Wat als de aarde 1,5 graad Celsius opwarmt? De gevolgen voor zee-, grond- en drinkwater op een rij

Als de aarde opwarmt met 1,5 graad Celsius, welke invloed zou dat hebben op de waterhuishouding in ons land? Naar aanleiding van het rapport van het VN-klimaatpanel dat maandag verschijnt, stelden we deze vraag aan 2 experts in waterbeheer en ecosystemen.

Wereldwijd hebben duizenden wetenschappers de mogelijke gevolgen van de opwarming van de aarde met 1,5 en 2 graden onderzocht. Hun bevindingen worden in Zuid-Korea een week lang onder de loep genomen, waarna het klimaatpanel samen met regeringsdelegaties een rapport opstelt dat moet dienen als leidraad voor klimaatbeleid.  Dat rapport wordt maandag 8 oktober gepubliceerd. 

Voor deze aflevering uit de reeks over 1,5 graad Celsius hebben we gesproken met professor Patrick Willems, expert waterbeheer van het departement Burgerlijke Bouwkunde van de KU Leuven, en professor Patrick Meire, expert aquatische ecosystemen van het departement Biologie van de Universiteit Antwerpen. De tekst hieronder is gebaseerd op het gesprek. 

Professor Willems vat de veranderingen die ons te wachten staan alvast kernachtig samen in volgend videofragment. 

Video player inladen ...

Stijging van de zeespiegel

Een van de meest gevreesde (en zichtbare) gevolgen van de klimaatopwarming is het afsmelten van de ijskappen op de polen, wat gepaard gaat met een stijging van de zeespiegel. De afgelopen 100 jaar is de zeespiegel al met 20 centimeter gestegen en naar verwachting zal daar over 100 jaar nog 20 tot 80 centimeter bijgekomen zijn. Omdat 15 procent van het landoppervlak in Vlaanderen minder dan 5 meter boven het gemiddelde zeeniveau ligt, is die stijging niet zonder gevaar voor ons land. Bovendien is onze kust de dichtst bebouwde van Europa, wat de kans op schade en slachtoffers alleen maar groter maakt.   

De afgelopen 100 jaar is de zeespiegel met 20 centimeter gestegen. Over 100 jaar zal daar tot 80 centimeter bijgekomen zijn.

Om onze kust en het binnenland tegen het stijgende zeewater te beschermen, heeft de Vlaamse regering in 2011 het Masterplan Kustveiligheid goedgekeurd. In dat plan is rekening gehouden met een zeespiegelstijging van 30 centimeter tegen 2050. De maatregelen van het plan bestaan onder meer uit het ophogen van stranden, het beschermen van duinen, het bouwen en verstevigen van stormmuren, strandhoofden en golfbrekers, en het bouwen van een stormvloedkering in Nieuwpoort. Sommige maatregelen zijn al gerealiseerd, andere zijn nog in uitvoering. Ook wordt er nagedacht over het aanleggen van kunstmatige zandeilanden (Vlaamse baaien) die voor de kust de golven moeten breken.

Hoog water in Oostende, als gevolg van een storm

Omdat het plan ook ontworpen is met het oog op een mogelijke superstorm - een storm die maar eens in de 1.000 jaar voorkomt – zou het ons in principe tot minstens 2050 moeten beschermen. Maar omdat we niet in de toekomst kunnen kijken, weten we niet waar de klimaatopwarming zal ophouden. Het plan zal dus in de loop van de jaren geëvalueerd moeten worden en eventueel bijgestuurd.

Het stijgen van de zeespiegel is lang niet alleen een probleem voor de kust, maar ook voor de Schelde.

De gevolgen van de zeespiegelstijging houden niet op aan de kust. Het water van de Schelde zal door het stijgende zeewater worden opgehouden, waardoor ook het water in de Schelde en de zijrivieren zal stijgen.

Professor Meire verwoordt de gevolgen van de stijgende zeespiegel in volgend videofragment.

Video player inladen ...

Om het risico op overstromingen in het Scheldebekken te verkleinen, is er het Sigmaplan. Het plan is er gekomen na de grote overstromingen van 1976, maar is in de loop der jaren aangepast om de mogelijke gevolgen van de klimaatopwarming op te vangen. Zo werden dijken verhoogd en natuurgebieden aangelegd waar de rivieren gecontroleerd uit hun oevers mogen treden. Het Sigmaplan is berekend op een zeespiegelstijging van 60 centimeter.       

Drogere zomers

De klimaatopwarming heeft ook gevolgen voor het weer. Zo zullen we in de toekomst vaker te maken krijgen met lange periodes van droogte. De afgelopen zomer bood wat dat betreft al een idee van wat ons te wachten staat. In de maanden juni tot en met augustus viel er in Ukkel amper 135 millimeter neerslag. Dat is maar 60 procent van wat er gemiddeld in die periode valt (225 millimeter). Volgens voorspellingen zou de hoeveelheid neerslag tegen het einde van de eeuw kunnen dalen met 60 procent, en zou het aantal dagen waarop er neerslag valt kunnen halveren.

Droge velden in Bornem in de provincie Antwerpen - zomer 2018

Droogte is nefast voor de landbouw maar ook voor de drinkwaterreserves. Vlaanderen heeft op dit moment 1.480 kubieke meter water beschikbaar per persoon per jaar. Naar internationale normen is dit zeer weinig. Nederland bijvoorbeeld heeft meer dan 5.000 kubieke meter beschikbaar. Als er weinig neerslag valt, dan worden de reserves niet aangevuld en komt de waterwinning in gevaar.   

In Vlaanderen wordt de helft van het drinkwater uit de grond gehaald. Het peil is op sommige plaatsen al 100 meter gedaald.

In Vlaanderen wordt ongeveer 50 procent van het drinkwater uit de grond gehaald, de andere helft uit rivieren. Maar als er weinig neerslag valt, dan wordt het moeilijker om landbouw, huishoudens en industrie van voldoende water te voorzien. Op sommige plaatsen in Vlaanderen is het peil van het grondwater door intensieve ontginning al met meer dan 100 meter gedaald. 

Door drogere zomers zal er minder water beschikbaar zijn. Professor Willems vertelt in het volgende videofragment hoe we dat gaan merken. 

Video player inladen ...

Verzilting

Bovendien wordt het grondwater ook zouter. Dat komt omdat de zee in droge periodes, als de rivieren weinig water bevatten, via riviermondingen het land instroomt. Het zoute zeewater dringt daar door in de bodem en zorgt zo voor een verzilting van het grondwater. Zout water is ongeschikt voor consumptie. Als de zoutwaarden hoger liggen dan 4.000 milligram per liter, dan is er gevaar voor de volksgezondheid. Liggen de waarden hoger dan 10.000 milligram per liter, dan kan het zelfs levensbedreigend zijn.

In de zomer van 2017 – ook al een droge zomer – lagen de zoutwaarden in verschillende waterlopen in West-Vlaanderen op wel 14.000 milligram per liter. De gouverneur van de provincie moest toen een oppompverbod instellen om te vermijden dat vee ervan zou drinken en zou sterven.             

Een bord in Vleterbeek in West-Vlaanderen maakt duidelijk dat er wegens droogte geen water mag worden opgepompt - zomer 2017

In het verleden zijn heel wat waterlopen rechtgetrokken, met als doel het water zo snel mogelijk naar zee af te voeren. Maar die aanpak begint zich nu te wreken, omdat het zoete rivier- en regenwater onvoldoende tijd krijgt om in de bodem te dringen.  

Vroeger zijn heel wat waterlopen rechtgetrokken om het water zo snel mogelijk af te voeren. Dat begint zich nu te wreken.

Aan de kust probeert men verzilting tegen te gaan door gezuiverd afvalwater van een zuiveringsinstallatie te laten infiltreren in de duinen. Het gaat om een experiment dat te kleinschalig is om de toekomst van ons drinkwater veilig te stellen. Om dat te doen, zullen de waterlopen zodanig beheerd moeten worden dat het waterpeil altijd voldoende hoog is en er waterreserves kunnen ontstaan. Dat kan door sluizen en stuwen slim te gebruiken.    

Intensere zomerbuien, nattere winters

In de zomer zal het minder regenen, maar als het regent, dan zullen de buien intenser zijn. Dat heeft vooral nadelige gevolgen in steden en dichtbebouwde gemeenten, waar het water moeilijk in de grond kan dringen omdat er overal asfalt en beton ligt. Op die plaatsen zullen er vaker overstromingen zijn. De rioleringen kunnen er de grote hoeveelheden water die plots uit de hemel komen, niet verwerken.    

Wateroverlast in Sint-Pieters-Leeuw, Vlaams Brabant- juni 2016

Om steden en gemeenten tegen wateroverlast te beschermen, zal er meer ruimte gemaakt moeten worden voor groen, voor plekken waar het water in de bodem kan dringen.  

De kans op wateroverlast zal ook toenemen in de winter, omdat de winters natter zullen worden. Volgens voorspellingen zou er tegen het einde van de eeuw in de winter tot 30 procent meer neerslag kunnen vallen. Wateroverlast zal zich vooral voordoen rond rivieren en kanalen, omdat die door het vele water dat ze moeten afvoeren buiten hun oevers dreigen te treden. 

Volgens voorspellingen zou er tegen het einde van de eeuw in de winter tot 30 procent meer neerslag kunnen vallen.

Toch zullen nattere winters het gebrek aan neerslag dat in de zomer valt, niet kunnen compenseren. Vlaanderen zal dus in de toekomst te maken krijgen met een droger klimaat. En een hogere zeespiegel.

Professor Meire vat de uitdaging die ons te wachten staat in het volgende videofragment mooi samen (klik op de afbeelding).

Video player inladen ...

Morgen bekijken we de gevolgen van de klimaatopwarming voor planten en dieren.