Abel Kavanagh MONUSCO

Wie zijn de ADF, een van de meest bloeddorstige milities in Oost-Congo? 

De stad Beni, in Oost-Congo, is het geweld van de jihadistische militie ADF al gewoon. In drie jaar tijd heeft ze zowat 700 burgers vermoord. Vorig weekend nog, drong ze brutaal door tot in het centrum van de stad. Beni vraagt zich af waarom er meer internationale aandacht gaat naar ebola dan naar de dagelijkse slachtpartijen van de ADF. Maar wie zijn ze? 

De ADF vindt zijn oorsprong in de jaren ’70. Toen  werd de Tablighi Jamaat , een strenge soennitische prekersbeweging, actief in Oeganda. Hoewel de Tablighi in wezen niet politiek is, kreeg ze een politieke rol door plaatselijke enthousiastelingen als Sheikh Suleiman Kakeeto, en Jamil Muluku, voorheen David Steven, een tot de islam bekeerde katholiek die de Oegandese regering van president Museveni uitdaagde. Hij werd in 1991 in de boeien geslagen nadat zijn groep het hoofdkwartier van de moslimraad bezette in de oude moskee van Kampala.  Na zijn vrijlating in 1992 stichtte Muluku een meer radicale vleugel van de Tablighi Jamaat, de “Salafistische Stichting”. Hij wilde er een nieuwe sociale orde mee bouwen, gebaseerd op de sharia.

Training in Soedan

De beweging van Muluku was in 1995 een van de trekkers van de Allied Democratic Forces, een verzameling van dissidente groeperingen die de Oegandese president Museveni (zie foto onder) wilde omver werpen. Muluku zocht steun én militaire opleiding in Soedan. Daar zou hij ook contact hebben gezocht met Osama Bin Laden. ADF-militanten werden er naar verluid getraind, sommigen zouden ook in Afghanistan hebben gestreden. De Soedanese ideoloog Hassan Al Turabi steunde de ADF en zag er mogelijk een manier in om via Oeganda heel Afrika van de radicale islam te doordringen. Volgens inlichtingendiensten heeft de ADF ook samengewerkt met de milities LRA (Lord’s Resistance Army’ in noord-Oeganda, en Al Shabaab in Somalië. (lees voort onder foto)

Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

Hoog in het gebergte

De ADF-rebellen voerden verschillende aanvallen uit op het Oegandese leger en op burgerdoelwitten. In 1996 vielen ze een technische school binnen in Kabarole. 80 leerlingen werden afgemaakt, 80 anderen werden ontvoerd.  En zo ging het maar door. De ADF kreeg wel steeds meer weerstand van het Oegandese leger, en ging begin jaren 2000 vooral in het oosten van Congo onheil stichten: moordpartijen, ontvoeringen, folteringen...  De zowat 800 tot 1500 strijders hadden een uitstekende uitvalsbasis in het Rwenzori-gebergte in het grensgebied, vlakbij de strategische steden Beni en Butembo. 

De militie is een hecht gecontroleerde organisatie die zich financiert met illegale houtkap en goudontginning. Ze hebben ook een netwerk van taxi’s en ze krijgen geld vanuit Londen, Kenia en Oeganda.
VN-expertenrapport

De dagelijkse terreur in beeld

De dagdagelijkse terreur en het lijden van de bevolking kreeg weinig aandacht. Tot reporter Elien Spillebeen in 2017 653 ooggetuigen ging opzoeken en de indrukwekkende documentaire “Beni Files” uitbracht.

In 2015 werd Jamil Muluku opgepakt. Zijn proces in de Oegandese hoofdstad Kampala is nog steeds aan de gang. “Ik ben geen moordenaar”, zei hij bij de aanvang van de zittingen. Maar de werkelijkheid is anders. Volgens de website Kivu Security tracker, die alle incidenten in de Kivustreek sinds april 2017 optekent,  heeft de ADF sindsdien nog minstens 89 burgers gedood bij 19 aanvallen. Daar is de aanval van vorige zaterdag nog niet bij gerekend. Toen drongen de rebellen tijdens een urenlang vuurgevecht door tot in het centrum van Beni. 14 burgers werden koudweg afgemaakt, er vielen tientallen gewonden.  (lees voort onder foto)

Waar is het leger? Waar is de MONUSCO?

De inwoners van Beni zouden moeten beschermd worden door het Congolese leger en door de grootste vredesmacht van de Verenigde Naties, MONUSCO. Maar die haalt weinig uit, ook al kwam de Speciale gezante van de VN-Secretaris-Generaal in Congo, Leila Zerrougui, in april op bezoek in Beni met de boodschap: “Deze regio kent een moeilijke veiligheidssituatie. Ik kom hierover praten, bekijken wat we samen doen, en hoe we beter kunnen doen, hoe we de samenwerking kunnen verbeteren om op de juiste manier de bevolking te beschermen.”

In de regio die sinds augustus ook nog eens geplaagd wordt door de ebola-epidemie, wordt de volkswoede elke dag groter. Dat de internationale gemeenschap massaal hulpverleners stuurt om de epidemie in te dijken, maar nooit heeft gejammerd over de dagelijkse doden door het geweld, nu al 700 op drie jaar tijd, wordt geschat, maakt de inwoners van Beni woedend. Zondag was er al een betoging, maandag hielden burgerorganisaties ‘ville morte’. Een dode stad. Stilte, om de doden te herdenken en hun afschuw te tonen.