File in de beide richtingen op de Antwerpse ring op het viaduct van Merksem (archief). BELGA/WAD

Antwerpen filehoofdstad in fileland België: de harde cijfers

Het verkeer in ons land is de afgelopen decennia sterk toegenomen. De klassieke knelpunten, de Kennedytunnel en het viaduct van Vilvoorde bijvoorbeeld, zaten in de spits al rond de helft van de jaren 80 aan hun maximumcapaciteit, en sindsdien zijn de files er alleen maar langer geworden. Sinds 2016 is de filezwaarte groter rond Antwerpen dan rond Brussel, en de afgelopen twee jaar is ze bovendien veel sterker gestegen in Antwerpen dan in Brussel.

De fileknooppunten in ons wegennet maken allemaal deel uit van een wegennet dat in de jaren 60, 70 en 80 is aangelegd, een periode waarin het autoverkeer heel snel is toegenomen, vooral dan in de tweede helft van de jaren 80, zo stelt verkeersexpert Hajo Beeckman. 

Dat blijkt uit de gemiddelde stijging van de verkeersintensiteiten op de Belgische snelwegen: 1975 basis → 1980 + 24 % → 1985 +9 % → 1990 + 35 % → 1995 +20 % → 2000 +15 % → 2005 +5 %

De verkeersintensiteit is het aantal getelde voertuigen op de weg, en de bron van de cijfers is de Federale overheidsdienst Mobiliteit (FOD Mobiliteit). In het afgelopen decennium zijn de groeipercentages wat bescheidener, zo'n  0.5 tot 2 procent per jaar, maar de groei zet zich nog wel degelijk door.

Een andere manier om de toename van het verkeer te illustreren, is meten hoeveel kilometer we elk jaar met alle voertuigen samen afleggen op de Belgische wegen. Dat noemt men voertuigkilometers. De cijfers zijn aannames op basis van verkeersmodellen en geen absolute metingen en de bron is ook hier de FOD Mobiliteit.

In 1970 legden we met zijn allen 29 miljard km af, in 1990 was dat al 70 miljard km, in 2000 90 miljard km en in 2016 was het totale aantal kilometers gestegen tot 100 miljard. 

Knelpunten

Door de steile groei van het verkeer in de jaren 70 en 80 liepen de klassieke knelpunten, zoals de Kennedytunnel en het viaduct van Vilvoorde, toen al vol. De maximumcapaciteit van die plekken was tijdens de spits soms al halverwege de jaren 80 bereikt. Toen ontstonden dus ook de eerste structurele files op de snelwegen rond Brussel en Antwerpen. Door de groei van het verkeer na de jaren 80 werden de files naar die knelpunten gewoon steeds langer, aldus Hajo Beeckman.

In 1990 reden er op een werkdag al 100.000 voertuigen door de Kennedytunnel en 105.000 over het viaduct van Vilvoorde. Vandaag zijn er dat respectievelijk 157.000 en 175.000. De groei van het verkeer op die twee knelpunten situeert zich sinds de jaren 90 dan ook vooral in de daluren, in het weekend en ’s nachts,  periodes waarin er nog wat capaciteit over is. Maar ook die capaciteit is nu stilaan opgebruikt, waardoor er soms de hele dag files staan op de Antwerpse en Brusselse ring.

Op plaatsen waar er wat meer capaciteit is, bijvoorbeeld in Borgerhout op de R1, de "klassieke" ring rond Antwerpen,  en in Jette op de R0, de (Grote) Ring rond Brussel, was de groei nog sterker. In Borgerhout reden er in 1990 op een werkdag 150.000 voertuigen, in 2017 waren dat er al  280.000. In Jette reden er in 1990 116.000 voertuigen op een werkdag, in 2017 al  205.000.

Heel opvallend is de enorme toename op de noordelijke ring rond Antwerpen, de R2. Dat is de "Grote ring rond Antwerpen", waarvan maar een klein stuk door de haven, tussen de A12 naar Bergen op Zoom en de A11/E34, afgewerkt is.  De R2 is er nog maar sinds 1991, met de bouw van de Liefkenshoektunnel. In 1995 reden er per werkdag 7.500 voertuigen door de tunnel, vandaag zowat 40.000, méér dan 5 keer zoveel dus. De oorzaak is de groei van de haven op Linkeroever, maar ook het feit dat steeds meer mensen en bedrijven de R2 gebruiken om de lange files op de R1 te ontwijken.

Omdat op sommige knelpunten de capaciteit van de weg nu de hele dag door opgebruikt is, is er nu ook veel sluipverkeer op de kleinere wegen in de buurt, zo zegt Beeckman.

Antwerpen boven sinds 2016

Een laatste manier om aan te geven hoe ernstig het fileprobleem is, is de filezwaarte, en hier wordt duidelijk dat Antwerpen de laatste jaren de kroon spant waar het files betreft.

Deze indicator geeft niet alleen weer hoe lang de files zijn, maar ook hoe lang ze blijven staan. De filezwaarte wordt dan ook uitgedrukt in km.u, kilometer x uur, lengte maal duur van de files. De bron is dit keer de Vlaamse overheid. 

In Vlaanderen stond er op de snelwegen op een gemiddelde werkdag in 2012 zo'n 500 km.u file, in 2017 was dat zo'n 800 km.u. De files worden in de spits niet zozeer langer, volgens Hajo Beeckman, wel blijven ze langer staan, en vandaar dus de sterke toename.

De verdeling van die 800 km.u uit 2017 is echter zeer interessant: de regio Antwerpen loopt duidelijk voorop met 375 km.u, de regio Brussel/Leuven volgt met 300 km.u, en de andere regio’s verdelen de overblijvende 125 km.u.

En het is al sinds 2016 dat de filezwaarte rond Antwerpen groter is dan die rond Brussel. Dat is de eerste keer sinds de start van de metingen. 

En beterschap zit er voorlopig niet in voor Antwerpen, want de afgelopen twee jaar gaat het namelijk erg hard. In Antwerpen steeg de filezwaarte in 2016 met 22 procent, in 2017 nog eens met 15 procent. De toenames rond Brussel liggen flink wat lager, rond 5 procent namelijk.