Advocaat belangengroep Arco: "Tot nog toe zag ik altijd frustraties, maar nu zie ik woede"

Geert Lenssens, advocaat van twee belangengroepen van Arco, reageert verontwaardigd op de politieke uitspraken van de afgelopen dagen. Dit weekend verklaarde N-VA-voorzitter Bart de Wever in Plopsaland dat een deal voor de gedupeerde Arco-coöperanten er waarschijnlijk niet inzit, tot groot ongenoegen van de Arco-gedupeerden. 

Geert Lenssens, advocaat van twee belangengroepen, was vandaag te gast in "De wereld vandaag" met een duidelijke boodschap van zijn cliënten: “Tot op vandaag zag ik altijd frustratie, maar nu zie ik woede”, begint hij. Zijn cliënten zijn woedend omdat de regering haar beloftes niet nakomt. “Eerst was het 100 procent, dan 60 en nu nog minder. Maar wat hen vooral stoort is dat meneer de Wever in Plopsaland op een laconieke manier aankondigt dat ze de hoop moeten laten varen. Mijn cliënten voelen zich een beetje in Plopsaland met de zaak-Arco, want het houdt geen steek meer”, vertelt Lenssens.  

Mijn cliënten voelen zich een beetje in Plopsaland met de zaak-Arco, want het houdt geen steek meer

Geert Lenssens, advocaat belangengroep Arco

Volgens hem verbergt de regering zich te veel achter Europa, bovendien is er volgens hem wel degelijk een oplossing mogelijk. “Het kleinste kind weet dat er een oplossing kan komen via de bank." Hij verwijst hiervoor naar de Ageas-deal. “Als de dividenden die uitgekeerd moeten worden aan de staat, meteen gestort worden aan de gedupeerden dan is er helemaal geen probleem van Arco. Europa zal dat niet zien als overheidssteun”, voegt Lenssens eraan toe. 

De advocaat van de gedupeerden blijft positief, maar toch sceptisch. “Ik geloof in de kracht van onderhandelen, maar die zijn er eigenlijk nooit geweest”, zegt hij. Daarom moet de belangengroep blijven opkomen voor zijn rechten en zijn pijlen richten in twee richtingen, namelijk de overheid en Belfius. “Als de overheid een degelijk akkoord op tafel legt, dan zal iedereen dat wel aanvaarden. Beter een slecht akkoord dan een goed proces”, besluit Lenssens.