Parket eist 4 jaar cel voor Mohamed Abdeslam op proces overval geldtransport

Het parket heeft vier jaar cel geëist voor Mohamed Abdeslam, broer van terreurverdachte Salah Abdeslam. Hij staat samen met twee anderen terecht voor de overval op een onbeveiligd geldtransport van de gemeente Molenbeek. Voor de andere twee beklaagden worden lichtere straffen gevraagd. Het vonnis volgt wellicht over een maand.

Volgens de openbaar aanklager heeft Abdeslam de hele overval gepland, maar kreeg hij hulp van binnenuit. “Ik denk zelfs dat hier vandaag vier beklaagden hadden moeten zitten”, zei de substituut-procureur, doelend op de ex-vriendin van Abdeslam, die aanwezig was bij de overval maar niet terechtstaat.

Op 23 januari werden twee bedienden van de gemeente Sint-Jans-Molenbeek overvallen toen ze bijna 70.000 euro cash wilden overbrengen naar de bank. Drie verdachten moeten zich voor die feiten verantwoorden. Het gaat om Mohamed Abdeslam, een handlanger die de overval uitvoerde en een van de bedienden. Die laatste zou volgens het openbaar ministerie informatie aan Abdeslam hebben gegeven over het tijdstip en de buit. De tweede bediende, de ex-vriendin van Abdeslam, stelt zich burgerlijke partij op het proces en eist een schadevergoeding voor het morele leed, maar het parket is niet zo zeker van haar onschuld. Op de vorige zitting verklaarde Abdeslam al dat de vrouw mee betrokken was bij de feiten. “Mijn ambt had niet genoeg elementen om haar te vervolgen, maar ik denk dat hier vandaag eigenlijk vier beklaagden hadden moeten zitten”, sprak de openbaar aanklager vandaag.

Tegen Mohamed Abdeslam vorderde het parket een effectieve gevangenisstraf van 4 jaar cel. De tweede beklaagde, die de overval zou hebben uitgevoerd, riskeert 2 jaar cel. Tegen de bediende eiste de openbaar aanklager 30 maanden cel. “Abdeslam kon nooit geweten hebben waar en wanneer het geld ging worden overgebracht. Daarnaast wachtten de twee bedienden zes minuten vooraleer ze de politie verwittigden. Dat is 360 seconden! Dat is heel lang. Op de beelden is ook te zien dat ze niet schrokken, zich niet verzetten of om hulp riepen toen het geld werd afgenomen. Ze keken zelfs niet in welke richting de overvaller wegliep.”

De twee bedienden beweren dat de overvaller gewapend was met een mes en dat ze zich daarom niet durfden verzetten, maar op de vorige zitting verklaarde Mohamed Abdeslam dat er geen wapen werd gebruikt. De openbaar aanklager liet vandaag verstaan dat het voor het parket niet zeker is dat er een mes werd getoond. “Op de beelden is er nooit ontegensprekelijk een mes te zien.”

Morgen wordt het proces voortgezet, dan krijgt de verdediging het woord. Daarna wordt de zaak in beraad genomen. Het vonnis wordt volgende maand verwacht.