Hoe zal de natuur om ons heen veranderen als de aarde met 1,5 graad Celsius opwarmt?

Als de aarde straks met 1,5 graad Celsius opwarmt, wat betekent dat dan voor de natuur en hoe kunnen we de natuur inschakelen om het klimaatvraagstuk aan te pakken? Zes biologen van de UAntwerpen formuleren antwoorden in aanloop naar het belangrijke rapport van het VN-klimaatpanel.

Wereldwijd hebben duizenden wetenschappers de mogelijke gevolgen van de opwarming van de aarde met 1,5 en 2 graden onderzocht. Hun bevindingen worden in Zuid-Korea een week lang onder de loep genomen, waarna het klimaatpanel samen met regeringsdelegaties een rapport opstelt dat moet dienen als leidraad voor klimaatbeleid.  Dat rapport wordt maandag 8 oktober gepubliceerd. 

De eucalyptus als vijand

Terug naar 20 september. De Portugese boer Armando Carvalho geeft een persconferentie in Brussel. Hij daagt samen met een aantal collega’s uit andere lidstaten Europa voor de rechter. Zij vinden dat Europa te weinig doet tegen de opwarming.  Portugal kreunt al jaren onder de vele bosbranden. Bijna elk jaar sneuvelen de records.

eucalyptus brandt als een lucifer AP2005

Dat is ook onze schuld, zegt Carvalho. "We hebben massaal eucalyptusbomen aangeplant. Dat is een snelle groeier en een uitstekende opbrengstboom. Maar de eucalyptus brandt als een lucifer. Onze inlandse soorten zoals de kurkeik kunnen veel beter tegen bosbranden. Ze houden die zelfs tegen. Komt daar nog bij dat de zaden van de eucalyptus pas ontkiemen na een sterke verhitting. Dus na een brand duiken overal eucalyptusbomen op."

Het is maar één voorbeeld van hoe één ingreep in de natuur grote gevolgen kan hebben.

Sneeuwbaleffecten

Voor deze aflevering hebben we afgesproken met zes biologen van de UAntwerpen.

Er dreigen kantelmomenten wereldwijd die we niet meer kunnen stoppen, zo luidt het. Het opwarmen van de Poolzee is wellicht het bekendste voorbeeld. Door het smelten van het poolijs worden minder zonnestralen weerkaatst en warmt de zee verder op. Een ander kantelmoment is de dooi van de permafrost in het noorden. Als de
altijd bevroren veengebieden warmer worden, ontsnapt het krachtige broeikasgas methaan.

Ook in Zuid-Amerika zien we een tipping point in de maak, zegt Sara Vicca. Het Amazonewoud is, op de zee na, één van de belangrijkste opslagplaatsen van CO2. Dat woud heeft een eigen watercyclus. Door de opwarming krijg je meer droogte, er ontstaan meer branden, er komen meer open plekken in het bos waardoor er minder water verdampt en het leefgebied nog droger wordt enzovoort.

Dit is een van de manieren waarop klimaatverandering zichzelf kan versterken.

(Lees verder onder het videofragment)

Video player inladen ...

In Europa zien we gelijkaardige effecten. De hittegolf en droogte van 2003 bijvoorbeeld, leidden tot een enorm verlies van koolstof uit vegetatie en bodems en deden zo 4 jaar van koolstofopslag in de natuur teniet. 

Hetzelfde zien we als de planten vroeger gaan groeien, meent Ivan Nijs: “Planten gebruiken vroeger water en daardoor kan er ook vroeger droogte ontstaan. Maar droogte leidt tot hitte. Als er geen water is, is er geen verdamping. Water dat verdampt zorgt voor koeling. Dat valt weg, dus krijg je weer hitte die tot extra droogte leidt.”

Planten gebruiken vroeger water en daardoor kan er ook vroeger droogte ontstaan. Maar droogte leidt tot hitte

Ivan Nijs, professor biologie UAntwerpen

Die interactie tussen water en bodem maakt dat je bij een gemiddelde stijging van 1,5 graad Celsius in onze contreien pieken krijgt van 2,5 graad. Bij een gemiddelde stijging van 2 graden krijg je extremen van 3,5 graad Celsius, waarschuwt Sara Vicca.

Aanpassingen in de natuur

De natuur zal zich hoe dan ook aanpassen. Sommige soorten zullen het goed doen, andere minder. Maar het is moeilijk te voorspellen hoe het zal lopen. De natuur en het klimaat hebben nog niet al hun geheimen prijsgegeven. Er zijn wel een aantal trends die zich aftekenen. Door het afzwakken van de straalstroom blijft het weer voor langere tijd constant. Dat kan een lange periode van kou zijn, van regen of van hitte zoals afgelopen lente en zomer. Tegelijk krijgen we er ook vaker hevigere stormen bovenop.

Erik Mathysen bestudeert al jaren de evolutie van de natuur. “Soorten gaan de temperaturen volgen, maar in bepaalde gevallen krijg je een mismatch", zegt hij. "Marmotten die te vroeg uit hun winterslaap ontwaken bijvoorbeeld en geen eten vinden. Sommige insecten zullen terrein verliezen zoals sommige hommels die naar hier trekken maar niet meer terug kunnen keren omdat het te warm is in het zuiden. We zullen hoe dan ook combinaties krijgen van soorten die we nog niet eerder hebben gezien. We noemen dat niet-analoge gemeenschappen.”

Lees verder onder het videofragment

Video player inladen ...

Planten passen zich ook trager aan dan dieren en insecten, daar krijg je dus ook een onevenwicht. Zo zijn de dennenprocessierupsen en de termieten stilaan aan het oprukken en die kunnen behoorlijk wat schade aanrichten aan onze bomen. De ambrosia is een gevederde plant die stilaan oprukt uit het zuiden, zegt Ivan Nijs. “Je vindt ze nu al in Parijs, maar ze zal tot bij ons komen en daar vooral het leven van hooikoortslijders zuur maken."

De ambrosia bijvoorbeeld zal tot bij ons komen en het leven van hooikoortslijders zuur maken

Ivan Nijs, professor biologie UAntwerpen
de ambrosia AP2006

Hetzelfde zien we op zee, zegt Gudrun De Boeck. Kabeljauw en roodbaars trekken naar het noorden.  Maar tong en schelvis krijgen het moeilijk omdat ze op grote diepte leven en zich minder gemakkelijk verplaatsen. “We hebben deze zomer ook af te rekenen gehad met blauwalgen aan de kust. Ze floreren bij warme temperaturen. Door overbemesting komen er voedingsstoffen bij, dus die voelen zich superblij. Maar ze halen zuurstof uit het water, wat tot vissterfte kan leiden. En ze produceren gifstoffen die schadelijk zijn voor de mens.  Er komen ook meer kwallen om de algen op te eten. Dat zijn kortlevende soorten die zeer explosief kunnen zijn en ook vissenlarfjes eten. Dus, sommige soorten gaan het heel goed doen. Maar misschien niet die soorten die wij willen.”

Sommige soorten gaan het heel goed doen. Maar misschien niet die soorten die wij willen

Gudrun De Boeck, professor biologie UAntwerpen

Verschraling

De laatste decennia zijn er heel wat planten- en diersoorten verdwenen door verontreiniging, landbouw, aantasting van leefgebieden en invasieve soorten. Die verschraling van de biodiversiteit zal nog verder gaan. De cijfers variëren sterk van enkele tientallen procenten tot meer dan 50 procent.

Lees verder onder het videofragment

Video player inladen ...

Ook op zee is die verschraling door overbevissing al lang bezig. Tegelijk is er ook een ander mechanisme aan het werk. Onze oceanen slaan CO2 op. Wat een goede zaak is. Anders hadden we al een veel grotere opwarming gehad. Maar het gevolg van die opslag is dat het water verzuurt. Daardoor krijgen schaaldieren het moeilijker om een schelp op te bouwen en om te groeien. “Dat is heel belangrijk want uiteindelijk liggen die schelpvormende dieren aan de basis van de voedselketen. Vissenlarfjes leven van die organismen, bijgevolg heeft de verzuring ook een effect op het visbestand”, zegt Gudrun De Boeck.

Lees verder onder het videofragment

Video player inladen ...

Maar is die verschraling erg? Is het erg dat de ene soort de andere verdringt en doet verdwijnen? “Je moet het zien als een verzekeringspolis,” zegt Ivan Nijs. “Hoe meer soorten, hoe veerkrachtiger de natuur is om allerlei schokken ten gevolge van de opwarming op te vangen. En dat is belangrijk want de natuur doet veel dingen gratis voor ons: van luchtzuivering tot bestuiving. De natuur slaat CO2 op, houdt het water bij, zuivert het water, beschermt ons tegen de zee en geeft ons recreatie. "

De natuur vangt op

Om de gevolgen van de opwarming op te vangen kan de natuur een belangrijke rol spelen.  Gudrun de Boeck haalt het voorbeeld aan van de mangrovebossen in Zuidoost-Azië die duizenden mensenlevens hebben gered bij de tsunami van 2004. Na de ramp ontstonden er verschillende projecten om mangrovebossen te herstellen. Een extra bonus is dat ze, net als koraalriffen, belangrijke broedplaatsen zijn voor vissen en schelpdieren.

Bossen, gras-en moeraslanden slaan wereldwijd 30 procent van onze CO2 uitstoot op. “Dat alleen al is een goede reden om ze zo goed mogelijk te beschermen.” voegt Ivan Janssens er aan toe.

Lees verder onder videofragment

Video player inladen ...

Jan Staes bestudeert de zogenoemde ecosysteemdiensten, de baten die we hebben van de natuur. 75 procent van de moerasgebieden in ons land zijn verdwenen. Met de lange periodes van droogte die we nog mogen verwachten kunnen we beter water stockeren dan draineren:

“De zandige ondergrond in de Kempen leent zich perfect om een gigantisch waterreservoir aan te leggen. In plaats van landbouwgrond te draineren voor de maïsteelt kan je die beter laten vernatten. Op die manier kan je een buffer opbouwen van schat ik honderden miljoenen kubieke meters water.”

Lees verder onder het videofragment

Video player inladen ...

De natuur kan ook soelaas brengen in onze steden waar er altijd hogere temperaturen zijn dan op het platteland. Soms lopen die verschillen op tot 6 graden en meer. Maar ook hier zullen weerrecords sneuvelen. Dus zijn planten, bomen, struiken en waterpartijen meer dan ooit nodig om koelte te brengen. Tegelijk houden ze ook water weg uit de riolen.

Oplossingen?

Kan de natuur ook helpen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen? Naast de klassieke recepten zoals groene energie, een koolstoftaks, minder vliegen, geven de biologen ook een aantal creatieve oplossingen. Zo kan je CO2 oogsten en stockeren of verwerken. In China gebruiken ze bamboe als bouwmateriaal, zo houd je de CO2 van de plant bij in een gebouw. Bamboe wordt er ook gebruikt als vezel om rioolbuizen te verstevigen.

Op zee kan je algen kweken. De algen nemen CO2 op en kunnen daarna verwerkt worden als verdikkingsmiddel voor verven, tandpasta en cosmetica. Je kan het groeiproces van die algen ook versnellen door de algen te bemesten met mineralen.

Als we synthetisch vlees kunnen maken, hebben we veel minder grond nodig voor veevoer. Die grond kan je gebruiken om snoeihout op te zetten. Als je dat verbrandt, de CO2 opvangt en verwerkt tot bijvoorbeeld een bouwsteen krijg je een zogenoemde negatieve uitstoot, of een vermindering van de hoeveelheid CO2.
 

Eigenlijk is het stom hé, we zitten zoveel moeite te doen om CO2 onder de grond te krijgen terwijl we tegelijk alle CO2 uit de grond aan het halen zijn

Gudrun De Boeck, professor biologie UAntwerpen

Compost produceert warmte en CO2. Maar als je groenafval dieper dan een meter in de grond dumpt dan hou je die koolstof vast voor decennia. “Dat is een negatieve emissietechnologie waarmee je vandaag zou kunnen starten,” vindt Ivan Janssens. “Je kan ook CO2 laten inwerken op silicaatgesteente, dan ontstaat er een meststof die rijk is aan mineralen als fosfor en kalium, ideaal voor ontwikkelingslanden. En je bespaart dure kunstmeststoffen die ook CO2 meebrengen. Maar dat is nog volop in onderzoek. In ieder geval, er bestaat geen wondermiddel dat alle uitstoot teniet kan doen. We zullen alle oplossingen samen nodig hebben.  Ook de kleine, en wat in de ene regio werkt, werkt daarom niet overal.”

De wetenschappers brainstormen nog wat verder. Er vallen termen als "afstandstaks", "koolstofvoetafdruk" en "common currency". Gudrun De Boeck besluit als volgt: "Eigenlijk is het stom hé, je zit zoveel moeite moeten doen om CO2 onder de grond te krijgen terwijl we tegelijkertijd alle CO2 uit de grond aan het halen zijn die daar miljoenen jaren geleden onder geraakt is”.

Morgen: exclusief gesprek met de enige Belg die meewerkte aan het rapport over 1,5° Celsius dat maandag wordt gepresenteerd, Joeri Rogelj

Meest gelezen