Video player inladen ...

Pieter Bruegel in Wenen: miraculeus, ontroerend, de tentoonstelling van het decennium

Beweren dat Pieter Bruegel de Oude het straatbeeld van Wenen overheerst, is overdreven. Toch kan je niet naast de affiches en posters kijken. Wenen, hoofdstad van cultuur, speelt de Bruegel-tentoonstelling als troefkaart uit. En opvallend: de affiches tonen alle facetten van Bruegels werk, niet alleen de "Boerenbruiloften". De tentoonstelling van curator Manfred Sellink zet Bruegel voor eens en altijd neer als een universeel en baanbrekend kunstenaar.  

30 schilderijen, evenveel tekeningen en nog eens zoveel prenten en gravures. Verschillende nevensecties over het wetenschappelijk onderzoek ter voorbereiding van de tentoonstelling, en over de restauraties van de voorbije jaren, onder meer die van onze "Dulle Griet", tonen Bruegel voor, tijdens en na. Van Pieter Bruegel de Oude (Breda ca 1520 - Brussel 1569) zijn 45 schilderijen bekend. Mogelijk ging er een aantal verloren. Opvallend is dat hij maar gedurende een korte tijd schilderde, van zowat 1550 in Antwerpen tot 1568 in Brussel. Toch zit er in die relatief korte periode een zichtbare groei naar meesterschap over zijn metier. 

De overgang winter-lente, KHM Wenen

Vijf van de zes seizoenen

De tentoonstelling opent meteen met een voltreffer: "De 6 Seizoenen". Of beter gezegd, de vijf seizoenen, want "De Lente" is spoorloos. Bruegel vond vier jaargetijden niet genoeg. Hij hield vooral van de overgang van winter naar lente, en van zomer naar herfst.  

Het verdwenen "De Lente" inspireerde in 1999 de Britse auteur Michael Frayn voor zijn spannende thriller "Pretmakers in een berglandschap" waarin iemand in een verwaarloosd landhuis het werk denkt te hebben gevonden. Frayn haalde er een nominatie voor de Bookerprijs mee.   

De twee overgangsseizoenen sluiten mooi bij elkaar aan. De zwarte, winterse stormwolken die wegdrijven nadat ze verwoestende schade hebben aangericht,  zijn alweer in aantocht als de boeren hun koeien uit de bergweiden naar de stal brengen. 

Typisch voor Bruegel zijn de hoge horizonten. Hij heeft nu eenmaal veel plaats nodig om alles te tonen. In "Hooien" zit een knap staaltje dynamiek, het is een momentopname, een minuut later zouden de jonge meisjes met hun harken en rieken en de vrouwen die hun manden met bloemen, aardbeien, bonen en kolen naar de markt brengen, al uit beeld verdwenen zijn.

De vrouwen dragen de manden op het hoofd. Correctie: de mand IS hun hoofd. Het jonge boerenmeisje dat verleidelijk naar de toeschouwer kijkt, trekt ons het landschap in. Wat zou je er niet voor over hebben om inderdaad mee te lopen met die uitdagende jonge dames? 

Hooien, Lobkowicz Collections Praag

Vlaamse dorpen in Italiaanse bergstreken

Bruegel reisde in zijn jonge jaren naar Italië, tot helemaal in het zuiden, en was enorm onder de indruk van de landschappen. Hij schetste schriftjes vol en werkte die in Antwerpen uit. "De baai van Napels" is een prachtig voorbeeld. De schepen die hij schildert, kloppen blijkbaar perfect met de historische werkelijkheid. 

De baai van Napels, Galleria Doria Pamphilj Rome Arte Fotografica S.r.l.

Bruegel mengde Vlaamse en Italiaanse landschappen. Hij laat zijn taferelen spelen in de buurt van duidelijk Vlaamse dorpen en velden, tegen een achtergrond van bergen, rotsen en riviermondingen uit Italië. Het effect is prachtig. Volgens curator Manfred Sellink is Bruegel op de allereerste plaats een schilder van landschappen. Hij verhoogde de dramatische kracht door bucolische of tragische verhalen toe te voegen. 

De terugkeer van de kudde, KHM Wenen

Bijbelse figuren in de late Vlaamse middeleeuwen

Bruegel hield ook van anachronismen. De bekering van Saulus tot Paulus (zie afbeelding bovenaan dit artikel), een sleutelverhaal van het Nieuwe Testament, speelt overduidelijk in de Spaanse tijd. Bruegel gaat tot net aan de grens van wat mocht. De soldaten die lastpost Saulus hadden moeten arresteren zijn duidelijk herkenbaar Spanjaarden, maar de Spaanse heersers konden Bruegel niets maken want het thema is de trouwe uitwerking van een katholiek verhaal...   

Helemaal gek wordt het als Jezus op weg naar Golgotha met het kruis ten val komt in een landschap met windmolens en Vlaamse kerkjes in de verte. Die kruisdraging is het enige werk dat zonder kader wordt getoond, in een vitrinekast waardoor je ook de achterkant kan bekijken, met de vakkundig aan elkaar gehechte eiken panelen, en de zijkant, waaruit blijkt dat de plankjes 5 à 12 millimeter dik zijn. De ingekaderde werken van Bruegel hebben in de loop der tijden een paar centimeter aan formaat ingeboet, waardoor details net verdwijnen.   

De Kruisdraging, KHM Wenen

Terloopse gebeurtenissen

Een ander vrij grappig element is dat Bruegel het eigenlijke onderwerp van zijn schilderij achteloos en schijnbaar toevallig onopvallend laat gebeuren. Saulus valt ergens in het midden van het gekrioel van de menigte van zijn paard, als kijker moet je hem zoeken. De meesten van de ontelbaar vele aanwezigen hebben niets van het voorval gemerkt.  

Ook de "Prediking van Johannes de Doper" gaat aan de buitenste rijen van het publiek voorbij. Die zijn met heel andere dingen bezig, onder meer zich ontlasten achter een struik. Het doet wat denken aan de Bergrede in "The Life of Brian" van Monty Python. En gewaagde historische verwijzing: de prediking door Johannes lijkt wel erg goed op een verboden protestantse hagenpreek...   

Het waren nogal winters toen!

Bruegel is weergaloos in zijn barre winterse landschappen. Op een van de twee aanbiddingen van de drie wijzen, dat dringend aan restauratie toe is, valt de sneeuw in bijna tastbare vlokken neer. Op een ander werk keren jagers met bijzonder weinig buit en uitgemergelde honden vanop een heuvel weer naar hun dorp, dat qua perspectief en ruimtelijkheid meesterlijk in de diepte is afgebeeld. Je voelt de kou die de onfortuinlijke jagers ervaren in dit witte bevroren landschap.

Mary Evans/AISA Media

Ook "Winterlandschap met vogelval" is huiveringwekkend koud. Al amuseren de dorpsbewoners zich hier wel, enkelen spelen een voorloper van curling. 

De Torens van Babel

Copyright: John Tromp

Twee keer schildert Bruegel de Toren van Babel, in hetzelfde jaar. Ook hier ontbreken de Vlaamse elementen in de achtergrond niet. Op het kleinste werk is de toren opgetrokken uit stenen.

Op het grootste schilderij wordt de toren voor een deel uitgehouwen uit een rots, waarop een menigte metselaars verder bouwt. Hoewel we de negatieve afloop van het verhaal kennen, spreekt er iets verassend optimistisch uit de complexe scène, waar net ook de koning op "werkbezoek" komt. 

Mededogen en uitzichtloze gruwel

Voor curator Manfred Sellink was Bruegel een man met een grote liefde voor de gewone mens. Hij heeft nooit portretten van heersers of machtigen gemaakt. Uit zijn tekeningen en olieverven spreken mededogen en begrip. Dat onderscheidt hem van Jeroen Bosch. Toch zijn in Wenen twee totaal negatieve gruwelwerken te zien. 

De zelfmoord van Saul, KHM Wenen

In "De Zelfmoord van Saul", een merkwaardig klein overbevolkt paneel,  beneemt de joodse koning Saul zich in 1100 voor onze tijdrekening van het leven nadat hij vernam dat zijn drie zonen waren gesneuveld in een uitzichtloze militaire campagne tegen de Filistijnen, de Palestijnen dus, ja, die waren er toen ook al. Onnodig te zeggen dat de zelfdoding ergens opzij in de luwte gebeurt, en dat er verdraaid toch weer Vlaamse kerkjes opduiken zeker. 

Triomf van de Dood Museo Nacional del Prado

Nog uitzichtlozer is "De Triomf van de Dood", een orgie van hopeloos bloedvergieten, zinloos geweld, terreur, moorden, wurgen, verdrinken, afslachten, zonder ook maar enige kans op het hiernamaals, op redding, zonder sprankje licht of medelijden. Salvador Dali heeft zeker goed gekeken naar de uitgerekte skeletten die dood en verderf zaaien. 

Het lijkt alsof je naar een vernietigingskamp kijkt, er is geen weg uit, en dat roept vragen op, want het is erg uitzonderlijk in zijn oeuvre

Manfred Sellink

De Wildeman

Jeroen Olyslaegers werkt aan een roman die zich in de 16de eeuw afspeelt en die als hoofdpersonage een van de figuurtjes van "De Strijd tussen Carnaval en Vasten" heeft, de "Wildeman", een acteur die een rituele pantomime uitvoert, gehuld in een berenhuid, met een knots op de schouder. Met veel lawaai verjagen enkele dorpsbewoners de "Wildeman", symbool van het ongebreidelde leven in de lente. 

Bruegel maakte van een detail uit datzelfde schilderij een zelfstandig werk: "Vijf bedelaars". Het is een schrijnend tafereel. Vijf zwaar misvormde sukkelaars verdienen de kost met een kreupele krukkendans, die ze zelf begeleiden met gezang. Opvallend is dat de ongelukkige drommels parafernalia dragen van hoogwaardigheidsbekleders: een kroon, mijter, rechterskap, namaaknerts, triestige vossenstaarten. 

Hieronder ziet u details uit "De Strijd tussen Vasten en Carnaval" en "De Kruisgang van Christus". 

Video player inladen ...

Onderzoek en restauratie

Bij prestigieuze tentoonstellingen als deze hoort altijd onderzoek. Merkwaardig hier is dat het onderzoek de beslissing om een expositie te maken jaren voorafging. Dat onderzoek wordt getoond in een paar nevensecties. Die bevatten alle soorten penselen en borstels, mesjes en takjes om hier of daar te arceren, weg te krabben, reliëf te geven.

De nieuwste wetenschappelijke methodes maken zichtbaar hoe Bruegel werkte, vanaf de eerste lijnen op het paneel, via de volledige invulling, tot de allerlaatste schrapping of toevoeging van een personage dat de kijker het werk binnentrekt. Zijn tekeningen zijn dus geen voorbereidende schetsen! 

Een andere sectie toont de restauratie van "De zelfmoord van Saul". Zelfs alle wattenstaafjes om vernis weg te vegen liggen hier, de verfjes van de restaurateurs, de verschillende stadia van hergeboorte van het werk. En de resultaten zijn er ook, onder meer "De Dulle Griet".  

Didactisch ook een goed idee is het om enkele voorwerpen uit de schilderijen, schoenen, keukengereedschap en wapens te tonen. Dat gebeurt in Bruegeljaar 2019 nog in samenwerking met Bokrijk. 

Prentjes en zotjes

Bij zoveel kleurrijk schilderijengeweld zouden de tekeningen wel eens verloren kunnen gaan. Neen dus. De autonome inkttekeningen met pen en veer zijn grandioos, vaak grappig en grimmig, en knap qua compositie. 

Als Bruegel nu geleefd zou hebben, dan zou hij een van de grootste en meest geniale filmmakers van onze tijd zijn 

Manfred Sellink
bpk / Kupferstichkabinett, SMB / Jˆrg P. Anders

Mijn favoriete tekening is "Imkers", een pennevrucht die net zo goed uit de 21ste eeuw had kunnen komen. We zien enkele figuren, verpakt in beschermkledij met enorme kappen, als aliens of spookverschijningen bezig met bijenkorven. Zijn ze echt imkers? Of honigdieven? Zou kunnen, in de achtergrond klimt een vogelnestendief in een boom. Het enigmatische is ook af en toe Bruegels kracht.

Samensteller Manfred Sellink geeft ootmoedig toe dat hij ook niet alles begrijpt op bij voorbeeld "Kinderspelen", waarop 230 kinderen en een paar volwassenen 90 spelletjes demonstreren. Daar zijn enkele gemene pesterijen bij. Voor wie niet alles heeft gezien op het schilderij, travelt in de openingshal een camera op 3 reuzenschermen over uitvergrote details. Altijd merk je iets nieuws! 

Zigzag mee door Bruegels werk

Al uit de opbouw van de landschappen blijkt het psychologisch inzicht van Bruegel. Een weg of een rivier snijdt diagonaal en bochtig door het schilderij, om soms in een paar richtingen te meanderen. Als dat niet volstaat, plaatst Bruegel een figuur op de rug gezien op een strategische plek. Die sleept ons letterlijk mee. Op andere werken is er soms één iemand die de toeschouwer rechtstreeks aankijkt. 

Bruegel is veruit de beste schilder van mensen en dieren gezien op de rug

Manfred Sellink

Emotioneel en ontroerend

Normaal ben ik een nogal snelle en gretige bezoeker van tentoonstellingen maar bij Bruegel bleef ik maar liefst zes uur. Dat heeft niet alleen te maken met het overvloedige dat er op die bijna 100 werken te zien valt. Neen, deze tentoonstelling bewijst dat Bruegel echt van ons is, Vlaams, Nederlands, Belgisch, en toch Europees, universeel, tijdloos. Een kunstenaar voor de hele wereld en vele tijden, een Erasmusiaanse humanist, een ironische criticus, een wijze humorist, een slimme vernieuwer.

Dit is een emotionele, aangrijpende, pakkende tentoonstelling over een man waar we alleen maar megatrots op kunnen zijn. Het overkomt mij niet zo vaak op een expositie, maar ik was echt ontroerd. En toen ik weg ging, heb ik van de meeste schilderijen en van een paar prenten nog eens persoonlijk afscheid genomen. Tot ziens, hoop ik, dank Bruegel, dank Manfred Sellink, dank KHM Wenen.   

Tot 19 januari in het Kunsthistorisches Museum in Wenen. In elk geval: reserveren! Ook als u maar over een paar maand naar Wenen reist.  Informatie over de tentoonstelling vindt u hier, over het onderzoeksproject daar.

De al even geslaagde catalogus, met verhelderende bijdragen van Manfred Sellink en anderen, is piekfijn uitgegeven door Hannibal.  Wat een prestatie voor een Vlaamse uitgeverij!

In het filmpje hieronder ziet u de voorbereiding op de reis van de twee Bruegels uit het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Brussel naar Wenen. 

Video player inladen ...