Waarom zoveel belastinggeld voor een multinational die geen belastingen betaalt?

Trudo Dejonghe is wielerfanaat en blij dat het WK wielrennen in 2021 naar Vlaanderen komt. Maar als sporteconoom heeft hij veel vragen over het vele belastinggeld dat gaat naar een multinational die zelf geen belastingen betaalt. 

labels
Trudo Dejonghe
Trudo Dejonghe doceert onder meer sporteconomie aan de KU Leuven.

Het is zover, het UCI wees het WK wielrennen 2021 toe aan Vlaanderen waardoor de sport eindelijk nog eens thuiskomt in een regio waar de sport zijn oorsprong kende en de aanhang nog significant is.

In de persberichten niets dan euforie over het evenement en zelfs het financiële plaatje is reeds in orde want de organisatie kost 18,7 miljoen euro en de economische impact werd door de organisator op een bedrag tussen de 25 en 31,2 miljoen euro bepaald. Bovendien heb je nog de extra zogenaamde niet-bestedingseffecten zoals het gemeenschapsgevoel dat een dergelijk evenement creëert bij de bevolking en krijgt Vlaanderen door de uitzending op televisie een reclamespot in de rest van de wereld.

Dus hoera we verdienen eraan, iedereen is tevreden en voor de toekomst komen er meer toeristen.

Klopt dit plaatje?

Dergelijke persberichten worden bij het toekennen van grote sportevenementen telkens in de pers gelanceerd maar steunen op weinig realiteitszin. Het bewijs hiervan zijn de zware verliezen van het WK in Ponferrada in Spanje in 2014 waar vooraf een winst van 60 miljoen euro gesteld werd maar het uiteindelijk op een verlies van 10 miljoen euro kwam. En het Noorse Bergen in 2017 waar de stad in plaats van 20 miljoen euro plots een kost van 70,4 miljoen euro zag verschijnen, kleine misrekeningen…

De eerste bedenking is het gebruiken van een economische impactstudie. Deze meet enkel positieve getallen betreffende investeringen, tewerkstelling, bestedingen door bezoekers en organisatoren en de hieraan gekoppelde indirecte effecten want het geld dat gespendeerd wordt zal door de ontvanger ook gedeeltelijk gespendeerd worden. Deze studies worden meestal in opdracht van de organisator gemaakt en vragen een positief resultaat.

In werkelijkheid moet men een kosten-baten analyse maken met als voornaamste vraag wie ontvangt de baten en wie draagt de kosten. In sommige gevallen wordt tijdens en na het evenement een dergelijke studie opgemaakt en komt men meestal tot analoge conclusies, namelijk de overheid betaalt en de privé sector maakt winst.

 De overheid betaalt en de privé sector maakt winst.

In de Vlaamse media werd reeds gesteld dat de diverse overheden 15,9 miljoen euro vrijmaken en het resterende bedrag uit private middelen zal komen. Indien de vooropgestelde begroting niet voldoet, wat altijd het geval is, zal het vooral uitkijken zijn naar de diverse overheden want eens een sportevenement van een dergelijke uitstraling in een regio toegewezen is kan men onmogelijk stellen dat men zich terugtrekt door de bijkomende kosten.

Met andere woorden de overheid, met andere woorden, de belastingbetaler betaalt.

De winst gaat in de regio naar de lokale organisatie, de horeca en andere verwante diensten maar ook naar het UCI. Het UCI vraagt een fee van ongeveer 5 tot 6 miljoen euro en het betalen van de kosten voor accommodatie en transport van alle UCI-leden en hun gasten. De “hosting right fee” is een netto winst voor het UCI omdat het bedrag integraal overgemaakt wordt aan het hoofdkwartier in Zwitserland waar voor de zogenaamde bonden van de internationale sport fiscale uitzonderingen bestaan. 

Het UCI en andere sportbonden zitten in een monopoliepositie.

Deze regeling vindt haar oorsprong in het begin van de 20ste eeuw toen sport nog op een amateurbasis georganiseerd werd.  Maar sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw werden een groot deel van de zogenaamde Internationale Niet-gouvernementele organisaties commerciële organisaties maar veranderde de wetgeving niet omdat bepaalde sportbonden dreigden met een verhuis naar een ander fiscaal paradijs.

We kunnen dit vergelijken met de situatie van bepaalde multinationale ondernemingen. Ze produceren hun goederen in land A en exporteren ze met een beperkte winst naar een filiaal in land B waar de vennootschapsbelastingen heel laag zijn. Uit land B exporteren ze dan hun producten naar land C met grote winst waardoor de toegevoegde waarde toevallig gecreëerd wordt in het land waar geen of lage vennootschapsbelastingen toegepast worden.

Lees voort onder de foto.

Als sporteconoom verkies ik een meer eerlijke communicatie met de financiële netto winnaars en bijdragers zijn.

Deze constructies staan mondiaal onder druk omdat veel landen op deze wijze een groot deel van hun publieke inkomsten zien verdampen. In de sportwereld zien we dus een analoog principe.

Het evenement wordt in land A georganiseerd door een lokaal filiaal, de sportbond, en de hosting fee wordt gerepatrieerd naar land B, Zwitserland, waar geen belastingen moeten betaald worden.

Indien een land A niet akkoord is met een dergelijke regeling gaat de internationale sportbond de organisatie niet toewijzen aan land A en zal ze het toewijzen aan een ander land waar het wel kan.

Het UCI en andere sportbonden zitten namelijk in een monopoliepositie want zij zijn de enige aanbieder van het sportevenement en vele landen willen het organiseren. 

"Knippen en plakken"

Het gevolg is dat vele grote sportevenementen vandaag georganiseerd worden in landen zoals Rusland, China, Qatar, VAE,  omdat omdat de vraag  "Wie betaalt dit allemaal?" niet gesteld mag of zal worden.

Wat betreft het organiseren van het WK in ons land ben ik als sportliefhebber natuurlijk heel tevreden maar als sporteconoom verkies ik een meer eerlijke communicatie met de financiële netto winnaars en bijdragers zijn.

De scenario's die momenteel in de media naar buiten gebracht wordt zijn letterlijk een" knippen en plakken" uit de basiscursus sporteconomie bij het deel “misbruik van impactstudies” en ik hoop dat in de nabije toekomst men eerder zal overgaan naar het deel (maatschappelijke)kosten-batenanalyse dat een veel duidelijker beeld schept. 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.