Illustratie door Caroline Vermeir

Ticket to the moon: New York is het toppunt van leven

New York definiëren is net zo ingewikkeld als zeggen wat voor kleur een kameleon heeft. Het enige wat buiten kijf staat, is dat alles in deze megastad voortdurend verandert. New York loopt vol outsiders: verhuizers en nomaden. New York is een stad waarvan de meeste inwoners niet in New York zijn geboren. De meeste mensen komen ergens elders vandaan. Je brengt je koffers mee, je zet ze hier neer in de megastad, en je bent een New Yorker. Makkelijk om er te geraken, veel moeilijker om er te blijven. New York is een harde stad. Een fascinerende stad. Het is een planeet. 

Je bent geen New Yorker, je wordt er één. En dat is een overwinning op zich. Je moet alleen de code zien te kraken: het leven ten volle leven, want deze stad slaapt nooit. New York is een beetje zoals leven in een film. Taxi Driver van Scorsese, Manhattan van Woody Allen, Midnight Cowboy van John Schlesinger. Een droomfabriek die écht bestaat. Als je er de eerste keer komt, ben je overweldigd. Je wordt verzwolgen. Het lijkt wel Planeet Maan, iets totaal apart.

Hier kan je Pamela Anderson tegenkomen op straat, of Bruce Springsteen, of Madonna of Yoko Ono tegen het lijf lopen. Hier ontmoette ik Stephen Colbert van The Late Show  in het echt, net als Michael Moore, Samuel L. Jackson en Steven Van Zandt. Hier kan je veel dingen voor de eerste keer doen. De eerste keer naar de Metropolitan Opera. Voor 200 dollar naar Madame Butterfly van Puccini. Hier stond ik voor het eerst op het dak van het CBS-televisiegebouw om over Trump te vertellen. Ik liep langs het kantoor van de legendarische Walter Cronkite, de man die 55 jaar geleden aan de wereld vertelde dat president Kennedy was vermoord. 

Je bent geen New Yorker, je wordt er één. En dat is een overwinning op zich.

Ontdekken doe je hier, aan honderd per uur. Zoals voor het eerst de schoonheid zien van de voort schuifelende mensen op de marmeren vloeren in Grand Central Station. Met 750.000 per dag zijn ze. En als je verder kijkt, ontdek je in Grand Central ook die geheime annex, het binnenveld van de Vanderbilt Tennis Club. Of dat straatje vlakbij Fort Greene in Brooklyn, waar gangster Al Capone als kind al actief was in een straatbende, de Boys of Navy Street.

New Yorkers klagen nooit echt. Ze ploeteren voort, aanvaarden hun lot, passen zich aan, veren recht en hakken zich een moeizaam bestaan uit in een veeleisende omgeving. Als de metro een kwartier stilstaat, dan zeggen ze daar niets over. Ze ondergaan, blijven ademen, luisteren voort naar hun muziek. Zelfs na verschillende terreurdaden in het hart van de stad, jakkerden ze gewoon door. We are New Yorkers. Desnoods werken ze zeven dagen op zeven. Keep smiling.  Die veerkracht is merkwaardig en uniek in de wereld. Het helpt je als nieuwe New Yorker om minder ter zeuren in het leven. Het helpt je om hoofd- en bijzaken te onderscheiden. 

Image license supplied to Caters from source

Veel winkels zijn 24 uur per dag open, 7 dagen op zeven. Bouwvakkers zie je ook op zaterdag en zondag aan de slag. En denk maar niet dat ze zondagsuren krijgen betaald. Heel wat warenhuizen hebben 20 kassa’s of meer, met 20 man personeel in een niet eens zo grote winkel. In veel appartementsgebouwen zitten er dag en nacht conciërges. De doorman  neemt pakjes aan, controleert wie binnen –en buitengaat, houdt de deur letterlijk voor je open en zegt elke keer dat je hem ziet: ‘You have a good day, or a good night.’  

Velen komen, en velen gaan, in en uit New York. Zeker als de dollartekens uit je ogen verdwijnen. Talloos veel mensen die ik ken, lopen gebukt onder torenhoge studieschulden. Soms zijn ze al veertig en moeten ze nog 100.000 dollar uit hun studietijd afbetalen, ook al hadden ze een baantje toen ze nog studeerden. Die bagage dragen ze voortdurend mee.

Toch kvetchen New Yorkers graag. Kvetch is een Jiddisch woord, maar integraal deel van de New Yorkse woordenschat. Kvetching betekent een beetje klagen en roddelen. New Yorkers kvetchen graag dat het vroeger zo veel beter was. U kent dat soort gekvetch wel. 

New York is nooit zomaar een megastad met miljoenen mensen. Elke New Yorker heeft haar of zijn buurt, zijn hood. Met alle kleine details die daarbij horen: je buurtbar, je schoenmaker, je kruidenier, je lokale postbode, je buurtidioot (die van mij heet Orlando), je drugverslaafde (die van mij heet Abraham). Gewoon: het simpele leven dat zich om je heen afspeelt. Je eigen kleine New York. Niets spectaculairs, maar wel heerlijk. 

Zoals New Yorker Anthony Bourdain het zei toen hij nog leefde: “Als je geluk hebt, zie je New York één keer in je leven. Doe zo weinig mogelijk als je er bent. Wandel een beetje. Verdwaal wat in de stad. Eet. Neem ergens een lekker ontbijtje. Doe een dutje. Probeer wat te vrijen met je lief. Eet nog wat. Slenter rond en drink een koffietje. Lees misschien een boek in het park. Drink wat wijn. Eet. Doe alles nog een keer. Zie je wel: New York is makkelijk.”

Het vuilnis moet je erbij nemen. Overal ligt het op straat. Overal waait het rond. Het is vaak vies en vuil in de stad, maar ach, het doet de liefde voor de stad niet bekoelen. Dit is geen klinisch mooie stad. Van New York hou je vanwege de schoonheid van de wanstaltigheid. Smerig is soms zo mooi.

New York is pokkenduur. Sinds 2000 is de gemiddelde huur van een flat met 75 procent gestegen. In dezelfde tijdspanne is het gemiddelde inkomen met 5 procent gezakt. Reken uit je verlies. Het is voor veel New Yorkers krabben om rond te komen. Tegelijk is het een speeltuin voor de rijken. Die kopen luxeappartementen op van 20 miljoen dollar die ze vervolgens leeg laten staan (het is een investering, zeggen ze, en een leuke plek voor als ze nog eens in de stad komen). In New York lijkt er geen plaats meer voor iedereen.  Het is een credit cardstad geworden. Soms verstikt de rijkdom, het grote geld, deze stad. Om hier te leven en te overleven heb je flink wat poen nodig. Geen wonder dat veel bars en restaurants om zes uur ’s avonds al vol zitten. Happy hour.  Alles een beetje goedkoper. Dan kost je glas wijn maar 8 dollar in plaats van 12. Overigens zal je nergens in New York van de dorst omkomen. Elk eethuis, elk café biedt je meteen gratis water aan. Daar kunnen Belgische etablissementen wel eens een voorbeeld aan nemen. 

Dit is geen klinisch mooie stad, maar smerig is soms zo mooi.

Buurten veranderen in ijl tempo in New York. Alles vervelt, alles evolueert razendsnel. Verpauperde buurten worden in geen tijd hip en trendy. Ooit was Williamsburg in Brooklyn een gore plek, een plaats om te mijden. Nu gaat iedereen er ’s avonds naar de rooftop bar van het Westlight Hotel. Veel buurten ondergaan in ijl tempo een metamorfose. De ene week ga je nog naar je vertrouwde supermarktje, de volgende week zijn de ramen zonder waarschuwing dichtgetimmerd. Het doet soms pijn om te zien hoe snel het gaat. Hoe dat buurtwinkeltje is vervangen door de tienduizendste Starbucks of door nog een filiaal van Citibank of nog maar eens een drogist van CVS. Zo zijn veel legendarische plekken verdwenen. Zoals het iconische muziekcafé CBGB’s aan de Bowery. Er is alleen nog maar een gevel over aan de Lower East Side, op de plek van waar The Ramones uit Queens (één van de wijken van New York) de wereld zouden veroveren met hun punkrock. 

Elke plek in New York ademt geschiedenis. Loop rond op Washington Square Park in de West Village. De triomfboog zal je herkennen uit de tv-serie Friends. In het park stap je eigenlijk letterlijk over lijken. Dit is een onzichtbaar kerkhof, een begraafplaats voor duizenden slachtoffers van de gele koorts rond het jaar 1800, toen Greenwich Village nog echt een dorp was. Je wandelt over 20.000 kadavers en je merkt het niet eens. Er staan geen kruisjes. Net buiten het park kan je je inschrijven aan de prestigieuze New York University (NYU). Ach, New York is the town for me!  Ik heb het hier al zovele mensen horen fluisteren. Ze komen uit de Midwest, uit het Diepe Zuiden, uit het noorden. Tegelijk zijn er weinig New Yorkers die zich in deze stad oud willen zien worden. Te lastig, te duur, te hectisch. Je krijgt er bij momenten bijna koorts van. Jungle fever. New York bombardeert je brein met een niet aflatende explosie van indrukken. 

Als je in New York woont en werkt, gaat alles snel en jachtig. Het leven stoot zich voort. Om de drukte in aanvaardbare banen te leiden, lopen veel New Yorkers voortdurend met een koptelefoon rond. Afgesloten van de wereld rondom. In zichzelf gevangen. Daar is het veilig. Je denkt dat ze asociaal zijn, maar eigenlijk proberen ze te overleven in de kokende menigte. Als je hypersensitief bent, kan deze stad een hel zijn. In New York, freedom is like too many choices, zong U2 ooit. Een schaakbordpatroon met 9 miljoen mensen. 

In New York verkeer je in een voortdurende staat van opwinding. Je bouwt elke dag een schat aan herinneringen op. De leuke plekjes waar je altijd naar wilt terugkeren. Het tochtje naar de Rozentuin van de Brooklyn Botanical Garden, met de heerlijke rozenvariëteiten zoals de Charles Aznavour of de Queen of Hearts. Levende parfums in een wereldstad. Wandelen door Prospect park of Fort Greene. Slenteren door de Lower East Side van Manhattan of door het smoezelige Harlem aan de 125ste straat en Park Avenue. Mijn favoriete bar Sister’s met de levens van alle obers die ik zo goed ken (allemaal kunstenaars in bijberoep). Mijn favoriete Griekse diner op DeKalb Avenue in Brooklyn, Mike’s Coffee Shop. De pastrami sandwich bij Katz’s Delicatessen. De echte New York Cheese Cake van bij Junior’s.  De trein naar Rockaway Beach of Coney Island. De hot dogs van Gray’s Papaya aan de 72ste straat en Broadway. Two Boots Pizza aan de 11de straat. De eenvoud van de gerookte varkensworst en de pure Poolse Zureksoep in Greenpoint. Of daar vlakbij, de Peter Pan Donuts (sinds 1953). Eindeloos is de lijst.

 

Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved

“I am in a New York State of mind.”New Yorkers kunnen het verleden snel achter zich laten. Deze stad kolkt van verandering. Het maakt niet uit wat er gisteren gebeurde, elke dag kan je opnieuw beginnen. De grootste troef van deze stad is de bulkende overvloed aan publieke ruimte. De straten, de parken, de metro, de bibliotheken, de musea. Overal heb je het recht om daar te zijn en in het uitgebreide gezelschap te toeven van vreemdelingen. Je kunt naar hartenlust staren en speculeren over waar al die mensen vandaan komen. 100 talen, 100 kleuren, oneindig veel mengelingen. Je kunt hier ook eenzaam en lang op een bankje zitten, jezelf beklagen, of je hondje aaien (er zijn in New York onvoorstelbaar veel honden). De anonieme menigte geeft je vuur en energie. Je bent hier in een democratie geboren. 

Veel mensen denken dat New Yorkers ruw zijn en gemeen. Dat klopt niet. Ze zijn wel erg no-nonsense en efficiënt. Ze hebben geen tijd om vriendelijk te zijn en warm voor iedereen die hun pad kruist. Er moet werk worden verzet, er is dus geen tijd voor warme woorden, zomaar. Maar één keer ze relaxed zijn, en als het er echt om doet, dan trekken ze hun koele rolluiken op en worden ze warme kameraden. Mijn buurman Grant is zo’n New Yorker. Nooit heeft hij tijd, altijd moet hij huizen verkopen, altijd is hij aan het bellen. Tot hij met zijn hondje Penny op stap is, dan smelt hij en dan slaat hij een praatje, en lacht hij. Dan zet hij z’n New Yorkse hart op een kier. Als je hier woont, ontdek je dat. Een beetje de ontdekking van de hemel. Daarom is het zo moeilijk om één keer naar hier te komen en daarna nooit meer. “Never can say goodbye,”denk ik dan. 

Bij elke terugkeer naar New York – na een kort familie-intermezzo in België – word ik intens blij. Het is een overweldigend gevoel als je met de taxi uit de Holland Tunnel komt gereden, of over de machtige Verrazanobrug vanaf Newark Airport in New Jersey. Al die wolkenkrabbers aan de horizon, die miljoenen onbekende mensen die je terugziet. Een overweldigend gevoel. New York prikkelt je bloedsomloop en verdrijft het chagrijn. 

 

Duizend verhalen. Allemaal New York. De wereld op een kluitje. 

New York, dat is de vleesgeworden verdraagzaamheid. Als je wilt weten hoe diversiteit eruitziet, kom dan naar hier. Aan het raam van mijn kruidenierswinkel op Fulton Street (Key Foods, sinds 1967) zie ik het gefotokopieerde berichtje naast de plaatselijke moskee hangen: We love our neighbors. Elke vrijdagmiddag hoor ik de muezzin door mijn buurt schallen. Mijn wijk is vele werelden bij mekaar. Aan de overkant van de straat bevindt zich het Nigeriaanse café waar ze in juni nog stonden te juichen toen ze IJsland versloegen op het WK voetbal. E Pluribus Unum. Uit velen één. 

Slenter zo veel en zo lang als je kan in New York. In Greenpoint waan je je in Polen. Loop langs Nassau Avenue en snuif de sfeer bij Pyza Restauracia. Niks fancy, maar zeer authentiek. Behoed je overigens voor de hippe zaken die je in reisgidsen terugvindt: vaak goed uitgekiende marketingstunts, geregeld overschat én schandalig duur. Stad van hypes. Aan de overkant van het water, in Manhattan, ben je plots in Koreatown, rond de 32ste straat. Daar kun je de wonderen van kimchi ontdekken. Contrasten, overal waar je gaat. Hippe cocktailbars. Fijne  eethuisjes zoals Russ and Daughters in de East Village. Op je weg naar huis een hele kolonie ratten tegenkomen op het trottoir. De indringende pisgeur in het metrostation. Een bijna fatale vechtpartij voor je ogen zien. De sirene van de NYPD. Je onbewogen blik opzetten, zoals veel New Yorkers dat kunnen: I am a New Yorker. I am used to this.

Je kan zoveel zien in New York, je gedachten laten dwalen en verdwalen. Plots zie je het huis van Charlie Bird  Parker, de beroemde saxofonist uit de glorietijd van de Jazz. Ik voel me in New York heel vaak losgelaten als een hondje zonder lijn. Op een mooie zomeravond duiken op straat plots vuurvliegjes op uit de struiken. Allemaal New York. 

New York: je hoort vijf talen spreken, je ruikt zes culturen op één dag, je hoort zeven soorten muziek, als verschillende zangvogels in de New Yorkse lucht. Ik ontmoet Sarah, een Amerikaanse met Oekraïens, Brits, Canadees en Roemeens bloed, getrouwd met een Oezbeek. Lauren is mijn buurvrouw uit Texas, met wortels in Ohio en New Mexico, en voor een achtste deel Blackfootindiaanse. Haar vriend Ryan, uit Colorado. Duizend verhalen. Allemaal New York. De wereld op een kluitje. En toch lijken ze ook allemaal op elkaar.

Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

New York, ‘s nachts aan het raam staan van je appartement op de vierde verdieping. De stad ziet eruit als een eindeloze reeks kooien, als honderdduizend vensters in donker en gouden licht. Soms vang je een glimp op van een bewoner, je ziet een neonlicht, je vermoedt een schaduw die beweegt, een lamp die aan- en uitgaat. Je ziet een mens, maar je kunt niet bij haar of hem komen. De persoon is er wel, maar ook niet. De schemerzone van de eenzaamheid in een metropolis als New York City. Een ongemakkelijke mix van extreem luid, ongelooflijk dichtbij en toch onbereikbaar. Je kunt overal ter wereld eenzaam zijn, maar in New York is het nog veel intenser, ook al ben je omringd door 9 miljoen mensen.

Om de eenzaamheid te bekampen, is de metro mijn favoriete plek. Ik ga op een bankje zitten, of ik blijf staan en kijk rond. Elke dag een nieuwe mix van mensen. Twee moeders, twee baby’s, een oude man die tegen zichzelf praat, drie zwarte gospelzangers die met hun pet rondgaan, en blijven glimlachen en dank u wel zeggen als ze geen dollarcent krijgen (al hebben de New Yorkers altijd wel een dollar bij om weg te schenken). Een dikke man aan de overkant van het gangpad. Drie zwarte meisjes die tegen elkaars schouder in slaap zijn gevallen. Een jongen die zijn meisje heftig kust. Een zwaar getatoeëerde vrouw die haar nagels vermiljoenrood lakt. Een Chinese man die in zijn moedertaal een luid gesprek voert over de telefoon. Drinkende vrouwen op hakken, een vader die zijn zoontje troost. 

Elke metrolijn heeft zijn eigen volkensoort. De L-lijn en de G-lijn tellen veel hip volk. Veel jong volk. De 6-lijn heeft een rijker publiek richting Upper East Side (ze wordt wel eens de Bloomberglijn genoemd, naar de vroegere rijke burgemeester die daar woont). De A-lijn vervoert dan weer veel zwarte New Yorkers naar hun woonwijken diep in Brooklyn.

Altijd zie je ook mensen slapen op de metro. Ze zitten te slapen, of ze staan te slapen. Ze doen in elk geval hun ogen dicht. Ze laten zich gaan, omdat ze zich thuis voelen ondergronds. Hun subway home.  Ik zie mensen meesterwerken lezen op de metro. Primo Levi, Survival in Auschwitz  (Is dit een mens?). Verzonken mensen, verdiept in drama’s uit de wereld bovengronds. Ik gluur vaak naast me. Ik snuif een lekker parfum op. Zou zij op weg zijn naar een eerste date? Ze lijkt wat nerveus. Je ziet hele romans passeren op de lange metrorit. The next stop is Hoyt-Schermerhorn. De naam alleen al.

Onlangs zag ik een vrouw van middelbare leeftijd Bijbelverzen intikken op haar notitie-app van haar mobieltje. Ze schreef: The world is out of control. Er passeert veel wijsheid ondergronds. Eén gevoel overheerst onder de grond, met een latente pieptoon in je oren: je bent niet alleen op de wereld. 

 

Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

New York is een stad van liefde. In Brooklyn hangt het zelfs op de muren geschilderd: Spread love, it’s the Brooklyn way. Medeburgers helpen je van harte als je letterlijk de weg kwijt bent. “En wie ben je? En waar kom je vandaan? En we zijn zo blij je te ontmoeten!” Ook dat is New York. Hoop, optimisme en betrokkenheid. Neem de coöperatieve winkel die ingaat tegen de grote industriële machten: lokale producten, lokale boerenmarkten ook, waar je zelfs je groenteafval naartoe kunt brengen om het te laten composteren. Op de markt kocht ik stroom van Green Mountain Energy.

Als ik op de hoek van mijn New Yorkse straat sta, dan fascineert dat bruisende leven, dat dag-en-nachtdoorgaan. De politie- en brandweerauto’s die met loeiende sirenes voorbijrijden, de wagens met hun gettoblasters waar de hiphop je bij nacht en ontij opzweept. Ik zie gele mensen, witte mensen, mulatten, mestiezen, homo’s, transgenders door mijn straat slenteren. Niemand die ervan opkijkt. Ik zie hoeren staan roepen, ik zie armeluizen zoals Abraham uit Trinidad staan bedelen voor een bagel. Ik zie hipsterjongens met hun lange baarden, ik zie coole meisjes met hun Dr. Martensschoenen, hun houthakkershemden en hun veel te korte broeken. Ik ruik de wiet in mijn straat, ik zie de drinkers met hun bruine zak waggelen, de wildplassers. Verbazing is elke dag mijn deel. Ik knijp mezelf vaak in de wang. 

De tinderverslaving van veel New Yorkers is ontzettend. Er bestaat zo veel hunker naar een beetje contact. Tinderen leidt in New York heel vaak en snel tot seks. Seks is in deze stad makkelijk te krijgen. Als een efficiënt medicijn tegen kilte en eenzaamheid. Samensmelten in het New Yorkse aquarium van alleenheid. Er wordt wat afgeswipet in deze stad. New Yorkers zijn ook niet al te geremd. Maak even een compliment over haar mooie pumps of haar sneakers, en je hebt al prijs. Dat weet ik dus van die swipende New Yorkers. Voor mannen is het hier makkelijk. Er zijn veel meer vrouwen dan mannen, en daardoor kunnen vrouwen niet al te kieskeurig zijn. Je ziet zo veel in New York. En hoe meer je ziet, hoe minder je soms weet.

New York heeft op vele vlakken een one night stand-mentaliteit. Zo laten ze het liefste hun eten aan huis leveren. Ze bestellen hun kleren en hun boeken online. Alles Amazon. De koerierdiensten verzwelgen in het werk. Elke dag ligt mijn gangpad beneden bezaaid met pakjes voor de bewoners. Afhaaleten, afhaalspullen, afhaalliefde. Snel besteld, en indien niet tevreden: terug naar afzender.

New York heeft op vele vlakken een               one night stand-mentaliteit.

Duurzame vriendschap sluiten met New Yorkers is verdomd moeilijk. Soms lopen ze hard weg van bestendigheid, diepte en intimiteit. Soms tonen New Yorkers een soort onverschilligheid voor alles en iedereen buiten de privécirkel. Maar als je één keer door hun muur heen breekt, dan wacht je het paradijs. Dat is het New Yorkmoment. Plots gebeurt er iets prachtigs. Zoals een vuurvliegje onverwacht verschijnt. Dan zijn New Yorkers trouw in de vriendschap, gastvrij, zeer attent, en warm. Dan vieren ze zelfs Thanksgiving met jou. Ze sluiten je in hun hart. Maar je moet hard werken voor je daar geraakt. Nick en Nelly. Steven en Jacki. Lauren en Ryan. Casey en Danielle. Darrell en Karen. We zouden ze niet meer kunnen missen. 

New York is als een beest dat altijd honger heeft. Soms eet deze stad je op. Soms spuwt deze stad je uit. Het tempo is duizelingwekkend. Op elke ruïne wordt binnen de kortste keren iets nieuws geboren. Rond de oude Domino Suikerfabriek verschijnt plots een prachtig park. De volgende dag duikt Justin Bieber net daar op, in het Domino Park, aan de voet van de Willamsburg Bridge. Famous on Instagram.

Als je het wilt maken in New York, moet je voortdurend je hoofd rechthouden. Je moet voortdurend aanwezig zijn en uit je doppen kijken. Je kan niet anders dan blijven doorgaan, met het hoofd naar de wolken, alsof de wereld van jou is. Alsof je een signaal uitzendt: That’s right, I am from New York. Wie in New York zijn kop laat hangen, ziet niet veel. Je mist alle pret.

New York is het toppunt van leven. Al die jonge New Yorkertjes die de stad overspoelen. Laat je niets wijsmaken: New York is echt een stad voor kinderen. New York is als een geiser die voortdurend de lucht in spuit.

New York is alles wat je erover hebt gehoord. Het is gek, het is vreselijk, het is fantastisch, het is prachtig. Na New York zal alles saai lijken. In New York word je verliefd. Op New York word je verliefd. De stad is groter dan het leven. Bigger than life. Het is de hoofdstad van de wereld. Het is de hoofdstad van cool. Onafhankelijk, rebels. In deze stad maakt je hart voortdurend sprongetjes. Je verdriet verdwijnt in de menigte. New York is je ticket naar de maan.

Andrea Franceschini