Video player inladen ...

Beginnende studenten: kennen ze minder of kunnen ze meer?

Aan veel hogescholen start vandaag het nieuwe academiejaar. De doemberichten over de dalende kennis van leerlingen in het secundair onderwijs circuleren ook in het hoger onderwijs. Kennen de beginnende studenten minder dan vroeger? Ja, zegt een vicedecaan die wij interviewden. Maar tegelijk kunnen ze meer, repliceert een onderwijskundige. En compenseert het een het ander? “We zullen altijd goede ingenieurs hebben.”

Philip Dutré, vicedecaan Onderwijs van de faculteit Ingenieurswetenschappen van de KU Leuven ziet de kennis van beginnende studenten al tien jaar dalen: “Ik heb het dan over de praktische kennis wiskunde van jonge mensen die aan de opleiding burgerlijk ingenieur aan de KU Leuven beginnen. De kwaliteit van hun kennis gaat onmiskenbaar achteruit."

Ludo Heylen, directeur van het Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs (CEGO), treedt hem met enige nuance bij: ”Ja, ik denk dat dat klopt, ik hoor het trouwens in alle studierichtingen. Maar je moet rekening houden met de democratisering van het onderwijs, in die zin dat er meer mensen doorstromen naar het hoger onderwijs, en dan daalt de gemiddelde kennis. Of je hebt toch die indruk door de grotere groep.”

Ligt het aan de nadruk die het secundair onderwijs legt op vaardigheden? Is er te weinig aandacht voor zuivere kennis? Philip Dutré: “Laten we zeggen dat de kennis van de theorie er wel is als ze het secundair verlaten, maar die kennis wordt te weinig ingeoefend. Ze hebben die te weinig in de vingers.”

Ludo Heylen: “De nadruk op vaardigheden vind ik zeker een vooruitgang. Jonge mensen hebben beter geleerd om te communiceren, ze zijn ook beter in het vinden van bronnen. Het hoger onderwijs moet daar meer op inspelen. Dat gebeurt al, maar alleen in de hogere jaren.”

Lagere basiskennis is geen probleem, het hoger onderwijs moet ze opkrikken

Philip Dutré wil de dalende kennis van instromende studenten zeker niet dramatiseren: “Wij proberen dat te remediëren. We hebben extra studiepunten wiskunde ingevoerd in het eerste jaar burgerlijk ingenieur om dat gebrek aan voorkennis op te vangen. Sommige collega’s noemen dat de lat lager leggen, ik vind dat niet, het is pragmatisch omgaan met die gewijzigde voorkennis. Maar tegelijk willen we aan het secundair onderwijs toch de boodschap meegeven dat ze de nodige aandacht moeten blijven besteden aan basiskennis.”

Ludo Heylen: “Als de voorkennis minder is, is het de verantwoordelijkheid van het hoger onderwijs om dat recht te trekken en de studenten op niveau te brengen. Ik doe audits in hogescholen en ik zie wat een opleiding van drie jaar kan bereiken met een student.”

Ludo Heylen vindt ook dat het hoger onderwijs zijn verwachtingspatroon moet bijsturen: “Studenten komen vandaag met een andere bagage binnen. Ze zijn zeer goed in zoekoperaties, ze zijn meer oplossingsgericht en ze zijn creatiever in hun aanpak. Ik ben ervan overtuigd – 200 procent - dat ze niet alleen met een andere maar ook met meer bagage  binnenkomen dan vroeger. Maar daar wordt allemaal te weinig gebruik van gemaakt.”   

Philip Dutré: “Ja, die zoekoperaties, dat is een klassiek argument, je kunt alles vinden op het internet. Maar er moet wel een basiskennis zijn om in te schatten wat die informatie waard is.”

En toch, die kennis, evolueert die niet zodanig snel dat het niet veel zin meer heeft ze in je hoofd te stampen? Ludo Heylen: “Er is veel meer kennis beschikbaar en daarom zijn volgens mij de cursussen ook veel te dik geworden. Je moet selecteren. En misschien is het ook zo dat de kennis van jongeren niet zo veel verminderd is, maar dat er meer kennis is en dat we almaar meer van hen verwachten.”

Zullen we in de toekomst nog goede ingenieurs hebben ?

Om nog even terug te keren naar de basiskennis wiskunde van de beginnende studenten burgerlijk ingenieur: gaan we ook in de toekomst nog goede ingenieurs hebben? Philip Dutré is duidelijk: Jazeker, er is een goede opleiding in Vlaanderen en het is niet zo, omdat we die verschuiving nu zien inzake basiskennis wiskunde, dat dat zou leiden tot minder goede ingenieurs. Het is - zoals ik al zei - aan de universiteiten om daar pragmatisch mee om te gaan.”

Ludo Heylen is van oordeel dat het zelfs betere ingenieurs zullen zijn, maar hij ziet ook een opdracht: “We moeten de topgroep uitdagen. Zij moeten taken krijgen die niet evident zijn, we moeten hen uit hun comfortzone trekken en grenzen doen verleggen. Kennis is en blijft belangrijk, maar je hebt vaardigheden nodig om die kennis gericht in te zetten. Studenten moeten leren: hoe pak ik iets aan? Hoe los ik een probleem op? Dan krijg je volgens mij betere ingenieurs.”

Bekijk hier het fragment uit "Het Journaal":

Video player inladen ...

Meer nieuws