Baby op slaapkamer ouders laten slapen heeft niets dan voordelen

Als een baby op de slaapkamer bij de ouders slaapt, is dat niet gerelateerd aan slaap- of gedragsproblemen op latere leeftijd. Sterker nog: het zou zelfs positieve effecten kunnen hebben, zoals een verbeterde slaapkwaliteit en meer sociaal gedrag. Dat blijkt uit een grote en langdurige studie naar de slaapplaats van een baby in het eerste half jaar, waarbij de kinderen later gevolgd werden tot ze zes of acht jaar waren.  

In België raadt Kind & Gezin aan om een baby "zeker tot 6 maanden en bij voorkeur tot 1 jaar te laten slapen in de ruimte waar jij ook bent: de woonkamer, de opvangruimte, slaapkamer, ... zo kan je regelmatig en rechtstreeks toezicht garanderen. 's Nachts slaapt een baby zo dicht mogelijk naast het bed van de ouders, maar wel in zijn eigen bed (co-sleeping genoemd)".

In Nederland wordt eveneens aangeraden om de baby de eerste 6 maanden in de kamer van de ouders te laten slapen, wat men room-sharing noemt, omdat dit het risico op wiegendood bijna halveert, en ook de Wereldgezondheidsorganisatie WHO beveelt dat de eerste 6 maanden aan, en moedigt het aan tot een jaar. 

Afhankelijk

Toch zijn veel ouders bang om hun baby in hun kamer te laten slapen, omdat ze bijvoorbeeld bang zijn dat de kinderen dan afhankelijk zullen worden van de ouders, dat ze de ouders nodig zouden hebben om in slaap te vallen of door te slapen... En dat zou dan weer op latere leeftijd allerlei ontwikkelingsproblemen geven, zoals meer slaap- en gedragsproblemen. Andere ouders en professionals denken dan weer net het tegenovergestelde: dat het slapen van de baby op de kamer van de ouders positieve effecten heeft op de ontwikkeling van het kind. 

Er wordt veel over gespeculeerd en gediscussieerd, maar tot nu toe had er nog niemand onderzoek gedaan dat kinderen langdurig heeft gevolgd, en de slaapplaats vroeg in het leven aan het gedrag van het kind later heeft gekoppeld. Ontwikkelingspsycholoog Roseriet Beijers van de Nederlandse Radboud Universiteit heeft dat nu wel gedaan, in samenwerking met de University of Maryland. En het blijkt dat er geen negatieve effecten zijn. "Wat we gevonden hebben, is dat we niet kunnen zien dat het samen slapen gerelateerd is aan latere problemen, niet als de moeders rapporteren en ook niet als de leraren rapporteren", zo zei ze in het Radio 1-programma "Nieuwe Feiten". 

200 kinderen

Om meer inzicht te krijgen deden doctor Beijers en haar collega's de eerste grote studie naar dit fenomeen, met bijna 200 baby's en hun ouders. Ze lieten de ouders een dagelijks slaapdagboek bijhouden voor de eerste zes maanden van het leven van de baby, en konden zo berekenen hoe veel weken de baby's bij de ouders op de kamer sliepen.

Vervolgens volgden ze de kinderen tot ze 6 tot 8 jaar oud waren. Ze lieten de moeders, maar ook leraren, rapportages maken van het gedrag van de kinderen. Daarnaast werd het gedrag van de kinderen geobserveerd. Zo konden ze kijken naar slaapproblemen, gedragsproblemen als angst en agressie, maar ook naar zogenaamd pro-sociaal gedrag: de behulpzaamheid voor anderen, bijvoorbeeld het troosten van een ander kind dat gevallen is.

Geen negatieve, mogelijk zelfs positieve gevolgen

De resultaten laten zien dat samen slapen of room-sharing niet gerelateerd is aan slaap- of gedragsproblemen als de kinderen 6 tot 8 jaar zijn. "Hoewel speculaties bestaan dat room-sharing vroeg in het leven allerlei slaap- en gedragsproblemen in de hand werkt, komen er geen aanwijzingen naar voren uit dit onderzoek dat room-sharing in de eerste zes maanden negatieve effecten heeft op het kind", zo zegt Beijers. 

Daarnaast lijken er aanwijzingen te zijn dat er wel een verband is tussen room-sharing vroeg in het leven en positieve uitkomsten bij het kind, waaronder een verbeterde slaapkwaliteit en meer pro-sociaal gedrag. Om daar definitieve uitspraken over te kunnen doen, is er volgens Beijers echter meer en ander onderzoek nodig. In elk geval zijn er geen aanwijzingen om aan te nemen dat er negatieve effecten zijn, en het blijft hoe dan ook een feit dat het risico op wiegendood bijna halveert als de baby de eerste 6 maanden van zijn leven in een eigen wiegje in de kamer van de ouders slaapt. 

De studie van Roseriet Beijers en haar collega's van de University of Maryland is gepubliceerd in "Child Development".