Hier vloekt men... anders

Het kan eens lekker opluchten. De dingen zeggen zoals je ze denkt, of anders geformuleerd … eens luidop vloeken. De gebruikte krachtterm is vaak gelieerd met iets uit de godsdienst, denk aan ‘godverdomme’ of Jezuschristus’. In Vlaanderen is die link explicieter dan in Nederland. Dit en nog meer verschillen, maar ook gelijkenissen, staan in de boeken: ‘Het groot Vlaams vloekboek’ en ‘Het groot Nederlands vloekboek’.

Marten van der Meulen en Fieke Van der Gucht zijn twee taalwetenschappers, Marten een Nederlandse en Fieke een Vlaamse. Samen zijn ze verantwoordelijk voor de boeken ‘Het groot Vlaams vloekboek’ en ‘Het groot Nederlands vloekboek’, met als baseline ‘Slimmer schelden en vaardiger vloeken’.

“Het idee kwam van een tekenaar en een vormgever”, zegt Marten van der Meulen in het Radio 1-programma ‘Nieuwe Feiten’. “Het was hun afstudeerproject en ze stapten naar uitgeverij Lannoo. Daar riepen ze er wat taalkundigen bij.” Van der Meulen en Van der Gucht waren er onmiddellijk voor te vinden. “Ik kan echt van vloeken genieten”, zegt Van der Meulen. “Het is een creatief stukje van onze taal en het geeft zo veel inzicht in ons als mens.”

 Vloeken is een creatief stukje van onze taal

Marten van der Meulen, taalwetenschapper

Vlamingen en Nederlanders spreken allebei Nederlands. Maar toch zijn er heel wat verschillen. Ook in het vloeken. In Vlaanderen wordt er vaak gevloekt waarbij de krachtterm gelieerd is met iets uit de godsdienst, zoals ‘godverdomme’, ‘nondeju’ (Au nom du Dieu) of ‘Jezuschristus’. In Nederland hoor je sneller ‘kanker-‘ of ‘tyfuslijer’ of ‘schurftige hondsvot’. Daar roept men gemakkelijker een of andere ziekte in.

“Piet van Sterkenburg, een Nederlandse professor, suggereert dat dit ligt aan de calvinistische aard van de Nederlanders”, zegt Fieke Van der Gucht. “Zij waren meer godvrezend dan de Vlamingen. Die waren katholiek en katholieken kunnen altijd te biecht gaan en dan was men ervan af. Dat geldt niet in het calvinistischere Nederland. En wat vrees je het meeste dan, een dodelijke ziekte.”

We zien een verschuiving van het religieuze vloeken naar andere, modernere scheldwoorden

Fieke Van der Gucht, taalwetenschapper

Toch zijn er ook gelijkenissen. “Dé vloek bij uitstek in Vlaanderen en Nederland, is wel ‘godverdomme’”, zegt Van der Gucht. Die krachtterm wint nog eens aan sterkte door de ‘harde g’. “Zonder die harde g is het vloeken een beetje zoals vis zonder boter”, zegt Van der Meulen.

Ook de vloek ‘kut’ komt in beide delen van de Lage Landen voor. “We zien ook een verschuiving van het religieuze vloeken naar andere, modernere scheldwoorden zoals ‘kut’”, zegt Van der Gucht. “Maar ook een ruk naar meer Engelse termen zoals ‘fuck’ en ‘shit’.”