copyright familie De Keyser, Sabam

Raoul De Keyser, poëtische voetbalveldliefhebber

Het SMAK in Gent is zowat het huismuseum van kunstenaar Raoul De Keyser. Het museum voor actuele kunst bezit 15 schilderijen en tientallen grafische werken op papier. De Keyser stond 19 jaar geleden ook aan de wieg van Jan Hoets boreling. Nu brengt het SMAK 120 werken van De Keyser samen, de grootste collectie ooit, een sterk overzicht van de hele carrière van de einzelgänger.  

Raoul De Keyser (1930-2012) is een kunstenaar van de Leie, een rechtstreekse opvolger van de Latemse schilders, de expressionisten en Roger Raveel, met wie hij in de jaren 60 even meedraaide in de Nieuwe Visie, de Oost-Vlaamse versie van de pop-art. Enkele werken op de expositie "Oeuvre" zitten heel dicht bij Raveel aan, vooral de balkvormige aan alle kanten beschilderde objecten, room-dividers bij wijze van spreken. Die objecten schildert hij dan op nieuwe doeken. Zoals hij zich overal los van rukte, bleef De Keyser niet lang in het spoor van Raveel. Hij nam deel aan Documenta 1992, en aan de Biënnale van Venetië, in de Giardini, in 2007. 

Linnen doos, 1967, foto Peter Cox, Zeno X Gallery

Rand, hoek, tuin, hond, ritssluiting

De tentoonstelling begint in 1964, De Keyser was toen 34, en al bijna 20 jaar aan het werk. Maar hij heeft alles van voor 1964 vernietigd. Als dertiger ging hij naar de academie en won hij de "Prix Jeune Peinture Belge".  De Keyser is van meet af aan de meester van het schrale, spartaanse en fragmentarische. Geen kamer, maar een hoek, geen kledingsstuk maar de rits, geen raam maar de klink. Hij kadert zijn werk niet in maar spant het canvas, soms vrij slordig, om de rand. Zijn aquarellen op papier zijn wel ingekaderd.     

Raamklink, 1964, foto Hilde D'Haeyere

Raoul De Keyser schilderde alsof hij door een raam keek met dichtgeschoven gordijnen

Jan Hoet, stichter SMAK

Veel werken spelen zich ergens halfweg af, op de drempel tussen kamer en tuin, de geliefde plek trouwens van de huishond. Een typisch werk uit 1967 is "Gampelaere-omgeving" uit 1967, zie boven. Het stelt een reuzengroot stuk typisch Vlaamse prikkeldraad voor, tegen de groene aarde en de blauwe hemel. Ook opvallend is dat bij De Keyser niet het centrale punt van het werk, of een diagonale compositie, maar het grensgebied van het doek de aandacht trekt, en de kijker dan naar het midden leidt. 

Video player inladen ...

Voetbal kan niet zonder krijtstrepen

In Deinze, waar hij zijn hele leven woonde in dezelfde straat als zijn ouders, zag hij het voetbalveld van de lokale ploeg. Hij vond het metrisch-grafische van zo'n veld boeiend, was gefascineerd door de man die de krijtstrepen aanbracht, en hield ook van het spel op zich. Jarenlang was hij sportjournalist voor "Volksgazet".

Hij schilderde tientallen voetbaldveldfragmenten, doelpalen, netten, het werd zijn handelsmerk. Zijn werk inspireerde zijn vriend, de neo-realistische  dichter Roland Jooris. Kreatief, het tijdschrift van Lionel Deflo, het lijfblad van de neo-realisten, koos vaak een werk van De Keyser voor de cover.  

op eigen kracht

het riet
suggereert
de afwezige wind

een kano
trekt een lijnrechte
lijn in het water

in gelijkmatige
rimpelingen
spant een rivier
zichzelf weer op.

Roland Jooris

Minimal painting

De Keyser experimenteerde met minimal painting, hoeveel kon hij weglaten en toch de essentie behouden. Opvallend zijn de dubbele lijnen om een vlak af te bakenen. Hij creëerde ook ongewoon lange en platte of dunne werken, bijna al een dubbele streep op zich.  

Het sterke van Raoul De Keyser is dat hij met bijna niets ongelooflijk veel kan zeggen

Martin Germann, curator

De expositie valt trouwens op door een boeiende afwisseling van formaten. Er hangen een paar thematische reeksen van telkens iets grotere werken.  

Aan de oever

In de late jaren 70 ontdekt De Keyser "de oever" als inspiratiebron, en na 1980 de rivier, waarop hij met zijn eigen kano vaart. Hij stelt de oever en het water voor als een streep, of als een vlakte. In de jaren 90 maakt hij een reeks "sky and skin", zijn huid als hemel van zijn lichaam, het canvas als limiet van de mens en de wereld.  

De titels van De Keyser zijn uitzonderlijk, vaak ondermijnen ze het werk

Martin Germann, curator
Kerf, 1989, foto Hilde D'Haeyere

Paul Robberecht en Martin Germann

De witte ruimten van het SMAK lenen zich uitstekend voor het werk van De Keyser. Iets voor halfweg het parcours is er een caleidoscopische zaal, met alles door elkaar. Die ruimte is ontworpen door Paul Robberecht, die jaren geleden de uitbouw tekende van het atelier aan het huis van De Keyser. Die uitbouw is ook het onderwerp van een werk van De Keyser.  

De jonge Duitse kunsthistoricus Martin Germann werkt al 6 jaar in het SMAK, van kort voor het onverwachte overlijden van De Keyser, die hij meteen erg hoog inschatte. Voor Germann is De Keyser een universele kunstenaar, die zeker aanslaat in het Oosten. Een van de succesvolle tentoonstellingen van De Keyser was trouwens in Tokio. 

Ik betreur het heel erg dat ik nooit eens met Raoul De Keyser over voetbal ben kunnen gaan praten

Martin Germann, curator

De vicieuze ellips is rond

Het werk van De Keyser vertoont over al die decennia iets cyclisch. Het was dan ook een heel goed idee om in de laatste zaal weer schilderijen uit de jaren 60 te confronteren met later werk. Daar leer je dat nog voor de voetbalvelden de "Voetbalsok" kwam. 

Een van de revelaties is "Kind en asbak". Het toont zo'n fascinerend meubel- of sierstuk uit de jaren 60 en 70, een constructie op een blinkende poot van zeker één meter hoog met een toestel erbovenop waar de sigarettenpeuk na een druk op de knop in wegdraaide.  Ook erg mooi en exemplarisch is "kraantje met tuinslang". Meer De Keyser kan een schilderij niet zijn. 

Raoul De Keyser is een kleinmeester, hij bereikt radicaliteit in het kleine

Kasper König, Duits museumdirecteur

De Keyser tot de uitputting erop volgt

Alle waardering voor deze enorme inspanning van het SMAK, voor dit bijzonder complete overzicht van een vaak raadselachtig en niet meteen grijpbaar kunstenaar. En voor de ruime lichte opstelling die alle kansen geeft om elk werk tot zich te nemen. Maar het is wel héél véél. 

Misschien kan de toeschouwer ergens na de caleidoscopische zaal even pauseren, een stuk van de vaste collectie van het SMAK bekijken, een koffie drinken, een luchtje scheppen, om dan met frisse moed tot het einde te kijken en te genieten. Tot eind januari in het SMAK. Tegelijk toont het CC Strombeek een ensemble van grafiek van Raoul De Keyser. Alle informatie hier.

Hoek, 1964, foto Hilde D'Haeyere