Pieter Bruegel de Oude, van Pier den Drol tot universeel kunstenaar en stamvader van 4 generaties artiesten

In Wenen opent dinsdag een unieke en "sensationele" Bruegeltentoonstelling:  nooit hingen zoveel schilderijen van Bruegel bij elkaar, en allicht zal het ook nooit meer gebeuren. Er kwamen bruiklenen van overal, tot uit de Verenigde Staten. Dat koning Filip en koningin Mathilde maandagavond de tentoonstelling in het Kunsthistorisches Museum openen wijst op het grote belang. Maar wie is Bruegel? En hoe zit het met al die andere oude en jonge Pieters en Jannen? 

Volkstelling te Betlehem, copyright uitgeverij Mercator

Even de puntjes op de i: de enige officiële internationaal erkende schrijfwijze van de naam van de schilder is: "Bruegel". Zoals dat in zijn tijd en die van zijn (klein-) kinderen nog gewoon was, schreven de Bruegels hun naam op allerlei wijzen: Breugel, Brueghel, en zo nog wat varianten. Dat gaf aanleiding om te geloven dat de familie afkomstig was uit Breugel in Nederland, of Brogel en zelfs Bree in Vlaams-Limburg.

Nu wordt algemeen aangenomen dat Pieter Bruegel de Oude het levenslicht zag in Breda tussen 1525 en 1530. Zeker is dat hij tijdens zijn laatste levensjaren in Brussel woonde, en daar in de Kapellekerk begraven ligt, waar vlakbij zijn standbeeld staat. Hij overleed in de herfst van 1569, volgend jaar 450 jaar geleden. Genoeg om van 2019 een Bruegeljaar te maken. De tentoonstelling in Wenen is een spectaculaire proloog. 

Tussen Jeroen Bosch en Rubens

Bruegel werd zowat 75 jaar na Jeroen Bosch geboren, bij wie hij in zijn beginfase zeker inspiratie vond. Rubens is een halve eeuw jonger. Een paar afstammelingen van Bruegel werkten nauw met Rubens samen.

De 16de eeuw was een tijd van onrust en godsdienstoorlogen, van onderdrukking door de Spanjaarden, en onafhankelijkheidsstreven in Nederland. Dat valt te merken in het werk van Bruegel. Hij staat zeker niet aan de kant van het katholieke Spanje, maar kiest ook niet onvoorwaardelijk voor de protestantse opstandelingen. Het liedje "Pieter Bruegel in Brussel" van Wannes Van de Velde - zie onderaan dit artikel - wijst wel op het verband dat nogal wat mensen leggen tussen Bruegel en de geuzen. 

Heel wat schilderijen tonen een bedekte kritiek op het Spaanse religieuze terreurbewind. Al heeft hij een van zijn meest uitgesproken politieke schilderijen, "De Kindermoord te Betlehem" later her en der overschilderd om het minder hard te maken.   

De Dulle Griet

45 schilderijen en 65 tekeningen, daarmee moeten we het stellen

In de 16de eeuw begonnen kunstenaars naar Italië te reizen om kennis te maken met de grote kunst, en Bruegel deed daar graag aan mee. Van 1552 tot '54 was hij op tocht tussen Rome en Reggio di Calabria. Hij zoog er de spectaculaire Italiaanse berglandschappen in zich op.

Bruegel trouwde vrij laat met Maryken, de dochter van zijn leermeester in Antwerpen Peter Coecke van Aalst. Zijn zonen, Pieter de Jonge en Jan de Oudere hebben hun vader nauwelijks gekend. Het laatste bekende werk van Bruegel is gedateerd 1568.  

Van Bruegel zijn 45 schilderijen en 65 tekeningen bewaard. Hoeveel er verloren gingen is gissen. Zijn werk raakte snel verspreid over Europa.

Dat zoveel werk in Wenen belandde heeft te maken met de Habsburgers, die een residentie in Brussel hadden, het Paleis op de Koudenberg aan het huidige Koningsplein. Met name Oostenrijkse aartshertogen en gouverneurs hielden van  Bruegel en namen zijn schilderijen mee naar Wenen. Daarom bezit die stad de grootse collectie Bruegel: 12 schilderijen die de kern vormen van deze tentoonstelling, die dus nergens elders plaats kon vinden.   

Geen boerenschilder

Pieter Bruegel, Hooien, Lobkowicz Collections Praag

Breugel is een moderne kunstenaar, een action artist, dit gaat over het leven zelf

Manfred Sellink, curator

Als er iets is wat de tentoonstelling in Wenen onderuit wil halen is het het beeld van Bruegel als schilder van het primitieve boerenleven. Uit tellingen blijkt dat Bruegel meer soldaten dan boeren heeft geschilderd. En een derde van zijn werken behandelt een bijbels thema.  

Goed, hij heeft nogal wat "Breugeliaanse" taferelen in Vlaamse dorpen neergezet, maar heel vaak schetst hij de landbouwers waardig en met liefde, een zeldzame keer als brallende Bourgondische zatlappen en smulpapen.

In zijn agrarische doeken is Bruegel universeel: ook boeren in India begrijpen "De Oogst" en "Hooien". Overal waar arme bedelaars nog op aalmoezen zijn aangewezen snappen ze "De Parabel der Blinden". En veel van de spelletjes uit "Kinderspelen" zijn nu nog populair in Afrika en Zuid-Amerika. Geen enkele andere Vlaamse schilder heeft zo'n wereldwijde impact.

Het is Felix Timmermans die aan de basis ligt van het begrip "boeren-Bruegel". In zijn roman uit 1927 noemde hij Bruegel "Pier den Drol". In 1965 baseerde Jef Nys zich op die erg vrije interpretatie van Bruegels biografie voor zijn strip "De wonderbare Jeugd van Pieter Bruegel" in de Ohee-reeks van Het Volk. De brede verspreiding van dit tekenverhaal, met de jonge Bruegel als olijke grapjas die karikaturen tekent, bevestigde het heel eenzijdige beeld van Timmermans.  

Gevolg is dat vooral de boerentaferelen bij ons beroemd raakten. In Verschuerens geïllustreerd woordenboek kregen de "Kinderspelen" en "Spreekwoorden" encyclopedische aandacht. In het buitenland intussen lag de faam van Bruegel bij zijn adembenemende landschappen en allegorische werken. De tentoonstelling in Wenen moet voor eens en altijd - en vooral bij ons - een juist beeld van Bruegel introduceren. Diezelfde Timmermans is trouwens ook verantwoordelijk voor het foute beeld van Adriaen Brouwer als schilder van zatlappen en kroeglopers.   

Nog een interessant weetje: tot een eeuw geleden werd Bruegel bij de Vlaamse Primitieven gerekend. Na de Eerste Wereldoorlog stelden nieuwe kunsthistorici vast dat Bruegel toch wel een stuk later komt dan Van Eyck, en helemaal anders schildert. 

Bruegel heeft de 2 kwaliteiten van grote schilders: een losse penseeltoets en tegelijk een grote precisie. Los en gedetailleerd tegelijk. Het plezier spat ervan af 

Manfred Sellink, curator

Het Kunsthistorisches Museum in Wenen toont dus ruim 30 van de 45 bekende schilderijen van Bruegel, naast tientallen tekeningen en prenten. Bedoeling is het creatieve werkproces van de kunstenaar tonen, van idee tot uitvoering. Hoe deed hij het op het vlak van concept, techniek, vorm, stijl? 

De terugkeer van de kudde, KMH Wenen

Bruegel schilderde niet op doek maar op eikenhouten panelen, een erg fragiele drager. Hij gebruikte 2 tot 5 vertikale eiken planken per paneel. De tentoonstelling onderzoekt ook de psychologische trucs van Bruegel om de kijker in de compositie te trekken. Dat gebeurde vaak via een, soms later bijgeschilderd, personage dat van op een hoog standpunt het adembenemend diepe verre landschap inkijkt of binnenwandelt.    

Een nevensectie van de tentoonstelling behandelt het actuele onderzoek van Bruegel, dat met de modernste technieken het ontstaansproces doorlicht. Zo zien we de eerste strepen op het paneel, de opbouw, de weglatingen, de bijschilderingen, tot de finishing touch.  

Bruegel is uiteraard ook razend interessant voor wie geïnteresseerd is in het leven van gewone mensen in de 16de eeuw. Op zijn schilderijen staan honderden voorwerpen, meubels, wapens, bestek, speelgoed... In samenwerking met Bokrijk is ook dit aspect bestudeerd. 

Afstammelingen

Tussen de schilderijen door verwekte Bruegel 2 zonen, en die kregen een stel verdere nakomelingen. Die worden wel eens verward met hun roemruchte (groot-) vader omdat ze veel van zijn werk kopiëerden en reproduceerden, tientallen keren zelfs.  

Pieter Bruegel de Jonge (1564-1638), woonde en werkte in Mechelen en werd ook de "Helse Bruegel" genoemd, wegens zijn voorkeur voor angstaanjagende taferelen die nog een late invloed van Bosch verraden.   

Van alle telgen is Jan Breugel de Oudere (1568-1638) de belangrijkste. In het voetspoor van zijn vader trok hij naar Italië. Hij kwam tot aan het hof van de aartshertogen Albrecht en Isabella, en werd populair als schilder van landschappen, bloemen en allegorieën. Er zijn 450 werken bekend van Jan, de "Fluwelen Bruegel". Hij was een onmisbare medewerker van Rubens. 

2 zonen van Jan namen ook het penseel ter hand. Ambrosius Bruegel (1617-1675) werkte in Antwerpen en Italië. Hij kopieerde de landschappen en allegorieën van zijn vader.

Jan Bruegel de Jonge (1601-1678) was een stuk beter dan zijn broer. Hij werkte in het atelier van Rubens in Antwerpen, en in Italië, Sicilië en Malta. Zijn ding waren landschappen met antieke en christelijke fabels. Een aardje naar zijn vaartje dus. Maar zijn grootste verdienste was de introductie van dieren in de kunst. Het Musée de Flandre in Cassel ontdekte 2 jaar geleden dat Vlaamse kunstenaars de allereersten waren die dierenportretten maakten. Jan Bruegel de Jonge was een voortrekker op dat vlak.   

Ook Jan de Jonge had een schilderende zoon: Abraham Bruegel (1631-1690). In Antwerpen en Napels blonk hij uit in Italiaanse taferelen, fruit en stillevens. 

De laatste Bruegels heten Teniers

Dochter Anna van Jan Bruegel de Oude trouwde met David Teniers 2, zoon van David Teniers 1. Hun zoon en kleinzoon heetten ook David Teniers, nummer 3 en 4. David Teniers 4 (1672-1731) sloeg de brug tussen de oude kunst van zijn voorvaderen met de nieuwe stromingen van de 18de eeuw. En met hem stopt ook de complexe stamboom van de Bruegels, ruim 200 jaar of 4 generaties na de geboorte van good old Pieter.  

Meer informatie over de tentoonstelling vindt u hier, en over het onderzoeksproject daar