Geplande infrastructuurwerken worden onvoldoende gerealiseerd

De Vlaamse steden en gemeenten investeren steeds meer in infrastructuur. Toch slagen 1 op 6 steden en gemeenten er niet in de geplande werken uit te voeren.

Uit een analyse van BDO, een internationaal adviesorgaan, blijkt dat Vlaamse steden en gemeenten in 2017 gemiddeld zo’n 232 euro per inwoner in infrastructuurwerken investeerden. Dat is 20% meer dan vorig jaar, maar bedraagt slechts 43% van wat ze oorspronkelijk beloofd hadden te investeren in riolen, wegen en scholen.

De verhouding tussen de geplande investeringen en de effectief uitgevoerde investeringen geeft vandaag een vertekend beeld aan de Vlaamse burger.

Bert Gijsels (BDO)

Het aantal euro’s voor infrastructuurwerken stijgt. Toch slaagt 1 op 6 steden en gemeenten er niet in om de helft van de geplande werken waar te maken. “192 besturen van de 298 die hun definitieve jaarrekening neerlegden realiseerden minder dan 50% van de geplande investeringen. 48 van hen zelfs minder dan 20% van de geplande werkzaamheden”, stelt Bert Gijsels van BDO vast. “De verhouding tussen de geplande investeringen en de effectief uitgevoerde investeringen geeft vandaag een vertekend beeld aan de Vlaamse burger.”

Wie investeerde het meest? En wie het minst?

Voor de provincies staat Oost-Vlaanderen op kop. Zij investeerde in 2017 maar liefst 265 euro per inwoner. Onderaan staat Limburg met 203 euro per inwoner. Van alle steden en gemeenten investeerde het Antwerpse Merksplas het meest: 863 euro per inwoner. Pepingen in Vlaams-Brabant deed het dan weer het slechtst met maar 14 euro per inwoner.

Nochtans houden de Vlaamse steden en gemeenten in totaal 899 miljioen euro over om te investeren zonder schulden. Dit wil zeggen dat steden en gemeenten voldoende marge hebben om elk gemiddeld 141 euro per inwoner te investeren. Er moet dus beter nagedacht worden over hoe ze hun middelen het best gebruiken om de geplande werken uit te voeren.