Geen werk, drugs en uitzichtloosheid in de cités: "Het Genkse bestuur heeft dit zelf gecreëerd"

De jeugdwerkloosheid en kansarmoede in de Genkse cités blijven, ondanks de inspanningen van het bestuur, zeer groot. "De cités maken ons kapot", horen we in Kolderbos, één van de armste plekken in Vlaanderen. Wat loopt er mis?  

In de aanloop naar de verkiezingen van 14 oktober, trekt VRT NWS twee weken lang door Vlaanderen. We houden halt in acht centrumsteden en gaan er telkens op zoek naar het grootste pijnpunt. Wat weten we niet? Waar loopt het mis? En waar schoot het beleid te kort? Vandaag trekken we naar Genk. We debatteren er vanavond over in Iedereen Kiest met burgemeester Wim Dries (CD&V), Zuhal Demir (N-VA), Meyrame Kitir (SP.A) en Chris Janssens (Vlaams Belang).

Wie Genk zegt, denkt aan de mijnen. En wie denkt aan de mijnen, ziet cités voor zich met betonnen appartementsblokken, verlaten pleintjes en hier en daar wat hangjongeren. Het is een cliché, maar het lijkt wel te kloppen.

Wanneer we door de wijken van Zwartberg, Sledderlo en Kolderbos wandelen, voelen we een totaal ander Genk dan dat in het vernieuwde stadscentrum. Alsof deze plekken afgesneden zijn van de rest van Genk. We spreken jongeren aan op straat, die op een bankje zitten en samenkomen om te roken en te drinken. “Hier, in de cités is het leven hard. Wij komen uit gebroken gezinnen. Onze ouders hadden geen geld om ons te laten studeren en we hebben zelf veel kansen vergooid.”

De jongeren die we aanspreken zijn niet alleen. 30 procent van alle Genkse kinderen groeit op in een kansarm gezin. Dat is bijna 10 procent meer dan in 2012.

Een kind van de cités

Op het basketbalveld van Kolderbos ontmoeten we Sammy. Sammy noemt zichzelf een kind van de cités. “Hier is het leven anders. In de cités voelen jongeren zich niet goed in de maatschappij. Wij krijgen veel minder kansen. De cité, de armoede, de omgeving,… Het maakt je kapot. Wij worden in de steek gelaten.”

Sammy is nog maar 26, maar heeft al een turbulent leven achter de rug. Op een bepaald moment werd het hem te veel in de wijk. “Ik wou rust en kon die hier nergens vinden. Ik heb een winkelier overvallen, niet voor het geld, maar om naar de gevangenis te kunnen gaan. Het was een noodkreet. En zo zijn er hier zeer veel noodkreten in de cités.”

Ik heb een overval gepleegd. Niet voor het geld, maar om naar de gevangenis te kunnen gaan. Een noodkreet. En zo zijn er veel in de cités.

Video player inladen ...

Vechten tegen racisme

Wat is er dan zo zwaar aan het leven in de cités, vragen we hem. “Beeld je eens in, dat je geen ouders of familie hebt waar je een voorbeeld aan wil nemen. Geen ouders die werken, je stimuleren om te studeren, die je een spaarpotje meegeven,... Mijn ouders en grootouders zijn naar hier gekomen om in de mijnen te werken. Hun ganse leven hebben ze moeten vechten tegen racisme. Ze hebben het moeilijk gehad op school en hadden leerkrachten die raar naar hun keken. Nu is dat nog altijd zo. Wij moeten iedere dag vechten, tegen de achterstand, tegen het gelach van anderen, tegen de kansen die we nooit hebben gekregen en gegrepen. Discriminatie heeft mijn leven en dat van veel andere jongeren ontzettend moeilijk gemaakt.”

Wij moeten iedere dag vechten. Tegen de achterstand. Tegen het gelach, tegen de kansen die we nooit hebben gekregen en gegrepen. 

Video player inladen ...

Drugs

“Iedereen probeert hier te overleven, elk op zijn of haar eigen manier.” Voor Sammy was dat, net zoals voor vele anderen, door vanaf zijn zestiende drugs te gebruiken en te dealen, “Zonder de drugs had ik het niet overleefd. Wou ik dat leven? Nee, natuurlijk niet. Maar wat moest ik doen. Op straat leven zonder eten?”

Ondertussen heeft Sammy zijn leven over een andere boeg gegooid. Hij werkt (zonder zekerheid op vaste uren), hij dealt niet meer en probeert andere jongeren te inspireren. Maar het blijft aanlokkelijk om terug naar de drugs te grijpen. “Het is zeer gemakkelijk om er opnieuw in te stappen. Te gemakkelijk naar mijn goesting.”

Video player inladen ...

In Kolderbos botsen we ook op Mustafa Harraq. Mustafa groeide zelf op in een kansarm gezin en heeft zware armoede gekend. Nu is hij tewerkstellingscoach bij het ACV en oprichter van Score Your Goal, een organisatie die jongeren begeleidt in hun zoektocht naar werk. Hij ronselt de jongeren op straat en overtuigt hen om mee te stappen in zijn project. “Dat is de enige aanpak die werkt. Je denkt toch niet dat je de jeugdwerkloosheid zal oplossen door tussen 9 en 17 achter een bureau te zitten?” En die jeugdwerkloosheid is in Genk nog altijd zeer hoog: één op vier heeft geen werk.

Arme mensen op een hoop

Hoe is het zo ver kunnen komen in de cités, vragen we aan Mustafa, die zelf in de gemeenteraad zit en op 14 oktober op de CD&V-lijst van burgemeester Wim Dries staat. “Het beleid heeft deze situatie gewoon zelf gecreëerd. Kijk eens rond. Ze hebben hier allemaal arme mensen zonder job op een hoop geduwd. Hier is totaal geen sociale mix. Iedere socioloog had kunnen voorspellen dat dit slecht zou aflopen. Wanneer gaan ze hier eindelijk eens werk van maken? Als we dit zo laten zullen deze problemen er altijd blijven.”

Iedere socioloog had kunnen voorspellen dat dit slecht zou aflopen. 

En wat met de jongeren zelf? “Het beleid moet ze veel meer vastpakken. Ze zelf gaan opzoeken, ze perspectief bieden, ze coachen en prikkelen, een warme en veilige omgeving creëren,… Dat gebeurt nu echt nog veel te weinig.” Mustafa vertelt ons dat de jongeren uit de cités helemaal niet klaar zijn voor de arbeidsmarkt. “Logisch. Solliciteren, gaan werken, arbeidsdiscipline,…: ze hebben nooit gezien en geleerd hoe het moet.” En dat probeert hij hen bij te brengen. “Vaak zit het hem in kleine dingen, bijvoorbeeld altijd op tijd komen. Dat ram ik er echt in. Als ze bij mij te laat komen, moeten ze pompen, zonder pardon.”

Video player inladen ...

Meer nieuws

lees ook