AFP or licensors

Europees Parlement moet geen details geven over vergoeding van parlementsleden

Het Europees Hof van Justitie in Luxemburg oordeelde vandaag dat het Europees Parlement geen details moet geven over de vergoedingen van Europarlementsleden. Die info is volgens het Hof te persoonlijk en het zou te veel werk zijn om de documenten anoniem te maken. Momenteel moet Europarlementsleden niet aangeven waaraan ze hun maandelijkse onkostenvergoeding besteden. Journalisten hadden daarom inzage geëist, maar volgens het Hof van Justitie is dat dus niet nodig.  

Elke maand krijgen Europarlementsleden een wedde van netto 6.611 euro. Ze worden ook vergoed voor hun reiskosten en voor hun aanwezigheid bij vergaderingen. Daarbovenop krijgen Europarlementsleden een vaste onkostenvergoeding van 4.342 euro. Daarmee betalen ze onder andere de huur van hun kantoor buiten het Europees Parlement. 

Maar volgens een onderzoek van Knack in 2017 bleek dat negen van de 21 Belgische Europarlementsleden geen kantoor hebben buiten het Europees Parlement. Toen bleek ook dat het vooral onduidelijk is waarvoor de vergoeding wel en niet mag worden gebruikt.

Journalisten uit de 28 Europese lidstaten vormden een groep, het MEP's Project, die duidelijkheid vroeg. Ze wilden dat Europese Parlementsleden aangaven waarvoor ze hun vergoedingen gebruiken. 

Begin juli besliste de leiding van het Europees Parlement dat de parlementsleden dat niet hoeven te doen. Ze ging daarmee in tegen de stem van de plenaire vergadering zelf.

De journalisten stapten daarom naar de rechtbank. Maar die oordeelde vandaag dat het Europees Parlement terecht een inzage in de details van de vergoedingen heeft geweigerd. 

Te persoonlijk, te veel werk en niet noodzakelijk

Daarvoor geeft het Hof van Justitie verschillende redenen. Ten eerste zouden details over de vergoedingen te persoonlijk zijn. De privacy van de Europese Parlementsleden zou geschonden kunnen worden.

Een anonieme versie maken van de documenten - meer dan vier miljoen, zegt het Hof - zou dan weer te veel werk zijn. Zo zou het hele punt ook wat worden gemist, oordeelt de rechtbank. 

Tot slot konden de journalisten niet aantonen dat het noodzakelijk is om de details vrij te geven. "De verzoekers hebben niet kunnen aantonen waarom het noodzakelijk is om de persoonlijke data vrij te geven om een adequate controle te garanderen", klinkt het. Dat de journalisten aangeven dat ze vooral een publiek debat willen over de vergoedingen, is volgens het Hof ook geen voldoende reden.