1,5 graad Celsius: is onze landbouw klaar voor de gevolgen van de klimaatopwarming? 

Over 4 dagen verschijnt het VN-rapport van het internationaal panel van klimaatwetenschappers IPCC over de temperatuurstijging van 1,5 graad Celsius. Landbouworganisaties zullen het rapport met argusogen bekijken. De weerrecords van de laatste jaren liegen er niet om. Hittegolven, natte winters en langere periodes van droogte bepalen steeds vaker het weerbeeld en zullen dat bij een verdere opwarming nog meer doen. We stelden de vraag aan landbouwexperten: is onze landbouw klaar voor de opwarming? 

Wereldwijd hebben duizenden wetenschappers de mogelijke gevolgen van de opwarming van de aarde met 1,5 en 2 graden onderzocht. Hun bevindingen worden in Zuid-Korea een week lang onder de loep genomen, waarna het klimaatpanel samen met regeringsdelegaties een rapport opstelt dat moet dienen als leidraad voor klimaatbeleid.  Dat rapport wordt maandag 8 oktober gepubliceerd. 

De landbouw zal net als andere sectoren twee dingen moeten doen: de opwarming vermijden door minder CO2 te produceren en zich aanpassen aan de belangrijkste gevolgen van de opwarming. Deze zomer werd alvast duidelijk dat sommige gewassen het moeilijk krijgen.

Andere gewassen?

Droogteperiodes zoals we die deze zomer hebben gezien zullen nog toenemen . Dat blijkt uit prognoses. In zo’n lange, droge periodes kan de productie dalen met 10, 20 tot zelfs 50 procent zegt Pieter Janssens van de Belgische Bodemkundige Dienst: “Aardappelen, groenten en maïs hebben veel onder de droogte geleden. Boeren zullen vaker moeten water geven. Dat kan tot het drievoud zijn van vandaag. Het water is er. Maar het vraagt behoorlijk wat investeringen om het naar het veld te brengen.” Daarnaast verwacht hij ook een grilliger weerpatroon. De landbouw zal dat patroon volgen. Als er weinig water is, dan is de oogst minder. Als er er voldoende water is, dan is de oogst door het hogere CO2-gehalte groter.

Lees verder onder de video: 

Video player inladen ...

Afgelopen zomer gebruikten boeren in West-Vlaanderen al gezuiverd afvalwater van groenteverwerkende bedrijven om hun akkers te bevloeien. Dat is één manier om droogteperiodes op te vangen, meent Janssens. Er zijn nog andere manieren om zuinig met water om te springen. Met sensoren kan u nagaan hoeveel voeding of water een plant nodig heeft. Druppelirrigatie, waarbij het water door geperforeerde slangen loopt is duurder, maar met beide technieken kan de boer tot 20 procent van zijn waterverbruik besparen.

“Op die manier kan je de groententeelt blijven behouden, dat is een teelt met een behoorlijke meerwaarde. Andere teelten als maïs en suikerbiet zullen terrein verliezen ten koste van wintertarwe, dat beter tegen de droogte kan.”

maïsteelt krijgt het moeilijk

De bodem als buffer

De boer kan zich ook wapenen tegen de opwarming door de bodem beter te verzorgen. Veel bodems zijn nu sterk verdicht omdat tractoren steeds zwaarder zijn geworden. Door die verdichting spoelt het water sneller weg en hebben de wortels het moeilijker om voedingsstoffen op te nemen. Exacte cijfers zijn er niet, maar volgens een ruwe schatting kampt 80 tot 90 procent van de akkers met dat probleem. Een verlaagde spanning van de tractorbanden kan soelaas brengen. En timing. Vaak wordt er uitgereden wanneer het regent, door tijdsdruk. Maar voor de bodem is dat niet ideaal. 

Bodems worden vaak verdicht. © Sabine Joosten/Hollandse Hoogte

De aarde wordt dan te veel samengeperst. Als de grond dan ook nog weinig plantenresten bevat, is hij helemaal niet bestand tegen weersextremen,  zegt Hilde Vandendriessche van de Belgische Bodemkundige Dienst. “Oogstresten, compost, mest... Dat is het organisch materiaal dat een bodem nodig heeft om een sterke buffer te vormen tegen de opwarming. Dat soort bodem houdt het vocht langer bij  en kan ook veel beter het vocht opnemen. Jammer genoeg ploegt de boer vaak nog te diep, zodat die plantaardige resten niet belanden waar ze nodig zijn, namelijk in de bovenste laag.”

Lees verder onder de video:

Video player inladen ...

Boslandbouw?

Ontwikkelingsorganisaties pleiten al een hele tijd voor boslandbouw, een combinatie van landbouw en boomteelt. In een duur woord: agro-ecologie, of de synergie tussen bomen en gewassen. Die zou de bodem verrijken en de vraag naar water beperken. Maar dat is volgens onze experts niet altijd het geval. In tropische streken kan het werken omdat de planten er meer in de schaduw kunnen staan. Maar het hangt ook af van het soort van teelt zegt Pieter Janssens: “Volwassen populieren bij groenten, aardappelen of maïs trekken bij droog weer te veel water weg van die gewassen. Daar werkt “agro-forestry” dus niet. Maar kippen houden met vrije uitloop in een grasland met hagen en bomen werkt wel. Je kan dus de verschillende soorten van boslandbouw niet op één hoop gooien.”

boslandbouw, foto Bosplus

Daarnaast is er de opbrengst. "We zullen toch altijd rekening moeten houden met de groei van de bevolking en het landbouwgebied dat niet kan uitbreiden zonder de ecosystemen op aarde te in gevaar te brengen", meent Wannes Keulemans van de afdeling Plantenbiotechniek aan de KULeuven. “U haalt maar uit de bodem wat u er insteekt. Dat is mijn bedenking bij biologische landbouw of boslandbouw. Ze werken wel, maar ze brengen veel minder op dan de gangbare landbouw, er is dus veel meer grond nodig en die is er niet altijd.”

Ziektes op drift

Door de globalisering van de economie sluipen er regelmatig ziektes mee met het transport. Tegelijk nodigt een warmer klimaat schimmels en insecten uit om zich op andere plaatsen te nestelen. Malaria, de ziekte van Lyme, blauwtong: deze ziektes winnen elk jaar terrein omdat hun overdragers (muggen, teken en knutten) het warme weer volgen en de warme winters overleven.

Lees verder onder videofragment

Video player inladen ...

Barbara De Coninck van de afdeling Plantenbiotechniek van de KULeuven verwacht meer schimmels en insecten. Door het warme weer groeien planten langer. Met meer CO2 (en voldoende water) bloeien ze ook weelderiger. Daardoor kunnen schadelijke insecten zich langer voortplanten en hebben ze meer schuilplaatsen tussen de bladeren.  

“In de perenteelt zien we ziektes als bacterievuur, erwinia, en de schimmel stemphylium die zich uitbreiden door de klimaatverandering", zegt De Coninck. Als insecten langer kunnen gedijen en meer generaties kunnen voortbrengen, zal de boer ook langer moeten bestrijden, voegt Wannes Keulemans er aan toe: “Europa weert meer bestrijdingsmiddelen. Langer bestrijden met minder middelen betekent dat de kans op resistentie groter wordt. En wat die bacterieziekte betreft bij de peren, daar bestaat geen bestrijding voor. Dus dat zou wel eens ernstig probleem kunnen worden als u maar één peersoort als troef hebt, zoals bij ons de conferencepeer.”

Precisielandbouw

De klimaatverandering gaat navenant snel. Daarom moet de landbouw volgens onze experts snel en gericht kunnen inspelen op die veranderingen. Eén van de manieren om dat te doen is via precisieveredeling, in het jargon CRISPR/Cas. Dat is een specifieke vorm van genetische manipulatie. Daarmee kunnen eigenschappen van een plant worden gewijzigd of uitgeschakeld.

Precisieveredeling zal het vraagstuk niet alleen oplossen, maar het is zeker een manier om snel en veilig nieuwe soorten te ontwikkelen, zegt Wannes Keulemans. “Ik ben veredelaar van appels, met de gewone veredeling doen we 60 jaar over de ontwikkeling van een nieuw ras dat resistent is tegen schurft. Met deze techniek kunnen we dat op 10 jaar tijd. Die precisieveredeling is nu eigenlijk wel een veilige techniek. Het zou spijtig zijn dat mensen of drukkingsgroepen vanuit een bepaald gevoel zouden zeggen dat dat niet kan zonder dat men de zaken echt eens grondig bekijkt.”

The sky is the limit

Er zijn ook allerlei technieken om energie en plaats te winnen. Je kan gewassen gedeeltelijk onder zonnepanelen telen. Die beschermen de planten tegen te felle zon en houden de verdamping tegen. Men ontwikkelt zonnepanelen die licht doorlaten, maar geen warmte. Bram Van de Poel van de afdeling Plantenbiotechniek: “Het infraroodlicht wordt gebruikt om energie te produceren en met het licht kan de plant groeien. Ik zie in de toekomst ook meer hoogtechnologische serres verrijzen die het grillige weer kunnen trotseren. We zullen steeds efficiënter zon en ruimte gaan gebruiken om planten te kweken, bijvoorbeeld door meer in de hoogte te telen.  Dat kan niet voor elk gewas, maar er is nog veel speelruimte.”

Lees verder onder de video:

Video player inladen ...

Landbouw CO2-neutraal?

De landbouw staat voor enorme uitdagingen. Steeds meer mensen op een veilige manier voeden, met een beperkte hoeveelheid grond en onder steeds extremere weersomstandigheden. Volgens de Boerenbond lozen onze boeren een kwart minder CO2 ten opzichte van 1990. Maar om de stijging van de temperatuur ver onder de twee graden te houden mogen we met zijn allen over een paar decennia helemaal geen CO2 meer in de atmosfeer dumpen. Is dat haalbaar?

Lees verder onder de video: 

Video player inladen ...

Onze experts blijven voorzichtig. Wannes Keulemans wijst naar de olifant in de kamer: ons vleesverbruik. Wereldwijd neemt de veeteelt 17 procent van de CO2 uitstoot voor haar rekening. Dat is zoveel als de transportsector. We eten te veel vlees in het Westen en de groeilanden willen ook hun deel. “Twee derde van de gronden wereldwijd wordt gebruikt voor de veeteelt, 44 procent van de graanproductie gaat naar de veeteelt. Dus zullen we minder of anders vlees moeten produceren want we gaan sowieso meer grond nodig hebben voor gewassen. Tegelijk is onze manier om vlees te produceren één van de meest milieu-efficiënte ter wereld, misschien wel tien keer efficiënter dan in de Verenigde Staten.”

Voedselproductie in het oog van de storm

Als we de landbouw in vogelperspectief bekijken, dan zullen we in ons land navenant niet zoveel problemen kennen. Het is vooral het Middellandse Zeegebied dat in de klappen zal delen. Zo zijn de opstanden in Egypte, Tunesië, Libië en Syrië voor een deel te wijten aan een reeks mislukte oogsten. De grootste uitdaging blijft niettemin de gordel onder de Sahara, meent Keulemans. Op het eerste gezicht zijn alle ingrediënten aanwezig voor een humanitaire ramp: sterke bevolkingsgroei, slechte bodem, extremer weer, weinig infrastructuur en middelen, geen politieke stabiliteit...

“Onlusten en migratie, dat zal ons nog meer te wachten staan dan vandaag. Maar, het is oplosbaar. Het zal een heel gecoördineerd verhaal worden. De mensen ter plaatse zullen moeten kiezen wat ze willen en hoe. En wij moeten hen daar zoveel mogelijk in ondersteunen. Niet dat wij hen gaan zeggen wat ze moeten doen want het verleden heeft bewezen dat dat niet lukt. Ik ben heel optimistisch, maar dan moeten we de kwestie van de veeteelt ook aanpakken.”
 

Ik ben heel optimistisch, maar dan moeten we de kwestie van de veeteelt ook aanpakken

Wannes Keulemans, afdeling Plantenbiotechniek, KULeuven

Morgen: hoe vangen we periodes van droogte en hevige regenval op.