Foto: Vier

Minister Sven Gatz openhartig over strijd tegen depressie: "Elke dag een pilletje, ik heb ermee leren leven"

Vlaams minister van Media en Cultuur Sven Gatz (Open VLD) heeft in "Gert Late Night" op Vier verteld dat hij al meer dan 20 jaar worstelt met depressie. "Ik heb ermee leren leven, na een aantal jaar, dat ik daarvoor elke dag een pilletje neem."

Door ermee naar buiten te komen, wil Gatz het taboe rond psychische problemen verder helpen doorbreken. "Het is begonnen op mijn 30e", zegt hij. "Ik was net parlementslid geworden en ik wou erin vliegen. Ik nam steeds meer aan. Ik dacht dat ik alles aankon, maar dat bleek natuurlijk niet zo. En op een dag bots je tegen een muur."

"In het begin voel je je moe. Je hebt nergens nog interesse in. En dan wordt het erger. Eigenlijk is je stressmeter kapot. Iedereen heeft stress, je gaat in het rood en bij normale mensen zakt dat daarna terug. Bij mensen met depressie stopt dat metertje niet. Dat blijft maar gaan en dat put je uit. Je hebt ook angstmomenten. Dat is heel beklemmend."

In het begin voel je je moe. Je hebt nergens nog interesse in. En dan wordt het erger.

Sven Gatz

Bij Gatz bleek de aanleg voor depressie in de familie te zitten, want ook zijn moeder heeft er last van. Hij zocht hulp. Praattherapie bleek geen succes, maar de juiste antidepressiva wel. "Ik heb ermee leren leven, na een aantal jaar, dat ik daarvoor elke dag een pilletje neem. Ik ben daardoor niet meer "happy" dan anders, maar mijn stressniveau blijft onder controle. Ik heb daar lang tegen gevochten, want ik wou zonder medicatie kunnen, maar op mijn 44e bleek dat dat toch moeilijk lag."

"Iedereen heeft wel een zwakke plek. Je kan een te hoge cholesterol hebben, of last hebben van je hart. Bij mij is het de elektriciteit tussen de oren die kapot is", aldus Gatz. "We kennen allemaal wel iemand die een depressie heeft gehad. Als je het niet hebt, kan je je niet inbeelden wat het is. Het is een deel van het leven en het kan velen overkomen."

Bekijk het gesprek op de website van Vier.