100 jaar geleden: het Bulgaarse leger stort in elkaar

In deze rubriek brengen we grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog, deze week van 19 tot 25 september 1918: het Bulgaarse leger stort in elkaar en is op de vlucht voor de oprukkende Geallieerden in Macedonië, in Palestina behalen de Britten een klinkende overwinning op de Turken, de Spaanse griep slaat opnieuw harder toe, .....

Op de Balkan lijken Geallieerden een doorslaggevende overwinning te behalen tegen Bulgarije.   

De nederlaag bij Dobro Polje vorige week heeft een tot een grote terugtrekking van de Bulgaarse legers geleid in de richting van de stad Veles. Op een lijn van meer dan honderd kilometer tussen Monastir (Bitola) en Doiran is het front in Macedonië ineengestort. De Bulgaren wisten daar twee jaar stand te houden tegen de multinationale Geallieerde strijdmacht.

Australische artilleristen in actie in de omgeving van Doiran; beginfoto Bulgaarse krijgsgevangenen (BnF Gallica en IWM).

Op 19 september slaagden de Bulgaren er nog in om het offensief aan het Doiran-meer af te slaan. Ze  veroorzaakten een bloedbad bij de aanvallende Britten en Grieken, die zowat 15.000 man verloren. Maar ook daar hebben de Bulgaren zich nu teruggetrokken.

De terugtrekking heeft op veel plaatsen het karakter van een vlucht gekregen. De voorraden en uitrusting worden achtergelaten. Veel soldaten deserteren: ze willen gewoon naar huis.  

In het vet de frontlijn op 25 september 1918, de streepjeslijn geeft de posities weer bij het begin van het offensief (uit de New York Tribune, 26-09-1918)
Een gewonde Servische soldaat geeft een nog zwaarder gewonde Bulgaarse krijgsgevangene een vuurtje ( Collectie ROL, BnF Gallica)

De Bulgaarse troepen zijn er al maanden ellendig aan toe. Ze werden slecht gevoed en gekleed en velen hadden niet eens schoenen. In die toestand lijkt het een wonder dat ze zolang hebben standgehouden. Gebrek aan moed en inzet kan men ze niet verwijten.

De Franse en Servische troepen achtervolgen de Bulgaren op de voet. De Franse cavalerie is de stad Prilep binnengetrokken en heeft daar heel wat voorraden ongeschonden buitgemaakt. Het Servische leger heeft de hoogten van Baboena bezet, de bergpas langs waar het eind 1915 moest vluchten voor de Bulgaren.

Anderzijds zijn de Britten en Grieken nu voorbij het Doiran-meer doorgestoten tot op Bulgaars grondgebied. De Britse cavalerie rukt op naar Stromitsa.

Een Bulgaarse officier met witte vlag geeft zich over aan Franse troepen
Links, karikatuur van de Bulgaarse koning Ferdinand; rechts, de pillenmaker van zijn bondgenoot keizer Willem II  kan zijn pillen niet sterk genoeg meer maken om het Duitse volk te doen geloven dat de overwinning niet meer ver af is (Le Rire, 21-09-1918).

In Bulgarije zelf heerst een crisissfeer. De burgerbevolking, die al geruime tijd honger lijdt, toont haar ongenoegen. In de steden komen mannen en vooral vrouwen op straat om de stopzetting van de oorlog te eisen. Een paar divisies zijn aan het muiten geslagen en rukken op naar de hoofdstad Sofia “om de schuldigen te straffen” voor alle ellende die ze hebben moeten doorstaan.

De Bulgaarse regering heeft een aantal politieke gevangenen vrijgelaten. In de eerste plaats de populaire boerenleider Aleksandr Stambolijski, die wegens zijn verzet tegen de oorlog al sinds 1915 was opgesloten. De regering hoopt dat Stambolijski de gemoederen zal kunnen bedaren.

Bulgarije zou Duitsland om versterking hebben gevraagd, maar het lijkt weinig waarschijnlijk dat de Duitse legerleiding nog meer troepen naar de Balkan kan zenden nu ze het zwaar te verduren heeft aan het Westelijk Front. Er is al een Duitse leger dat in het westen van Macedonië moet standhouden.

Muitende Bulgaarse soldaten op weg naar de hoofdstad Sofia

Doorbraak in Palestina

De Britse troepenmacht in Palestina lijkt een beslissende doorbraak te hebben bereikt.

Na de verovering van Jeruzalem vorig jaar stagneerde het front. De Turkse verdedigers, in feite aangevoerd door de Duitse generaal Liman von Sanders, hielden stand langs een lijn die liep van de Jordaan, even ten noorden van de Dode Zee, tot de Middellandse Zee te noorden van Jaffa.

De Britse bevelhebber, generaal Sir Edmund Allenby, leek weinig te kunnen doen omdat een deel van zijn troepen werden weggehaald om te worden ingezet aan het Westelijk Front, waar de situatie in de lente kritiek was. Ze werden vervangen door onervaren Brits-Indische eenheden.

Britse militairen verpozen op het strand van Jaffa (BDIC)

Op 19 september vond onverwachts een hevige Britse aanval plaats in het gebied langs de kust. De Turken werden verrast en overrompeld.

Het resultaat is de totale ineenstorting van het front. De Britse cavalerie (die vooral uit Australiërs en Indiërs bestaat) rukte vanuit de kust naar het noorden door. Ze veroverde Beisan, Afoelah, Haifa en Nazareth en wist de oever van het Meer van Tiberias te bereiken.  Wellicht de meest succesvolle cavalerie-aanval van deze oorlog.  

Meer naar het westen stootte de infanterie door naar Nabloes en Samaria. Ze overschreed op verscheidene plaatsen de Jordaan en rukte op tot voor Amman.

De Australische cavallerie trekt Nabloes binnen op 21 september © IWM (Q 12330)
Kaart van het Britse offensief in Palestina

De hele operatie veegde een Turks leger van de kaart. In totaal zijn meer dan 25.000 Turken gevangen genomen. De weg naar het noorden, naar Damascus, ligt open.

Het succes kwam er mede door het optreden van de Arabische opstandelingen onder emir Feisal, met de Britse kolonel Lawrence als adviseur. De dag voor de Britse aanval blokkeerden Arabische ruiters vanuit de woestijn de spoorwegen bij Dera. Daar ligt het knooppunt van de Hedjazspoorlijn en de spoorweg die naar de kust loopt.

Links, diverse foto's van de Arabische opstandelingen onder emir Feisal. Rechts, "heroïserende" tekeningen van de gevechten tussen Britse en Brits-Indische troepen en Turken (uit London Illustrated News, oktober 1918) Ten Palestijnen
Een groep Turkse krijgsgevangenen op de weg van Kerkur naar Tul Keram, 22-09-1918. © IWM (Q 12327)

Behalve de verrassing (de Britten slaagden erin de hele operatie ongemerkt voor te bereiden) is het Britse succes te danken aan het overwicht van manschappen en wapens. De voorbije maanden zijn enkele Turkse divisies naar de Kaukasus gestuurd, zodat er bijna dubbel zoveel Britse militairen in Palestina zijn als Turkse.

Allenby deed bovendien veel om het moreel van zijn troepen hoog te houden, onder meer door ziektes als malaria effectief te bestrijden, terwijl de Ottomaanse manschappen er eerder ellendig aan toe waren.  Hetzelfde gold voor de paarden.

De Britten hadden ook een honderdtal vliegtuigen (tegenover 15 Duitse) waarmee ze het terrein tot in de details hadden verkend.

Britse vliegtuigen vallen een Duits-Turkse vliegtuigbasis aan (uit London Illustrated News)
Bulgaren en Turken zijn knockout geslagen ( De Amsterdammer, 28 september 1918)
Vier wankelend monarchen en "Thanksgiving is coming", karikaturen uit The Washinton Times, 25 en 26-09-1918.

Geallieerden tot vlakbij Saint-Quentin

Aan het Westelijk Front wordt nog altijd hevig gevochten aan de Hindenburglinie. De Geallieerde vooruitgang is echter minder spectaculair dan de vorige weken. De Duitsers zeggen dat ze de verscheidene aanvallen hebben afgeslagen.

De zwaarste gevechten vinden plaats rond de stad Saint-Quentin, die net achter de Hindenburglinie ligt. De Britten vallen daar aan vanaf het westen, de Fransen vanuit het zuiden. Langs beide zijden wordt terreinwinst gemeld, zodat Saint-Quentin meer en meer ingesloten lijkt. Op een paar plaatsen kwamen de Britten tot vlakbij het kanaal van Saint-Quentin, dat deel uitmaakt van de Duitse verdedigingslinie.

Er vinden zware artilleriebeschietingen plaats. De bedoelingen ervan zijn uiteraard niet bekendgemaakt, maar de Geallieerde pers verwacht dat maarschalk Foch een grote aanval in dat gebied plant.

Britse troepen rukken op in de omgeving van Saint-Quentin, 19-09-1918
Uitgehongerde Duitse krijgsgevangenen smullen van blikken cornedbeef die van Canadezen hebben gekregen.

Spaanse griep wordt grimmiger

Spanje heeft de grens met Frankrijk gesloten, vanwege de heropleving van de griepepidemie.

De epidemie die nu algemeen bekend staat als de Spaanse griep, was in de zomer volledig in Spanje verdwenen, maar midden september stonden de Spaanse kranten opnieuw vol over wat “de modeziekte” (el mal de moda) wordt genoemd. Vooral het zuiden van het land is getroffen.   

De heropleving is echter geenszins tot Spanje beperkt. Ook in Zwitserland en Zweden is er melding van een opvallend aantal griepgevallen.

Deze grafiek met griepdoden in New York, London, Parijs en berlijn toont dat de dodelijkste golf van de ziekte half september 1918 begon.

Deze nieuwe golf van griep lijkt dodelijker dan de vorige. Hoewel de omvang ervan nog niet zo groot is als in het voorjaar worden er opmerkelijk veel doden gemeld. In Zweden alleen zouden er de laatste weken 600 patiënten zijn overleden.

Uit de oorlogvoerende landen sijpelen de berichten over de Spaanse griep maar langzaam door.

In Italië melden de kranten dat de ziekte daar in veel streken toeslaat. De Italiaanse censuur zou nu pas berichten over griep toelaten. Volgens de Zwitserse pers zouden er in de Franse marinehavens Brest en Toulon zoveel zieken zijn, dat er voorlopig geen vrijwilligers voor de marine worden ingeschreven.  De Britse premier Lloyd George is ziek en heeft al zijn activiteiten moeten stopzetten.

Het Franse Le Rire publiceert op 5 oktober 1918 de tekst van een lied over de Spaanse griep. De Franse pers begon pas volop in oktober over de griep te schrijven, maar dat nieuws werd altijd overschaduwd door het nieuws over de Geallieerde overwinningen.

Het bezette België blijft niet gespaard. Volgens een krant is een kwart van alle overlijdens in de provincie Luik aan de griep te wijten. Het Groot Seminarie in Mechelen heeft alle studenten naar huis gezonden toen bleek dat er een aantal van hen de griep hadden gekregen.  

Vanwege het groot aantal sterfgevallen in de streek van Leuven en Diest kwamen er berichten dat daar een cholera-epidemie was uitgebroken, maar later is uitdrukkelijk gezegd dat het om griep gaat.

"Mijn motor is gegripeerd. - Oei, we moeten vluchten voor wij besmet raken" (Excelsior, 25-10-1918).

Ook Belgische gedeporteerden in Duitsland schrijven dat daar de epidemie toeslaat.

Er wordt intussen heel wat reclame gemaakt voor allerlei middeltjes tegen de griep, maar de geneeskunde kent geen enkele serieuze remedie.  Er is zelfs weinig bekend over de ziekte, behalve dat ze heel besmettelijk is.

Links, een hoestende man veroorzaakt paniek in de metro (Le Journal, 23-10-1918). Rechts: "Het is zo ver, mijn motor heeft de griep. -Hopelijk is het niet de Spaanse!" (La Baïonette, 3-10-1918)

Braziliaanse militaire artsen in Frankrijk

In de Franse haven van Marseille is een medische militaire missie uit Brazilië ontscheept.

Ze bestaat uit meer dan tachtig Braziliaanse artsen, samen met apothekers en andere medewerkers.  Ze wordt geleid door dr. José Thomaz Nabuco de Gouvêa, arts en tevens parlementslid. Voorlopig gaan de Brazilianen in Parijs een hospitaal openen voor gewonden.

De artsen waren meer dan een maand onderweg. Het schip waarmee ze naar Europa voerden, werd tijdens de reis getroffen door de wereldwijde griepepidemie. 

Veel mensen kwamen de Brazilianen begroeten bij hun aankomst in Marseille

De medische missie vormt tot nu toe de meest concrete hulp van Brazilië aan de Geallieerden. Er zijn wel een aantal Braziliaanse officieren en onderofficieren aan het front, die daar kennis en ervaring opdoen als voorbereiding op de komst van een Braziliaanse legermacht. Maar er is zelfs nog geen begin gemaakt van een vorming van zo’n legermacht.

Wel speelt de Braziliaanse marine een nuttige rol bij het bewaken van de zuidelijke Atlantische Oceaan. Een deel van de oorlogsvloot is op weg naar de Europese wateren.

Naschrift: in de praktijk zullen de Braziliaanse artsen vooral Franse burgers verzorgen die slachtoffer van de Spaanse griep werden. Ze blijven tot in 1919 in Europa.

Groepsfoto van de leden van de Braziliaanse militaire missie