Het verbranden van regenwoud op grote schaal maakt Indonesië tot een grote producent van broeikasgassen.

Indonesië verbiedt aanleg van nieuwe  palmolieplantages voor zeker drie jaar

De Indonesische president Joko Widodo heeft een decreet ondertekend waardoor er de volgende drie jaar geen nieuwe plantages voor palmolie in zijn land meer mogen aangelegd worden. De vergunningen voor de bestaande plantages zullen worden onderzocht. Milieugroepen verwijten de palmolieindustrie dat die de drijvende kracht is achter de massale ontbossing van Zuidoost-Azië.

Met de maatregel wil president Widodo komen tot een meer duurzaam beheer van de palmolieplantages, de uitstoot van broeikasgassen verminderen en de productiviteit van de plantages van kleine eigenaars verbeteren tegenover grootgrondbezitters.

Indonesië komt zo tegemoet aan de zware kritiek van milieugroepen, die palmolieplantages beschouwen als de motor achter de massale ontbossing van Indonesië en Maleisië. Die ngo's zijn niet ontevreden, maar hadden liever een moratorium van 25 jaar gezien.

Indonesië is de grootste producent van palmolie ter wereld en meer dan vier miljoen inwoners zijn voor hun inkomen afhankelijk van die oogsten. Die olie wordt veelal opgekocht door grote internationale bedrijven, vooral dan uit de cosmetica en voedingssector, maar een deel wordt ook gebruikt als biobrandstof.

Een oogst van de vruchten van de oliepalmen in Indonesië.

Motor achter het verbranden van het woud

De vraag naar palmolie stijgt en daarom zijn er de voorbije decennia in snel tempo nieuwe plantages aangelegd in Zuidoost-Azië. Daarvoor wordt echter oerbos gekapt of verbrand, vooral dan op de Indonesische eilanden Sumatra en Borneo en ook in West-Papoea.

Vaak worden bossen verwoest door ze in brand te steken en dat leidde in 2015 tot een zware luchtverontreiniging in buurlanden Maleisië en Singapore, maar ook in Indonesië zelf. Daarop was er hevige kritiek gerezen. De Europese Unie wil dan weer de invoer van palmolie als onder deel van biobrandstof verbieden.

Tussen 1990 en 2015 zijn er in Indonesië meer dan 24 miljoen hectare aan woud verdwenen. Dat is ongeveer de oppervlakte van Groot-Brittannië. Dat is vooral bedreigend voor zeldzame diersoorten zoals oerang-oetans, Sumatraanse neushoorns, olifanten of tijgers. Zo is de populatie van orang-oetans in Sumatra tussen 1990 en 2015 gehalveerd en de bruikbare habitat voor wilde olifanten is met 69% verminderd.

Meer nieuws