Johan Van den Driessche (N-VA) / Twitter

Verkiezingsdrukwerk in de bus ondanks antireclamesticker: mag dat?

Wie een “nee tegen reclame”-sticker op zijn brievenbus heeft, zal dezer dagen merken dat er toch verkiezingsdrukwerk in de bus valt. Maar mag dit wel? En kan u hier iets tegen doen in GDPR-tijden? Of bent u eraan voor de moeite?

Bijna één op de vijf Belgen heeft een sticker op zijn brievenbus waarmee hij duidelijk maakt dat hij geen ongeadresseerd reclamedrukwerk in de bus wil krijgen. Maar dezer dagen zullen deze mensen al gemerkt hebben dat er tegen wil en dank verkiezingsdrukwerk op de mat valt. 

Ongeadresseerd verkiezingsdrukwerk is namelijk niet zomaar ongeadresseerd drukwerk, zo stelt de Vereniging Voor Steden en Gemeenten duidelijk. Het is één van de twee uitzonderingen op de regel van de ongeadresseerde poststukken. Informatiemagazines van gemeenten en verkiezingsdrukwerk mogen in tegenstelling tot reclamedrukwerk in elke brievenbus gepost worden, ook die waar een “nee tegen reclame”-sticker op hangt. Dat is zo vastgelegd door de overheid.

Bpost is zelfs verplicht

Door deze uitzondering kunnen campagneteams dus zonder probleem een folder van hun partij in elke brievenbus duwen. Postbodes van Bpost moeten dat zelfs doen. Bpost heeft in het beheerscontract namelijk als enige postbezorger de opdracht gekregen om verkiezingsdrukwerk te bedelen.

In de 40 dagen voor de verkiezingen, de zogenoemde sperperiode, zijn postbodes daarom verplicht het verkiezingsdrukwerk van de verschillende partijen en kandidaten te verdelen in élke brievenbus - dus ook in die met een sticker. En politici die hun folders door Bpost laten bezorgen, kunnen dit zelfs met een forse korting doen

Kun u dan niets tegen ongeadresseerd verkiezingsdrukwerk beginnen als u het echt niet wil ontvangen? Neen. Zelfs als u een papier of sticker op uw brievenbus zou hangen waarop u dat duidelijk maakt, zegt de wet dat het toch gepost moet worden. De overheid gaat er namelijk van uit dat je als stemgerechtigde moet geïnformeerd worden vóór de verkiezingen.

Geadresseerde post

Hoe zit het met politici die u een brief sturen op naam? Dat is een handige techniek, want zo lijkt het alsof ze u ook kennen, wat niet per se het geval moet zijn. Hoe komen ze eigenlijk aan uw gegevens? En mag dit wel sinds de invoering van de strenge GDPR-regels zijn ingevoerd? 

Ondanks die strenge privacyregels mag het nog altijd. Elke partij kan in de aanloop naar de verkiezingen namelijk een adressenlijst krijgen met alle mogelijke kiezers uit de kieskring. Die bevat heel wat gegevens: voornaam of voornamen, familienaam, geboortedatum, geslacht, hoofdverblijfplaats en rijksregisternummer.

Voor niet-Belgische personen die als kiezer geregistreerd zijn, wordt op de lijst ook de nationaliteit vermeld. Een kandidaat kan dus een selectie doorvoeren en bijvoorbeeld enkel kiezers aanschrijven die voor de eerste keer gaan stemmen, of alleen senioren, of mensen uit een bepaalde deelgemeente.

Elke partij kan in de aanloop naar de verkiezingen namelijk een adressenlijst krijgen met alle mogelijke kiezers uit de kieskring. 

Gelukkig is het wel zo dat de kiezerslijst de enige informatiebron is die kandidaten mogen aanboren. Ze mogen geen andere gegevens gebruiken, ook niet als die eerder al publiek zijn gemaakt voor een ander doeleinde. Als er misbruik van gemaakt zou worden, kan daar een klacht over ingediend worden bij de privacycommissie.

Als u zo’n geadresseerde brief niet wil ontvangen, is daar dan iets tegen te doen? Ja. Op zo’n brief moet namelijk altijd een contactadres staan, waarop u kan laten weten dat u voortaan geen brief meer wil krijgen. Een politicus is dan verplicht u binnen de maand te laten weten dat er geen volgende brief zal komen. Geeft hij u geen antwoord of stelt het antwoord u niet tevreden, dan kunt u contact opnemen met de Gegevensbeschermingsautoriteit.  

E-mail, sms en sociale media

En hoe zit het dan met digitale communicatievormen? Bij e-mail, sms en sociale media ligt het niet zo simpel. Ze vallen ook niet onder de regels voor reclame, maar wel onder de regels van de zogenoemde direct marketing. Omdat ze als “bijzonder indringend” ervaren worden moeten politici altijd de voorafgaandelijke toestemming van de betrokkene hebben.

Een politicus mag digitale media dus alleen voor propaganda gebruiken als de ontvanger daar eerst de toestemming voor gegeven heeft. In de praktijk is dat niet altijd gemakkelijk, en daarom heeft u in e-mails bijvoorbeeld altijd de mogelijkheid om u uit te schrijven (de zogenoemde ‘opt-out’).