"La N-VA? Pourquoi pas?" Waarom sommige Franstaligen sympathie hebben voor N-VA

Het is duidelijk in de aanloop naar de verkiezingen: N-VA mikt op sommige plaatsen ook op de stem van Franstalige kiezers. Dat er wel degelijk Franstaligen zijn met sympathie voor N-VA, blijkt uit peilingen. Bijna 7 procent aanhangers in Brussel (peiling juni 2018), dat kunnen niet alleen Nederlandstaligen zijn. Theo Francken en Jan Jambon staan ook in de top 10 van populairste politici, zowel in Brussel als Wallonië. Wij gingen praten met enkele Franstaligen die pro N-VA zijn. Waarom steunen zij een Vlaams-nationalistische partij?

Vooreerst dit: alle gesprekken zijn er gekomen op voorwaarde van strikte anonimiteit. Als Franstalige in het openbaar getuigen over je sympathie voor N-VA is een brug te ver. "Je suis dans le commerce, madame", kregen we te horen. "Ik ben zelfstandige en wil mijn klanten niet verliezen."

We gebruiken dan ook schuilnamen voor onze geïnterviewden, afkomstig uit Ukkel, Molenbeek en Waals-Brabant. Tristan is een 68-jarige horeca-uitbater. Georges is 28 en werkt als consultant in verzekeringen. Gabriel is 60 en werkt voor een overheidsbedrijf. Xavier is 31 en consultant in communicatie. Pierre is 59 en zelfstandige in de vastgoedsector.

Rechts-conservatief bestaat niet in Franstalig België

Wat trekt deze mannen aan in N-VA? "Het is een conservatieve partij die opkomt voor onze culturele identiteit", zegt Georges, net als Bart De Wever een aanhanger van de conservatieve filosoof Edmund Burke. "Aan Franstalige kant heb je niet zo'n klassiek-rechtse partij. CDH is links en MR is liberaal-sociaal. En verder is er extreem-rechts, maar niemand neemt die mensen ernstig."

"L'avenir se fera avec la Flandre" 

"N-VA beloont diegenen die werken en is strenger voor diegenen die niet werken", zegt Gabriel.  "De toekomst zal gemaakt worden met Vlaanderen, niet met een Wallonië dat geregeerd wordt door de socialistische vakbond." Bij Tristan klinkt dat: "Ik bewonder N-VA voor wat ze realiseren in Vlaanderen. Waarom kunnen ze in Franstalig België niet hetzelfde doen? Ondernemers en zelfstandigen verdedigen."

"Pas de magouilles"

Bij Pierre klinkt nog een argument dat typisch is voor Franstalig België, geteisterd door schandalen als Publifin en Samu Social. "Ils sont exclus des magouilles politiques",  ze zitten niet in het politieke gekonkel. "Voorlopig toch", voegt hij eraan toe. "En ze willen verandering."

Verandering is ook wat Xavier wil. "Aan Franstalige kant is het overal PS of MR, al decennia lang. Er moet iets anders komen. En het sociaal-economische programma van N-VA is interessant. Ze hebben gelijk, het kan toch niet dat mensen 20 jaar "aan de dop" blijven."

Veiligheid en migratie

Het sociaal-economische programma van N-VA is dus het belangrijkste argument, maar ook veiligheid en migratie zijn belangrijk. "N-VA zegt hardop wat veel Franstaligen denken maar niet durven te zeggen", zegt Pierre. "Op een bepaald moment moet je zeggen "stop" als het over migratie gaat. En N-VA zegt stop." Gabriel zegt iets gelijkaardigs: "We kunnen niet de miserie van de hele wereld hier bij ons opvangen." Xavier spreekt van "een groot probleem voor onze welvaart dat we jarenlang zoveel mensen hebben binnengelaten."

"La communication de Francken est virulente et caricaturale" 

De communicatie van Theo Francken over dit heikele thema verdeelt, zo blijkt. De man is bij sommigen populair maar roept weerstand op bij anderen die zijn partij nochtans genegen zijn. Volgens Georges heeft het taboe dat aan Franstalige kant nog altijd hangt over N-VA meer te maken met het standpunt over migratie dan met het communautaire debat. En daarin speelt de communicatie van Theo Francken een grote rol. "Wat hij zegt is virulent en vaak karikaturaal, ik ben het er niet mee eens. En het stuit veel Franstaligen tegen de borst."

En dan het communautaire (zucht)

Georges heeft het woord laten vallen: het communautaire debat. N-VA pleit voor confederalisme, als tussenstap naar het ultieme doel, een onafhankelijk Vlaanderen. En dus het einde van België zoals we het nu kennen. Hoe kunnen Franstaligen, zo gehecht aan België, dat steunen? Niet echt, zo blijkt. Elke spreker zucht eens bij deze vraag en oppert dan: "Ça, c'est mis en veilleuse": dat thema is op waakvlam gezet. Versta: in de koelkast. 

Gabriel is de enige die helemaal achter het communautaire programma van N-VA staat. "Als iedereen zijn eigen boontjes dopt, zal het beter gaan", zegt hij.  Xavier vindt dat er aan Franstalige kant een heksenjacht is ontstaan op N-VA na Bye Bye Belgium, de "reportage" van RTBF in 2006 over de scheiding van België. "Maar je kunt N-VA niet blijven reduceren tot het communautaire en de partij dan afschilderen als de duivel", zegt hij. "Trouwens, er zijn landen waar confederalisme goed werkt."

"On a besoin d'une N-VA belgicaine" 

De meeste geïnterviewden worstelen met het communautaire vraagstuk. Ze lijken te hopen dat het definitief in de koelkast blijft. Georges maakt een bedenking die de paradox van de aantrekkingskracht van N-VA op sommige Franstaligen perfect samenvat: "On a besoin d'une N-VA belgicaine." "We hebben aan Franstalige kant nood aan een partij die het programma heeft van N-VA maar die de Belgische cultuur en identiteit verdedigt. Een belgicistische N-VA dus." 

Praten over N-VA

Omdat het communautaire erg gevoelig ligt, vragen we of onze sprekers in hun eigen sociale kring kunnen praten over hun sympathie voor N-VA. Tristan zegt dat hij er openlijk over praat met zijn vrienden. "Sommigen zijn verbaasd, anderen hebben een gelijkaardige overtuiging." Volgens Georges is het klimaat rond N-VA iets opener geworden aan Franstalige kant maar tegelijk ook heel erg gepolariseerd. "Er zijn zeker Franstalige aanhangers van N-VA, maar de tegenstanders reageren heel erg heftig." 

Xavier zegt in zijn vriendenkring vrijuit te kunnen praten, maar daarbuiten is het onderwerp min of meer taboe. "Dat komt natuurlijk doordat sommigen bij N-VA slogans hanteren als "België barst" of "Wallonië weg"." Gabriël zegt "doorgaans openlijk te kunnen praten". Hij heeft veel contact met mensen van Afrikaanse origine. "Die mensen wonen in Vlaams-Brabant of elders in Vlaanderen. Ze vinden dat er daar beter bestuurd wordt dan in Brussel. Ze zijn ook voor N-VA." 

En wat in het stemhokje?

De vraag is of Franstaligen met sympathie voor N-VA ook daadwerkelijk op de partij zouden stemmen. Voor één van onze sprekers is het een puur theoretische vraag vermits N-VA niet opkomt in Waals-Brabant. In het Brussels gewest neemt N-VA wel deel aan de lokale verkiezingen, toch in 13 van de 19 gemeenten. Georges zegt dat hij "misschien voor N-VA zou stemmen". Ook Xavier twijfelt. Pierre vraagt: "Waarom niet? Ik stem voor een partij die me een dienst kan bewijzen. En het programma van N-VA sluit aan bij wat ik wil."  

"Monsieur Jambon a quand-même nettoyé un peu Molenbeek" 

Gabriel is overtuigd. "Ik stem zeker op N-VA. Ik ben tevreden over wat Jan Jambon heeft gedaan met zijn Kanaalplan. Molenbeek is nu toch wat opgekuist. De gemeente is aan het veranderen." Ook Tristan gaat voor N-VA stemmen. "Op een bepaald moment zeg je: zij die aan de macht zijn in de gemeente, lossen de problemen niet op. En dus verander ik van partij. Vorige keer heb ik MR gestemd. Zij zijn het die ons de N-VA hebben gebracht (in de federale regering, NV). Ik heb dus MR gestemd en daardoor N-VA gekregen. Waarom dan niet MR overslaan en rechtstreeks voor N-VA stemmen?" 

Overstappen van de MR

Ook Xavier heeft wat bedenkingen bij de Franstalige partij die het dichtst aanleunt bij N-VA: MR. Hij vindt dat MR te veel in het politieke centrum staat, in plaats van rechts van dat centrum. En vooral: hij vindt MR niet volks genoeg. "MR heeft nog te veel het imago een elitaire partij te zijn, een beetje fils-à-papa. Daardoor spreekt de partij minder mensen aan dan N-VA", zegt hij. 

Het valt op: vier van onze sprekers stemden in het verleden MR, één stemde vroeger CDH. Het is dus vooral MR die kiezers zou kunnen verliezen aan N-VA. Stel je voor dat N-VA ooit afdelingen opzet in Wallonië. Het gevolg zou zijn dat N-VA haar enige partner in Franstalig België kannibaliseert. Het is helemaal niet aan de orde, N-VA-afdelingen opzetten in Wallonië, horen we bij de partij.  Maar in het Brussels gewest, waar er nu 6 lokale verkozenen zijn, is de jacht op de Franstalige kiezer wel degelijk geopend. Of die jacht succes heeft, weten we op 14 oktober.

AUDIO Beluister hier het gesprek in "De ochtend":

Wat denkt N-VA zelf?

Wat denkt de partij N-VA zelf over hun populariteit aan Franstalige kant. "De ochtend" vroeg het aan verschillende politici in Brussel. Cieltje Van Achter (N-VA, Schaarbeek): "Veel Franstaligen hebben de wens naar een Vlaamse aanpak waarbij problemen benoemd worden. Die vragen krijgen we vaak. De mensen zijn het laksisme beu en wensen een kordatere aanpak."

De agressiviteit van zes jaar geleden is vrijwel verdwenen

Johan Van den Driessche (N-VA, Brussel): "Wij richten ons tot iedereen die achter ons verhaal staat, uiteraard zitten daar Franstaligen bij. Ik merk een hele verandering: zowel spontaan (via mailbox) als op straat zie je ten opzichte van zes jaar geleden dat die agressiviteit van Franstaligen tegenover N-VA vrijwel verdwenen is, en dat er regelmatig een grote sympathie is voor onze partij. N-VA was vroeger minder bekend, maar nu op federaal niveau trekken we met Jan Jambon en Theo Francken duidelijk lijnen, en dat is ook aan Franstalige kant opgevallen. Ze beseffen dat het beeld dat ze hadden in de praktijk anders is."

Karl Vanlouwe (N-VA, Ganshoren): "Ik heb gisteren heel wat huisbezoeken gedaan. Dan stel ik vast dat heel wat Franstaligen sympathie hebben voor onze partij. Dat komt natuurlijk door ons veiligheids- en migratiebeleid van ministers Jambon en Francken. Telkens komt hetzelfde terug: afkeer voor de schandalen die er waren en een efficiënter beleid. Zes jaar geleden was er nog een bepaalde drempelvrees: wat voor een partij is N-VA? Intussen zien ze op federaal niveau dat we resultaten boeken."