton, die hier voor het eerst ervaring opdeed met tanks en in de Tweede Wereldoorlog een geduchte tankgeneraal zou worden.  Hier is Patton bij de Renault-tank die hij bij Saint-Mihiel gebruikte (collectie NARA).

Aanvallen op de Hindenburglinie

In het zwaarbeproefde frontgebied tussen Arras en Soissons hebben de Geallieerden opnieuw terrein gewonnen, al verloopt hun opmars moeizamer dan de voorbije weken. De Duitsers hebben zich immers meestal verschanst achter de formidabele stellingen van de Hindenburglinie.

Ten westen van Cambrai wisten de Britten al de Hindenburglinie te overschrijden. Op 12 september drongen ze door tot Harmicourt, een tiental kilometer voor Cambrai.

Communicatiecentrum in het Britse hoofkwartier in Montreuil-sur-Mer houdt contact met de frontlijn © IWM (Q 9374)

Meer naar het zuiden was er geleidelijke vooruitgang in de richting van de stad Saint-Quentin. Op 18 september vond daar een zware Britse aanval plaats bij het dorp Épehy.

Hoewel de Duitsers op de meeste plaatsen wisten stand te houden, boekten de twee Australische divisies van generaal Monash opnieuw een succes. Ze sloegen een bres en drongen een vijftal kilometer door. Meer dan  11.000 Duitsers werden krijgsgevangen gemaakt.

De terreinwinst van Britten en Fransen tot 18 september, en Britse troepen actief in de buurt van Lens

Volgens de Britse legerleiding is het moreel van de Duitse troepen fel gezakt en bieden ze duidelijk minder weerstand dan vroeger.

Ook langs de Leie, bij Armentières en Ploegsteert, vinden forse Britse aanvallen plaats, maar met geringe terreinwinst.

"De Duitse opperbevelhebber von Hindenburg wordt langs alle kanten genageld", een verwijzing naar het grote,houten beeld van Hindenburg in Berlijn waarin men nagels mocht kloppen in ruil voor een bijdrage aan het goede doel (uit Le Monde Illustré, 21 september 1918, BDIC)

Oostenrijks-Hongaars vredesvoorstel

Oostenrijk-Hongarije doet opnieuw een poging om tot een onderhandelde vrede te komen. Het heeft daarover een nota gestuurd naar alle oorlogvoerende en ook naar de neutrale landen, net als het Vaticaan.

Het voorstel is heel voorzichtig. De Oostenrijks-Hongaarse regering vraagt dat de oorlogvoerende landen op een neutrale plaats een “vertrouwelijke discussie”, zonder voorafgaand engagement beginnen. Geen echte onderhandelingen, wel een “vrije gedachtewisseling of de voorafgaande voorwaarden bestaan die het begin van vredesonderhandelingen mogelijk maken”.

De Duitse keizer Willem waarschuwt zijn Oostenrijks-Hongaarse collega dat men zijn vredesaanbod niet zal willen, rechts keren de Gealieerde kopstukken de vrede de rug toe (uit De Amsterdammer, 21 september 1918)

Volgens de “keizerlijke en koninklijke regering” heeft de Entente eerdere vredesvoorstellen van de Centralen afgewezen om een “oorlogszuchtige geest” te handhaven.

Behalve enkele socialistische kranten wordt langs Geallieerde kant negatief gereageerd. Men spreekt van een “pacifistisch maneuver” om de komende nederlaag van de Centralen uit te stellen en de eigen bevolking nog meer opofferingen te vragen.

Volgens het Nederlandse, pro-Duitse weekblad De Toekomst is het de Amerikaanse president Wilson die zijn bondgenoten verbiedt om positief te reageren. Op de middelste bank de Belgische koning Albert, die zeer lang was, naast zijn, zeer kleine, Italiaanse collega (28 september 1918, via Delpher)

De regeringen van de Geallieerden hebben het voorstel totaal afgewezen.

De meest kordate reactie kwam van de Verenigde Staten. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Robert Lansing wees de Oostenrijkse nota af nog geen halfuur nadat president Wilson haar formeel op het Witte Huis ontvangen had. Lansing merkt op dat Wilson duidelijke en billijke voorwaarden voor vrede heeft voorgesteld (de bekende “Veertien Punten”) en daar wordt in de nota niets over gezegd.

De Britse minister van Buitenlandse Zaken Balfour heeft in het Parlement  een toespraak gehouden waarin hij geen spaander heel liet van het voorstel.

Links, de Oostenrjkse minister van Buitenlandse Zaken Burian als een padvinder die op zoek is naar de wigwam van de Amerikaanse president Wilson. Rechts beklaagt diezelfde minister er zich over dat hij, als hij vredesduiven uitstuurt, alleen maar zwarte raven terugkrijgt (uit het Weense Kikeriki, 22 september 1918)

De Franse premier Clemenceau zegt dat vrede er alleen kan komen door een “militaire beslissing”. Duitsland heeft zo’n beslissing altijd willen opdringen, en nu komt die er. “Het zij zo, zoals Duitsland gewild heeft”, aldus Clemenceau.

In feite houden de Geallieerden geen rekening meer met Oostenrijk-Hongarije, dat in zware moeilijkheden verkeert en op het punt lijkt te staan om uiteen te vallen. Ze hebben Tsjecho-Slowakije al als een aparte oorlogvoerende natie erkend en zijn van plan ook een Joegoslavische staat te erkennen. Dan zou er van het Habsburgse rijk niet veel meer overblijven.

De Amerikaanse en Franse afwijzing in de Parijse krant Excelsior van 18 september 1918

Duitsland doet vriendelijk voor België

Vrijwel tegelijk met het Oostenrijks-Hongaarse voorstel heeft Duitsland een afzonderlijk vredesaanbod aan België gedaan.

Duitsland is bereid zich uit België terug te trekken en de neutraliteit van het land te herstellen als het instemt met enkele voorwaarden. Die voorwaarden zijn heel gematigd vergeleken met vroegere Duitse standpunten.

De in Den Haag uitgegeven krant De Belgische Standaard brengt het nieuws op 19 september en levert 2 dagen later een zeer negatief commentaar ( via hetarchief.be)

Eerder vonden de Duitsers dat België alleen als een soort Duitse vazalstaat kon voortbestaan, dat het gebied rond Luik bij Duitsland moest worden gevoegd en dat Antwerpen en de kust onder Duitse controle moesten blijven.

Nu belooft de Duitse regering dat België in zijn politieke en economische onafhankelijkheid zal worden hersteld. Duitsland wil enkel dat het nog handelsverdragen met België kan behouden.

Duitsland vraagt ook dat België er bij de Geallieerden zou op aandringen om de Duitse kolonies terug te geven.

Links, nooit eerder heeft de Duitse gans meer op een duif geleken (New York Tribune, 15-9-1918). Rechts, zolang de Duitsers zegevierend oprukten bleven de Oostenrijkers stil, maar nu het minder gaat willen ze de vreselijke slachting stoppen (Washington Times, 19-9-1918).

Het voorstel zwijgt over de door de Duitse bezetter ingevoerde bestuurlijke scheiding tussen Vlaanderen en Wallonië. Ook van enige steun aan de Vlaamse activisten en hun Raad van Vlaanderen is geen sprake. Duitsland wil enkel nog dat er verder over de Vlaamse kwestie wordt gesproken.

De nieuwe Duitse (liberale) vicekanselier Friedrich von Payer zei er niet aan te twijfelen dat de Vlaamse kwestie op een rechtvaardige en wijze manier kan worden opgelost door de “Belgische staatslieden”.

"Dat spreekt over gedachten uitwisselen maar wil zelfs niet eens zijn bril afzetten, zodat niet te zien is dat ze loenst" (Lucien Métivet over het Duitse voorstel in Excelsior, 20-9-1918)

Ondanks die gematigde houding komen er geen goede reacties van Geallieerde kant. De Belgische premier Cooreman heeft  het afzonderlijk Duitse vredesvoorstel voor België afgewezen. Cooreman zegt dat België nooit vredesvoorwaarden zal aanvaarden die niet zijn goedgekeurd door de Geallieerden.

De Belgische kranten in ballingschap merken op dat het voorstel zwijgt over schadevergoedingen aan België. Eerder was Duitsland bereid geweest om België te vergoeden voor de Duitse inval van 1914.i

"De wurgmoordenaar aan zijn slachtoffer: Kijk, het gaat nu wat minder met mij, ik reken erop dat je mij helpt". Commentaar in de Australische The Western Mail op het Duitse aanzoek aan België (27 september 1918)

Geallieerden door de Bulgaarse linies

Op het Balkanfront zijn de Geallieerde strijdkrachten een offensief begonnen tegen de Bulgaren, die het Servische deel van Macedonië bezet houden.

Op 15 september vielen Franse en Servische divisies (waaronder een Franse divisie van Marokkanen) stellingen aan langs de Grieks-Servische grens. Het ging om de versterkte bergtoppen van de Dobro Polje, de Solkol (beide boven de 1800 meter), de Djena en de Vesterik.  Daarbij moesten vaak zeer steile rotswanden worden beklommen.

Nadat ook Griekse troepen bij de aanvallen werden ingezet, vielen alle bergtoppen op 18 september in Geallieerde handen. Zowat 3000 van de 12.000 Bulgaarse verdedigers werden gevangen genomen en bijna evenveel zijn gedood. De overige Bulgaren zijn min of meer in paniek gevlucht.

Bulgaarse krijgsgevangenen

Daarmee is een bres van bijna 20 km in het front geslagen, een front waar al een paar jaar weinig gebeurde.  

Meer naar het oosten vindt een Brits-Griekse aanval plaats bij het Doiran-meer, waar al eerder zwaar gevochten werd. Dei aanval begon op 18 september, na twee dagen zware artilleriebeschietingen, waarbij ook massaal gasgranaten werden afgeschoten. Desondanks weten de Bulgaren er stand te houden.

De Geallieerde strijdkrachten zijn in dit gebied nauwelijks talrijker dan de Bulgaren. Ze hebben wel beduidend meer kanonnen en vliegtuigen.

De Franse generaal Franchet d’Espèrey wil met dit offensief de Centralen extra belasten. Hij rekent erop dat de Duitsers hun Bulgaarse bondgenoot niet kunnen helpen nu ze het elders al zo zwaar hebben. Het oosten van Macedonië wordt al door een Duits leger verdedigd.

Geallieerde troepen in Macedonië steken de Vardar-rivier over

Ramp in Oostenrijkse munitiefabriek

In de  grootste munitiefabriek van Oostenrijk  zijn zeker 423 doden gevallen toen brand uitbrak in een atelier waar granaten met explosieven worden gevuld. Veel slachtoffers zijn vrouwen en jonge meisjes, die in de fabriek werten.

De toegangspoorten tot het atelier waren deels afgesloten.Door de grote hitte wilden de arbeiders vaak naar buiten en dat wou men bemoeilijken. Daardoor is de dodentol zo hoog opgelopen.

Het atelier behoort tot de Kaiserliche und königliche Munitionsfabrik Wöllersdorf bij Wiener Neustadt. Bij het begin van de oorlog werkten er 5000 mensen. Nu is dat aantal gegroeid tot bijna 40.000, die tot 70 uur per week werken.  

De fabriek van Wöllersdorf ligt op een afgezonderd terrein van 3 km², bekend als het “Rakettendorp”. Aanvankelijk was het een vuurwerkfabriek, maar  midden 19de eeuw werd er met militaire raketten geëxperimenteerd. Het groeide uit tot een enorm industrieel complex dat voor zich alleen over twee elektrische centrales beschikt.  

Monument ter nagedachtenis van de slachtoffers en een foto van het atelier waar de ramp plaatsvond

Treinramp in Nederland

Nabij de Nederlandse stad Weesp, niet ver van Amsterdam, heeft een zwaar treinongeluk plaatsgevonden.

Een passagierstrein reed net een brug over het Merwedekanaal op toen een dijk langs het kanaal verzakte.  Drie wagons met reizigers ontspoorden en vielen naar beneden. De houten wagons versplinterden, wat voor veel slachtoffers zorgde.

De overvloediige regens van de laatste tijd zijn waarschijnlijk de oorzaak van de grondverzakking.

Er kwam snel hulp ter plaatse. Toch werden er 41 doden en 42 gewonden geteld, een ongeziene ramp voor Nederland.

Onder de overledenen bevindt zich Firmin De Smet (20), de zoon van de bekende Vlaamse schilder Gustaaf De Smet.  De schilder woont sinds het begin van de oorlog met zijn gezin in Nederland.  

Steeds meer koper opgeëist

De Duitse bezetter in België is opnieuw bezig met het opeisen van voorwerpen die koper of koperlegeringen bevatten. Voor zover die er nog zijn, want het grootste deel is al lang ingeleverd.

Sommige gemeenten nemen op Duits bevel straatlantaarns weg. Andere gemeenten weigeren dat te doen. Een lantaarn bevat zowat 3 kg zuiver koper en messing.  Voor de verlichting maakt het weinig verschil want 9/10 van de straatlantaarns wordt toch niet meer gebruikt vanwege het energietekort.

Bovendien worden de straten opengebroken om de elektrische kabels voor de verlichtingspalen weg te halen.

"Mijnheer Luster wordt afgevoerd, hij is het slachtoffer geworden van een opeising" (Collectie Keym, Stadsarchief Brussel)

In Brussel wordt de koperen bedekking op de koepel van het Justitiepaleis weggehaald, net als die van het dak van de serres van de Kruidtuin. Ook bronzen poorten aan de ingang van het Jubelpark moeten eraan geloven.

De Duitsers halen ook bronzen en koperen lusters weg die de zalen van banken verlichten; zoals in de grote hal van de Société Générale.Intussen vinden er veel huiszoekingen plaats op zoek naar niet aangegeven materiaal. Zo is voor 30.000 frank aan koper en brons, maar ook linnen weggehaald in het herenhuis van wijlen Auguste Beernaert, oud-premier en Nobelprijswinnaar. Beernaerts weduwe betreurt vooral het verlies van het koperen inktstel op het bureau van de staatsman.  Ook de weduwe van oud-premier de Trooz moest een dergelijke beproeving ondergaan.

Wagens vol in beslag genomen wol staan bij Thurn en Taxis in Brussel klaar om afgevoerd te worden naar Duitsland (Collectie Keym, Stadsarchief Brussel)

Bij een grote Brusselse koperhandelaar is een grote hoeveelheid klinken, sloten, schuifgrendels e.d. gevonden die onder de vloer verstopt waren.

Duitse soldaten vielen de  school van de Zusters van Sint-Andreas in Elsene binnen om er de circa 300 koperen deurklinken weg te halen. Maar de klinken zijn intussen allemaal van hout. De Duitsers beschuldigen de zusters nu van diefstal.

Alleen de eigenlijke kunstwerken ontsnappen aan de opeisingen. Maar zelfs dan… Een bronzen afgietsel of een bronzen beeld waarvan er meerdere exemplaren bestaan, is ook opeisbaar voor de Duitse wapenindustrie.

In heel bezet België blijven de Duitsers met grote hardnekkigheid proberen allerlei goederen op te eisen. In Aalst is er opnieuw een poging om alle nog niet aangemelde flessen wijn te laten aanmelden. En in de kommandatuur Aalst zullen, als de gevraagde hoeveelheden graan, haver en aardappelen op tijd worden geleverd, 100 boeren, die 1 jaar gevangenisstraf hebben gekregen omdat ze onvoldoende graan hebben geleverd, vervroegd worden vrijgelaten (Stadsarchief Aalst).