Transmigrant Salbaana doolde meer dan jaar tussen Calais en Brussel, en bereikte dan toch Londen: dit is zijn verhaal

Na maandenlang proberen is Salbaana uit Ethiopië erin geslaagd om verstopt in een vrachtwagen naar het Verenigd Koninkrijk te reizen. Dit is het verhaal van een transmigrant die meer dan een jaar tussen Calais en Brussel doolde. Tientallen keren werd hij gevat en uit de laadruimte van een vrachtwagen gehaald. Maar uiteindelijk reed er toch eentje door, tot in Londen.

“Hallo Marjan, hoe gaat het met jou?” Het is 23 uur ‘s avonds en ik krijg een bericht van Salbaana. Dat gebeurt wel vaker op eigenaardige tijdstippen. Veel tijdsbesef hebben deze jongens niet. Ze slapen zeer onregelmatig, omdat ze voornamelijk ’s nachts op vrachtwagens proberen te raken.

Altijd dezelfde voorzichtige beleefdheid ook. Als ik vraag hoe het met hém gaat, antwoordt hij gewoontegetrouw: “Met mij gaat het goed, en met jou?” 

Dat "goed" is relatief. Salbaana is wat we intussen "transmigrant" zijn gaan noemen. Hij probeert in het Verenigd Koninkrijk te raken en zwerft al anderhalf jaar tussen Calais, Brussel en Parijs. Toch is "Met mij gaat het goed" altijd zijn antwoord. Gevolgd door een beleefde "en met jou". 

Maar deze keer wacht hij niet af, er volgt meteen een nieuw bericht.

“Ik ben blij dat ik mijn geluk met u kan delen"
“Ik ben in het VK”

Echt? Ik sta in mijn badkamer met tandenborstel in de hand.
“Ja” is zijn antwoord.

Het is hem dus toch gelukt. De laatste keer dat ik hem zag in het Maximiliaanpark geloofde hij niet dat hij in Londen zou geraken. Al kende hij intussen veel lotgenoten die er wel in slaagden. Salbaana schatte zelf dat hij intussen al zo’n 90 keer in een vrachtwagen kroop. Soms reed die de verkeerde kant op, andere keren werd hij er in de haven van Calais uitgehaald door de haven- of andere Franse politie.

Hoe is het hem gelukt?

Maar niet deze keer. Hoe is het dan toch gelukt? Salbaana slaagde erin om zich samen met lotgenoot Jimmee te verstoppen in een vrachtwagen. De chauffeur stond geparkeerd in Calais en sliep.

Zo goed als alle snelwegparkings in Frankrijk op de weg naar Calais zijn al jarenlang gesloten. Maar de chauffeurs moeten nu eenmaal rusten. Ze parkeren dus op andere plaatsen en die zijn bekend bij de transmigranten. Zo zijn er een viertal plekken in Calais die momenteel uit de handen van mensensmokkelaars blijven. Wie geen geld heeft, kan onder meer daar op een vrachtwagen proberen te raken. Deze chauffeur stond op een plaats waar Eritreeërs en Oroma (etnische bevolkingsgroep in Ethiopië waar ook Salbaana deel van uitmaakt) rondzwerven.

Beurtrol

Transmigranten moeten solidair te werk gaan. Zonder hulp mislukt de oversteek gegarandeerd. Ze moeten ongemerkt in een vrachtwagen zien te geraken, en eenmaal verstopt tussen de goederen, moet de buitenkant er weer ongeschonden uit zien. Daarom is er altijd minstens één iemand nodig die de vrachtwagen aan de buitenkant zorgvuldig vergrendelt. Als die deur niet goed dicht is en bijvoorbeeld openvalt in de haven, dan wordt de vrachtwagen grondig doorzocht. En dan worden ze betrapt.

De jongens hebben een soort doorschuifsysteem. Diegene die vergrendelt en achterblijft, weet dat hij bij de volgende poging aan de beurt is. Dan sluiten anderen achter hem de deur.

Salbaana en Jimmee werden deze keer niet opgemerkt door autoriteiten. De vrachtwagen reed door tot Londen.

“Hoe wist je dat je in Londen was”, vroeg ik verwonderd. Ze zaten toch in een afgesloten laadruimte? Het antwoord bleek simpel: de gps op de smartphone gaf het aan. Het was dan enkel nog wachten tot de chauffeur zou stoppen om zijn vrachtwagen uit te laden. Die was “geschokt”. Ze vroegen hem nog de weg naar de diensten van Binnenlandse Zaken (“Home Office”), maar de man was te verbaasd om iets uit te brengen. Dus zochten ze zelf de weg om asiel aan te vragen.

Op de dool

Salbaana kwam in juli 2017 aan in Europa. Hij stak de Middellandse Zee over in een bootje van Libië naar Italië. Bij aankomst werden zijn vingerafdrukken genomen. Wat er dan moest gebeuren, was hem niet helemaal duidelijk. In Italië zijn geen kansen, is wat hij over die periode zegt. Al snel reisde hij met een paar lotgenoten door naar Parijs. Daar hoorde hij uiteenlopende verhalen. Van andere vluchtelingen en migranten, van hulpverleners, van mensen van allerlei slag en pluimage.

Salbaana hoorde ook van Calais en de oversteek naar het Verenigd Koninkrijk, dat voorgesteld wordt als het beloofde land. De zogenoemde jungle van Calais was toen al ontruimd (november 2016), maar tot op vandaag leven er in de directe omgeving honderden vluchtelingen en migranten die dromen van het Verenigd Koninkrijk. 

Overleven

Van september 2017 tot juli 2018 spendeerde Salbaana het grootste deel van zijn tijd in Calais, samen met andere Oroma en een paar Afghanen. Ze slapen in bosjes, onder de brug of onder plastic zeilen. Een slaapzak krijgen ze van hulpverleners die er een magazijn beheren met geschonken basisgoederen. Soms krijgen ze een tentje te pakken. In Calais worden ze ongeveer één keer per week ’s morgens vroeg gewekt door politie. Die pakt hen meestal niet op, maar jaagt hen wel weg. Tijd om veel mee te nemen is er dan niet. In het beste geval kunnen ze in hun vlucht nog de meest persoonlijke spullen meegrissen, zoals documenten, een foto of ander aandenken en hun smartphone. Alles wat blijft liggen, wordt door Franse politie ingeladen en meegepakt. Wat later op de dag krijgen ze van hulpverleners dan een nieuwe slaapzak. 

In Calais werken ngo’s al jaren samen in een poging om vluchtelingen en migranten de strikt noodzakelijke basisbehoeften te geven. Salbaana krijgt er schoenen en een schone broek. Een mobiel team van Help Refugees trekt dagelijks op vaste tijdstippen rond met generatoren. Daar kan hij zijn gsm opladen. In de winter krijgt hij een warme jas. 

In die periode ontmoet ik hem. Begin februari 2018 wordt Calais opgeschrikt door een schietpartij, vier Eritreeërs vechten voor hun leven. Ik breng verslag uit. De burgemeester geeft een korte stand van zaken, maar veel wijzer word ik er niet van. Mijn geluidstechnicus en ik rijden rond op zoek naar jongens die kunnen navertellen wat er gebeurd is. Rond een vuurtje staat een tiental jongens zich te warmen, Salbaana staat er ook. Het is koud. Mijn technicus en ik staan al na een half uur te trappelen en in onze handen te blazen om warm te blijven. De kou daar aan de kust dringt door tot op je botten. Het is niet simpel om tongen los te krijgen. Transmigranten zijn schuw, vertrouwen winnen kost tijd.

Dat vertrouwen groeit met de maanden. Salbaana vertelt over het kat-en-muisspel met de politie, en hoe moeilijk het is om een vrachtwagen te vinden voor de oversteek. En het wordt alsmaar moeilijker. Het gebied waarin ze zoeken breidt uit. De jongens reizen op en af tussen Calais en Brussel, soms ook richting Parijs. Ze houden elkaar op de hoogte van plaatsen waar vrachtwagens stoppen. Salbaana blijft weg van de snelwegparkings. Hij heeft het nodige geld niet om mensensmokkelaars - "maffia" zegt hij - te betalen.

Cirkels draaien tussen Calais en Brussel

Als hij in Brussel is, hangt hij vaak rond in het Maximiliaanpark. Tegen de avond kan hij er aanschuiven voor een kom rijst en soep. En af en toe vindt hij onderdak bij een vrijwilliger via het burgerplatform voor overnachtingen. Zo komt hij terecht in een chique villa in Terhulpen met zwembad. Een andere keer vriest het zo hard dat een alleenstaande moeder hem samen met 9 anderen laat slapen in haar woonkamer. Maar er zijn ook nachten waarop hij ronddoolt, in de hoop ergens een plek te vinden om aan de kou te ontsnappen. 

De volgende dag keert hij dan terug naar het Maximiliaanpark. Van daaruit vertrekken ze samen naar plekken waarover ze horen vertellen. Met het openbaar vervoer en te voet is het een hele onderneming om op de plekken te raken waar mogelijk vrachtwagens zijn.

Openbaar vervoer kost geld en er wordt heel wat afgereisd. Van België in een vrachtwagen naar Calais, daar betrapt worden. Dan wat pogingen in Calais en omgeving om in een vrachtwagen te raken en dan weer met de trein naar Brussel, om het in België te proberen. In België zoeken ze op stopplaatsen voor vrachtwagens van Mons tot de kust.

Al snel ondervindt Salbaana dat zonder treinticket reizen een groot risico is. Als je gecontroleerd wordt, vraagt de treinbegeleider een identiteitskaart. Als je die niet kan voorleggen wordt de politie erbij gehaald. Ook een ticket aan verminderd tarief voor jongeren onder de 26 jaar durven de jongens niet meer te kopen. Ze ondervinden dat je ook dan een identiteitsbewijs moet tonen, om je leeftijd te staven. En op een bepaald punt, in mei, beginnen treinbegeleiders plots zijn identiteitskaart te vragen zelfs al heeft hij een ticket, zo vertelt hij.

Wassen en eten

Waar haalt Salbaana geld? Net als bij alle andere jongens is geld een taboe. Als je het onderwerp aansnijdt, betekent dat meestal het einde van het gesprek. Sommigen hebben nog een beetje geld over van toen ze vertrokken. Ze weten dan niet hoe lang ze daar nog van moeten leven. Anderen krijgen van het thuisfront nog iets. Nog anderen doen "klusjes". Wat die klusjes zijn, is moeilijk te achterhalen. 

Soms verkoopt iemand een slaapzak of tentje dat hij net zelf van hulpverleners kreeg aan een naïeve nieuwkomer. Ook prostitutie is een mogelijkheid. Eén keer zag ik voor de tent van een veertienjarige jongen gescheurde verpakkingen van condooms liggen. In verschillende mensenrechtenrapporten wordt het vermoeden ook uitgesproken dat dit een manier is waarop sommige migranten en vluchtelingen aan geld komen.

Persoonlijke hygiëne is beperkt. In Calais besliste de rechtbank dat deze mensen recht hebben op drinkbaar water. Tijdens de kantooruren zijn er kraantjes beschikbaar en soms komt er een mini-bus die wie wil en durft naar een openbare douche brengt. In Brussel kan douchen soms bij een vrijwilliger thuis. In vele gevallen is de hygiëne beperkt tot wat sprenkelen in een openbaar toilet. Dokters van de Wereld getuigt over de huidziekten waar deze mensen mee kampen door het gebrek aan hygiëne, naast luchtwegaandoeningen eigen aan het leven op straat.

Ook voor propere kleren zijn deze jongens afhankelijk van liefdadigheid. De vieze kleren stoken ze in winterweer op om zich aan te verwarmen.

Meer politie-acties in België

Af en toe sprak ik af met Salbaana. Dat verliep moeizaam, het was nooit zeker of hij zou komen opdagen. Zo was er midden mei een gemiste afspraak. Dagenlang liet hij daarna ook niks van zich horen. In die periode hingen er ook opvallend minder transmigranten rond in het Noordstation. Minister van Binnenlandse Zaken Jambon kondigde toen net acties aan "om te voorkomen dat er netwerken ontstaan van mensensmokkelaars".

Plots duikt hij toch weer op.  Via het Burgerplatform voor Overnachtingen kwam hij bij een gezin terecht waar hij dagenlang mocht blijven, tot "het gevaar" geweken was. Het Burgerplatform ziet dit soort acties als een vorm van protest tegen een inhumaan en zinloos beleid. Wat "ontrading" heet bij minister Jambon en staatssecretaris Francken, heet "opjagen" bij de hulporganisaties. 

In rook opgaan

Begin juni zag ik Salbaana voor het laatst. We zaten in het Maximiliaanpark aan zo’n picknickbank. Verderop leefden andere jongens zich uit in een partij voetbal. Hij was uitgeput, had dagenlang nauwelijks geslapen en ook anderhalve dag niks meer gegeten. Ik wilde hem de appel geven die ik bij me had, maar dat sloeg hij af: “Ramadan”.

“Dat is toch geen verplichting in deze omstandigheden?”, vroeg ik. Maar hij zag het als een erezaak. Zo voelde hij zich toch nog iemand. Toen hij mijn ongeloof zag, voegde hij eraan toe “dat hij vanavond na zonsondergang misschien wel op de voedselbedeling zou raken”.

Het ging niet zo goed met hem. De dagen sleepten zich voort in leegheid. Hij had niks omhanden en zijn pogingen om de oversteek te maken mislukten keer op keer. Zeker 90 keer had hij het geprobeerd, zo zei hij moedeloos. Hij kende intussen veel lotgenoten die wel slaagden. Maar hij had telkens opnieuw weer "pech". Al meer dan twee jaar stond zijn leven op pauze en hij zag geen toekomstperspectief. Intussen was hij al drie keer opgepakt door de Belgische politie “and they said that the next time I will be imprisoned”. Hij was nog angstiger geworden en had het over “razzia’s” van de politie in het Noordstation.

“Waarom kan ik niet gewoon asiel aanvragen hier?” vroeg hij wanhopig. Al lang daarvoor had hij me verteld dat hij niet per sé naar het Verenigd Koninkrijk wilde. Maar in België maakt een asielaanvraag voor hem weinig kans, omdat de autoriteiten in Italië als eerste zijn vingerafdrukken registreerden. Volgens de zogenoemde Dublinregels moet hij daar asiel aanvragen.  “Wat moet ik doen? Ik kan geen kant op. Ik kan toch niet in rook opgaan?” 

Wat nu?

Salbaana slaagde er afgelopen zomer dus toch in om in het Verenigd Koninkrijk te raken. Daar heeft hij intussen asiel aangevraagd. Een kort intakegesprek is achter de rug. Hij verbleef daarop een maand in een soort opvangcentrum waar hij sliep in een kamer voor vier. Nu heeft hij een kamer voor zichzelf in een stad in Wales. Hij mag niet werken zolang de procedure loopt, vertelt hij. Zijn dagen brengt hij piekerend door. Hij moet zich voorbereiden op het “grote interview”. Hij ontmoette al de advocaat die hem moet bijstaan. Hij zegt ook te lezen in een Engels boek over grammatica en gaat op straat voetballen.

Ook in het Verenigd Koninkrijk is er een reële kans dat hij naar Italië gestuurd wordt. Ook daar kunnen de asieldiensten bij een zogenoemde Dublincheck op zijn eerdere vingerafdrukken stoten. Dan begint zijn verhaal van voor af aan. Eenmaal terug naar Italië, is het ongeveer vijf dagen reizen om weer in Brussel of Calais te raken. Dat stelde ik vast bij een Eritrese jongen die vanuit Brussel naar Italië teruggestuurd werd.

Wie is Salbaana?

Salbaana is 25 jaar. Hij komt uit Ethiopië, meer specifiek de regio Oromia.

Hij behoort dus tot de Oroma, de grootste ethnische bevolkingsgroep in Ethiopië, waarvan een deel ijvert voor onafhankelijkheid. Bij de Oroma heb je zowel christenen als moslims. In Ethiopië is geen vrije pers, volgens mensenrechtenorganisaties worden tegenstanders van het regime opgesloten en bij de protesten vielen er al honderden doden. Salbaana zegt dat zijn vader vermoord is. Waar zijn broer is, weet hij niet. Zijn moeder leeft nog in Ethiopië, heel soms lukt het om haar te horen. Zo’n twee jaar geleden, toen het conflict in zijn regio oplaaide en er veel geweld was, ontvluchtte hij zijn land. Hij kwam in Libië terecht waar hij niet veel meer over kwijt wil dan "they sell us like cars over there”. 

Waarom Salbaana's verhaal?

Het fenomeen van de vluchtelingen en migranten die de oversteek willen maken naar het Verenigd Koninkrijk, leerde ik kennen in Calais en Duinkerke. De kampen daar zijn intussen ontruimd, maar duiken telkens opnieuw weer op. Honderden mensen zwerven er rond. Ook hier in België is het intussen een felbesproken onderwerp geworden. 

Er wordt veel gezegd en geschreven over transmigranten. Maar transmigranten komen zelf niet aan het woord. Er wordt over hen gepraat. Eigenlijk weten we nauwelijks wie ze zijn, waarom en hoe ze doen wat ze doen. De ene transmigrant is de andere ook niet. Beweegredenen verschillen, toch zijn er veel gelijklopende verhalen.

Het fenomeen bestaat al jaren. Deze mensen gaan niet in rook op, door ze ergens te verjagen. Ze blijven rondzwerven. Stuur ze terug naar het land waar ze Europa binnenkwamen (meestal Italië of Griekenland) en de kans is groot dat ze hier vijf dagen later weer staan. 

De afgelopen twee jaar heb ik verschillende jongens gevolgd. Met velen verwaterde het contact snel. Weinigen spraken genoeg Engels of Frans om meer dan wat losse woorden mee te spreken. Dan wordt contact houden via berichten moeilijk. Af en toe lukte het om met één van hen af te spreken in het Maximiliaanpark. Ze leven zonder regelmaat en weten nooit met zekerheid waar ze de volgende dag zullen zijn en in welke toestand. De meesten verdwenen na verloop van tijd van mijn radar, wellicht veranderden ze van gsm-nummer. 

Salbaana bestaat echt, maar voor dit artikel gebruikte ik niet zijn echte naam. Alleen op die voorwaarde mocht ik zijn verhaal vertellen. Hij is bang en zolang hij geen papieren heeft, wil hij niet herkenbaar in beeld.  

De meeste jongens vertellen weinig over wat hen overkomen is. De emoties nemen al snel de overhand als het over traumatische ervaring gaat en dan haken ze af. Ze zijn ook vaak bang dat wat ze zeggen mogelijk tegen hen of familie in het thuisland gebruikt kan worden. De angst zit diep. Bovendien hebben ze niks te winnen door hun verhaal aan mij te vertellen. Ik heb hen niks te bieden. Ze willen liefst zo onzichtbaar mogelijk blijven tot ze "veilig zijn", tot ze legaal ergens kunnen verblijven en werken.