Video player inladen ...

Het leven zoals het is volgens Herman De Croo

De ‘politieke memoires’ vormt een prestigieuze reeks met kleppers van boeken als de memoires van Gaston Eyskens, Leo Tindemans, Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene. En binnenkort voegen ook Miet Smet (Lannoo) en Herman Van Rompuy (Pelckmans) er nog een exemplaar aan toe, de laatste weliswaar met als titel “De anti-memoires”. Nu zijn de “memoires” van de liberaal Herman De Croo aan de beurt, opnieuw een klepper van ruim 530 pagina’s dik, al gaat het expliciet ook hier niet om memoires maar om een autobiografie, met als titel "Geworteld in het Leven". Of het leven zoals het is, in de politiek en volgens Herman De Croo.

Het boek is op een ongewone manier tot stand gekomen. Van in het begin van zijn loopbaan neemt Herman De Croo zijn gedachten op met een dictafoon. “Ik heb dictafoons gekend op draad, plaat, ‘manchons’ en nu met kleine opnamecassetjes. Al decennialang bevolken deze efficiënte werktuigjes mijn bureaus, mijn auto, mijn zakken. Slagvaardige secretaressen hebben met de voet op de pedaal en een koptelefoon op het hoofd al meer dan 40 jaar lang vorm en leesbaarheid gegeven aan deze soms onsamenhangende, spontane woordenstroom, doorspekt met vele neologismen…” Het is op die manier dat Herman De Croo zijn eigen biografie samenstelt: “Een wandeling door een heel leven, over de paden van het geheugen en het woord. Woorden en zinnen, die vaak te lang en te gecompliceerd waren, hebben zich opgestapeld in een pensum waar ik soms zelf niet meer volledig wijs uit raakte.” 

(Lees verder onder de foto)

Memoires mag je het dus niet noemen, toch niet in de betekenis waarin de andere politici te werk zijn gegaan: chronologisch, met een inschatting van de eigen rol in de politieke geschiedenis van het land, en van Europa; en met af en toe met een onthulling uit het verleden. Van dat alles is er bij Herman De Croo geen sprake: hij is al lang overtuigd van zijn plaats in de geschiedenis, en op de meest subjectieve manier mogelijk loodst hij je als lezer door de meanders van zijn eigen leven. Trouwens, tegenover die onthullingen staat De Croo sowieso weifelachtig: “Ik herinner mij de waarschuwing die mijn eerste minister Leo Tindemans mij op zekere dag gaf: "Herman, let op als je later je memoires zult schrijven: als je ze te vroeg publiceert, riskeer je veel vrienden te verliezen, en als je te lang wacht, verlies je wellicht veel lezers.”"

Koning Boudewijn

Die gewoonte om notities te nemen, al dan niet op papier, hanteert Herman De Croo in al zijn politieke jobs. Hij kan het niet laten om van alle vergaderingen waaraan hij deelneemt notities te nemen, bijvoorbeeld van de vergaderingen van de ministerraad. “Op een zekere dag heeft koning Boudewijn mij erop gewezen dat ik als specialist publiekrecht moest weten dat van de ministerraad nooit verslag werd opgesteld. Hij had vernomen dat ik tijdens die vergaderingen trouw notities nam van alles wat werd gezegd.”

Maar hij houdt hardnekkig vast aan zijn gewoonte, en gebruikt de notities trouwens ook geregeld als scherprechter in discussies achteraf, waarbij de ene of de andere politicus na het voorlezen van de nota’s van De Croo ootmoedig moest toegeven dat hij zijn standpunt intussen heeft gewijzigd.

Bovendien krijgt De Croo dankzij zijn eigen notities vaak een beter inzicht in de politieke zeden en gewoontes, ook van de eigen partijgenoten, bijvoorbeeld  wanneer de discussie ontstond over het verlenen van stemrecht aan vreemdelingen bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006. “Dankzij mijn notities heb ik mij er later rekenschap van gegeven dat sommige personen in de politiek niet de volledige waarheid zegden, of alleen onthielden wat in hun voordeel sprak.” 

De politieke carrière

De Croo heeft zowat alle functies in het politieke bestel uitgeoefend: “Ik werd burgemeester in de tijd dat je nog minstens 25 jaar oud moest zijn om die functie te bekleden, en ik was er 27. Daarna werd ik volksvertegenwoordiger, senator, minister aan het hoofd van meerdere departementen en zelfs voorzitter van een mooie partij. Ik heb ook deeltijds meerdere beroepen uitgeoefend: universiteitsprofessor, advocaat, landbouwer, burgemeester.”

(Lees verder onder de foto)

In 2000 haalt De Croo een absolute meerderheid in Brakel

Vooral over de functie van burgemeester roept De Croo heel wat herinneringen op. Zo moest bijvoorbeeld vlak na de gasontploffing in Ghislenghien in 2004 de gaspijpleiding ‘stroomopwaarts’ worden afgesloten. Het eerstvolgende station op die gasleiding lag in Brakel, en de brand in Ghislenghien kon dus alleen worden overmeesterd door de gastoevoer daar af te snijden.

Herman De Croo vertelt in geuren en kleuren hoe het restgas daar in de vrije lucht aan het ontsnappen was zonder al te veel vrees voor incidenten, tot er een hete luchtballon aan de horizon verscheen die recht in de gasstroom leek te vliegen. Eén vonk van de brander van de luchtballon had Brakel in een brandende fakkel kunnen doen veranderen, maar gelukkig dreef de ballon uiteindelijk af.

Dat soort anekdotes vormt de rode draad van de autobiografie. Herman De Croo hecht soms veel minder aandacht aan de politieke geschiedenis van het land waarvan hij een bevoorrechte getuige is geweest. Soms loopt de verhouding tussen de aandacht voor de anekdotes en de aandacht voor de politieke geschiedenis zelfs wat mank. Zo besteedt Herman De Croo welgeteld 21 regels aan het Agustaschandaal; terwijl hij de anekdote over de hete luchtballon over drie volle pagina’s uitsmeert. 

Kamervoorzitter

Er zijn drie jobs die Herman De Croo na aan het hart liggen. Burgemeester wordt hij voor het eerst in 1964. Hij zal zijn dorp Michelbeke door een fusie loodsen met de andere gemeenten die uiteindelijk Brakel vormen, waarvan hij ook burgemeester zal worden. Minister wordt hij ook verschillende keren, vooral in de jaren ’80 van de vorige eeuw. Vooral het ministerie van Verkeerwezen ziet hij nog altijd als een hele uitdaging, omwille van de zware portefeuille: “Een departement met heel brede en uiterst boeiende bevoegdheden – spoorwegen, posterijen, telecommunicatie, verkeerswezen, de luchthaven en de regie der luchtwegen, stads- en streekvervoer, de havens en het vervoer over zee, verkeersveiligheid en mobiliteit, Sabena, enzovoort… –maar in een zeer moeilijke economische en budgettaire context en met sectoren die echte syndicale burchten waren.” 

In 1999 zal Herman De Croo voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers worden, een job die hij 8 jaar lang met veel genoegen en trots zal uitoefenen. Opnieuw besteedt hij vooral veel aandacht aan zijn aanpak van bijvoorbeeld het vragenuurtje, en levert enkele smakelijk anekdotes. Zo vertelt hij hoe hij als voorzitter “een parlementslid heeft moeten uitsluiten van de vergaderingen”, een feit waarvan hij in de hele geschiedenis van het Belgische parlement geen enkel precedent heeft gevonden. Het gaat om Vincent Decroly, een parlementslid van Ecolo dat in zijn “marcelleke” het spreekgestoelte beklom. De Croo heeft Decroly toen manu militari uit het halfrond laten verwijderen.

(Lees verder onder de video)

Video player inladen ...

Toen Bert Anciaux, als minister van Verkeer, ooit blootsvoets in sandalen vragen beantwoordde tijdens het vragenuurtje, zei De Croo dat tegen de vragensteller “dat hij het zachtjesaan moest doen want dat de minister gevoelige tenen had en dat je er zeker niet op mocht trappen.” De Croo concludeert: “Gelach op alle banken natuurlijk, maar met het beoogde resultaat: Anciaux heeft het nooit meer gedaan.”

Het hoogtepunt?

Herman De Croo kan wel met recht en reden zeggen dat hij als parlementslid de regering Dehaene aan het wankelen heeft gebracht. Het dossier van de “swaps” blijft één van de hoogtepunten van de parlementaire carrière. Philippe Maystadt, de minister van Financiën onder Jean-Luc Dehaene, had in Griekse en Italiaanse aandelen geïnvesteerd die de Belgische staat 15% moesten opbrengen. Dat gebeurde door gebruik te maken van ‘swaps,’ een afgeleid financieel product dat wordt gekenmerkt door de ruil van een vaste voor een variabele koers.

Tijdens het debat over de regeerverklaring in 1996, noemt De Croo premier Dehaene een “kleine speculant en zelfs een politieke sjoemelaar”. Premier Dehaene laat het debat 48 uur uitstellen, roept zijn minister van financiën–die op dat moment in de Verenigde Staten was- terug, en laat die vervolgens spitsroeden lopen tijdens een vergadering van de commissie Financiën. 

(Lees verder onder de video)

Video player inladen ...

Uiteindelijk zal de regering toch het vertrouwen krijgen in de stemming over de regeerverklaring, maar bijna was een oppositieleider erin geslaagd de regering op de knieën te krijgen tijdens een debat in het parlementair halfrond. Dat zou ingaan tegen de algemeen geldende wijsheid dat regeringen vooral sneuvelen door interne meningsverschillen. Als tegenmaatregel zou de regering Dehaene de toegang tot het Rekenhof wijzigen, waardoor de inzage van documenten en rapporten door parlementsleden fors werd ingeperkt; een maatregel die De Croo als Kamervoorzitter opnieuw heeft omgedraaid. “Sindsdien heeft niemand meer geprobeerd om daarop terug te komen. Zoveel te beter!”, concludeert De Croo.

Sociaalliberaal

Herman De Croo is een volbloed liberaal, al noemt hij zich in de eerste plaats een sociaalliberaal. Geregeld wijkt zijn mening af van het standpunt van zijn partij. Zo laat hij tot twee keer toe weten dat hij tegen het afschaffen van de opkomstplicht is: “Ik denk niet dat het zo erg is om op een verkiezingsdag enkele tientallen minuten te moeten spenderen om naar de stembus te gaan, terwijl elders in de wereld honderden miljoenen burgers ons dit recht benijden.”

Nochtans heeft hij als fractieleider in het parlement tot drie maal toe een wetsontwerp ingediend om de opkomstplicht af te schaffen, “die gelukkig allemaal werden verworpen”. De Croo heeft ook geen goed oog in het gebruik van stemcomputers. Hij heeft ze in zijn eigen gemeente ook altijd geweigerd. De Croo snapt wel dat iedereen zo snel mogelijk de resultaten van de verkiezingen wil hebben, maar hij vindt het gebruik van die ‘machines’ echt een gevaar voor de democratie: “Is het verstandig zo gehaast te zijn om de uitslag van de stembusgang te kennen dat je daarvoor het risico neemt om de stem van je medeburgers verloren te zien gaan, of minstens de controle en het toezicht erop kwijt te spelen?

Eén zin uit het boek toverde een brede glimlach op mijn gezicht. Herman De Croo studeerde rechten aan de Franstalige Universiteit van Brussel, en engageerde zich in die tijd ook bij de Liberale Studenten. Die studentenbewegingen beschouwt De Croo trouwens als de ideale leerschool voor politici, hij noemt ze soort “noviciaat” om die kerkelijke metafoor te gebruiken. Van zijn studententijd zegt hij zelf dat hij “meer bezig was met politiek dan met de lessen en dat hij graag aan de zwier ging”. Maar het ene beeld van het boek dat me zal bijblijven, is dat Herman De Croo zich in zijn tijd aan de Franstalige Universiteit van Brussel vooral liet kennen “omdat hij rolschaatsend door de gangen van de universiteit zoefde.” Als een provocatie, voegt De Croo er zelf aan toe. Alsof we dat als lezer van zijn autobiografie nog niet hadden begrepen.

Bekijk hier het gesprek met Herman Decroo in "De afspraak"

Video player inladen ...