Belgische politie krijgt amper de helft van online haatboodschappen verwijderd

De sectie van de federale politie die speurt naar illegale haatboodschappen op het internet, krijgt amper de helft van die boodschappen verwijderd. Dat schrijft De Tijd. Het gaat onder meer om discriminerende of racistische berichten op websites als Facebook, Twitter of Google. De politie vroeg de voorbije twee jaar om zo'n 400 haatboodschappen te verwijderen, maar dat gebeurde in nog geen 200 gevallen.

Sinds eind 2016 is er een sectie bij de federale politie, de Internet Referral Unit, die zich bezighoudt met het speuren naar haatboodschappen op het internet. Als de sectie berichten terugvindt die volgens hen discriminerend, racistisch of seksistisch zouden kunnen zijn, vragen ze aan de verantwoordelijke websites, zoals Facebook, Twitter of Google, om die boodschappen te verwijderen. 

Maar op die vraag wordt in amper de helft van de gevallen ingegaan. Wat betekent dat in concrete cijfers? In 2017 vroeg onze federale politie om 267 illegale haatboodschappen te verwijderen. In 103 gevallen gebeurde dat. Dit jaar, tot en met augustus, werd de vraag nog eens gesteld voor 114 haatboodschappen; 30 berichten werden offline gehaald.

Racistische boodschappen worden het vaakst geweigerd om te verwijderen. De internetplatformen roepen dan de vrijheid van meningsuiting in.

Sarah Frederickx van de federale politie

Vaak weigeren de websites simpelweg om het bericht te verwijderen. "De internetplatformen hebben nog altijd de eindbeslissing," zegt Sarah Frederickx van de federale politie. "Zij zullen bekijken of de berichten volgens hun gedragscode nog toelaatbaar zijn. Maar in heel wat gevallen roepen ze de vrije meningsuiting in of beroepen ze zich op een toelichting vanuit academisch oogpunt. We merken dat dat vooral het geval is bij racistische boodschappen."