Sadat, Carter en Begin ondertekenen een historisch akkoord voor het Midden-Oosten. AP1978

40 jaar Camp David Akkoorden: Egypte sloot als eerste Arabische land vrede met Israël

Op 17 september 1978 sloten de Egyptische president Anwar Sadat en de Israëlische premier Menachem Begin de Akkoorden van Camp David. Dat was een triomf voor de bemiddelaar: de Amerikaanse president Jimmy Carter. Vrede is er in het Midden-Oosten nog lang niet, maar het was een eerste stap.

Sinds de oprichting van Israël in 1948 leefde de Joodse staat op voet van oorlog met zowat alle Arabische landen. Militair waren er conflicten in 1948-1949, 1956 en in 1967. In die laatste oorlog kon Israël het Egyptische Sinaï-schiereiland, de Palestijnse Gazastrook, Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem bezetten evenals de Syrische Golanhoogvlakte. Die oorlogen werden afgerond door bestanden, maar die verhinderden geen regelmatige beschietingen en terreuraanslagen.

De weg naar vrede begon in oorlog en economische crisis in Egypte, het meest bevolkte Arabische land. Kort nadat hij aan de macht was gekomen, had de Egyptische president Anwar al-Sadat de Sovjet-adviseurs het land uitgezet en de relaties met de Verenigde Staten aangehaald. Door in de Koude Oorlog van kamp te wisselen, hoopte Sadat op economische steun en een diplomatiek initiatief in het conflict met Israël via Washington.

In oktober lanceerden Egypte en Syrië de Yom Kippoeroorlog tegen Israël. Na aanvankelijke successen werden de twee Arabische legers teruggeslagen, maar beiden hadden tenminste het gezichtsverlies goedgemaakt dat ze geleden hadden in de vernietigende Zesdaagse Oorlog van 1967. De door de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger bemiddelde troepenscheidingsakkoorden in de Sinaï en de Golan leidden tot de heropening van het Suezkanaal, een belangrijke bron van inkomsten voor Egypte.

De Yom Kippoeroorlog van 1973 gaf de Arabische legers hun zelfrespect terug.

Sadat riskeert zijn nek, ook letterlijk

Op dat vlak had Sadat dus al een slag thuisgehaald. Kort daarop werd Jimmy Carter verkozen tot president in de VS en die wou absoluut een regeling voor het conflict in het Israëlisch-Arabisch conflict realiseren. Op 9 november 1977 zette Sadat een volgende zet toen hij vriend en vijand met verbazing sloeg en aankondigde naar aartsvijand Israël te reizen voor overleg. Tien dagen later sprak Sadat in Jeruzalem het Israëlische parlement toe en schudde hij de hand van de Israëlische premier Menachem Begin.

Daarop begon een intense reeks van diplomatieke zetten die in september 1978 besloten werd tijdens een twee weken durend touwtrekken tussen Sadat en Begin en Carter in Camp David, het buitenverblijf van de Amerikaanse presidenten. Het loonde: op het einde ondertekenden de drie mannen de Akkoorden van Camp David waar voor het eerst het woord "vrede" werd neergeschreven.

Voor Carter was het een enorme diplomatieke triomf, wellicht de grootste van zijn presidentschap. Begin en Sadat hielden er een Nobelprijs voor de Vrede aan over. Carter zou daar nog decennia moeten op wachten. De weg naar vrede zou echter nog lang en moeizaam zijn.

De angel uit het conflict?

De principeakkoorden bestonden uit twee luiken. Het eerste bepaalde een echt vredesverdrag tussen Egypte en Israël met wederzijdse erkenning en normale diplomatieke relaties, dat in maart 1979 ondertekend werd. Het tweede luik ging over de rechten en autonomie voor de Palestijnen en terugtrekking van Israël uit bezette gebieden.

Voor Israël was vooral die erkenning -de eerste door een Arabisch land- belangrijk, en tegelijk konden Israëlische schepen voortaan ook door het Suezkanaal varen. De belangrijkste prijs was echter dat Egypte -het meest bevolkte en militair sterkste Arabische land- "geneutraliseerd" was. Het machtsevenwicht kantelde daardoor volledig over naar Israël, dat geen echte grootschalige landoorlog van zijn Arabische buren meer moest vrezen.

Egypte spon ook garen: in ruil kreeg het jaarlijks miljarden dollars steun van de VS. Israëlische troepen ontruimden daarop het Sinaï-schiereiland dat terug in Egyptische handen kwam. Wel werd Sadat in de Arabische wereld beschouwd als een verrader en in 1981 werd hij door extremistische moslims vermoord. Egypte bleef meer dan tien jaar lang een paria in de Arabische Liga.

Het luik over de rechten van de Palestijnen bleef dode letter tot een nieuwe doorbraak in 1993. Na geheime bemiddeling door Noorwegen sloten Israël en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) de Akkoorden van Oslo, die nadien in bijzijn van VS-president Bill Clinton bezegeld werden in de tuin van het Witte Huis. Een jaar later sloot Israël vrede met de Jordaanse koning Hoessein in de woestijn van Arava. Ook toen overheerste optimisme, maar intussen lijkt dat vredesproces -voor zover dat nog bestaat- opnieuw aan een lange tocht door de woestijn bezig te zijn.

Rabin, Clinton, Peres en Arafat bij de ondertekening van de Oslo-akkoorden in 1993. AP1993