Hoe iedereen elektrisch laten rijden als we nu al stroomtekorten hebben?

Denemarken overweegt om de verkoop van auto’s op fossiele brandstoffen vanaf 2030 stop te zetten. Ook andere Europese landen denken in dezelfde richting. Greenpeace vraagt zelfs om er in 2028 al volledig mee te stoppen. Is het haalbaar om zo snel te gaan? En wat kost het een land als België aan extra energiecapaciteit als het hele wagenpark elektrisch zou rijden? Het is een vraag die extra gewicht heeft gekregen in een periode met dreigende stroomtekorten. 

Econoom Stef Proost van de KU Leuven is in “De wereld vandaag” op Radio 1 sceptisch over de ambitieuze plannen. “We moeten opletten met beloftes. Er worden te veel grote beloftes gedaan in en door Europa. Als puntje bij paaltje komt, wordt er meestal weinig gerealiseerd. Ik zie Europa dus niet gaan naar een verbod van klassieke fossiele wagens tegen 2030. Als we diesel sterk ontmoedigen en benzineauto’s strenge normen laten respecteren, zijn we al een heel eind weg.”

De doorbraak van de elektrische auto staat of valt met de kostprijs. Al is hij al enkele jaren op de markt, het blijft het zwakke punt. Stef Proost: “Nog steeds kost een elektrische wagen 5 tot 10.000 euro meer. Het voordeel is dat hij geen klassieke luchtverontreiniging heeft, maar de bereidheid daar zo veel meer voor te betalen is er bij de consument niet. Je kan dus niet zeggen dat België de boot heeft gemist. Het is veel beter om te wachten tot elektrische voertuigen en de technologie goedkoper zijn.”

Koken met autobatterij

Een volledig elektrisch wagenpark vergt meer energiecapaciteit, en liefst gaat het om duurzame energie. De huidige stroomtekorten zijn geen goed nieuws. Ook hier spelen de gevreesde piekuren een rol.

Stef Proost: “De energiecapaciteit zou moeten stijgen met 20 tot 25%. Dus je hebt meer megawatt nodig. Alles hangt af van de manier waarop auto’s worden opgeladen. Dit moet op een heel slimme manier gebeuren. Je kan bijvoorbeeld het opladen van wagens concentreren op momenten dat er veel zon en wind is, weg van de piekuren. Je kan bijvoorbeeld nog een stap verder gaan en zelfs de capaciteit van een autobatterij gebruiken om te koken in een huishouden. Je kan daadwerkelijk het overschot gebruiken. Een slimme, gecoördineerde manier van opladen is dus essentieel. En daar moet je vooral nu aan denken.”

Maar ook hier ziet de Leuvense transporteconoom de sleutel van gecoördineerd en slim opladen van elektrische wagens liggen bij de kostprijs. “Het hele oplaadsysteem zal enkel werken als je meer zal moeten betalen op momenten dat stroom schaarser is.” 

"Maak eerst prioriteit van propere benzinewagens"

De snelheid en capaciteit van opladen is nog een andere belangrijke factor, stelt Proost. “Een Tesla van 80.000 euro laadt nu op à 75 kilowatt per uur. Dat is de capaciteit van 15 woningen waar bijvoorbeeld strijkijzer en kookvuur aan staan. Zo’n wagen heeft dus op één punt evenveel vermogen nodig als 15 woningen.”

“We moeten ook anders belasten”, voegt Stef Proost eraan toe. Niet alleen de portemonnee van de consument wordt bedreigd, ook die van de overheid. “Momenteel betaal je met een elektrisch voertuig geen accijnzen. Gaan we elektrisch, dan zit de overheid met een groot probleem.” Dat betekent dat de kostprijs van elektrisch rijden voor de hele gemeenschap nog vergroot.

Kortom, er is dus geduld en realisme nodig. Stef Proost: “2030 is alleen in theorie haalbaar, maar dan gaat het ons heel veel kosten. Hadden we er pakweg vijf jaar geleden alles aan gedaan, dan was het misschien gelukt. Wees gerust, de elektrische auto komt er vroeg of laat. De doorbraak zal zijn voor de periode 2030-2040. Maar maak nu maar eerst prioriteit van propere benzinewagens.”

Beluister hier het gesprek met Stef Proost in "De wereld vandaag" op Radio 1.