Waarom sommige Afrikanen apen eten

Het onderzoeksmagazine "Pano" heeft aangetoond dat apenvlees te koop is in Brussel en dat het massaal wordt ingevoerd via de luchthaven van Zaventem. Afrikanen nemen het vlees mee in hun bagage. De toenemende jacht op bushmeat veroorzaakt niet alleen een leegloop van het regenwoud, maar betekent ook een risico voor de volksgezondheid. De kans dat ebola op die manier wordt ingevoerd is klein, maar de gevolgen zijn mogelijk erg groot. Maar waarom eten Afrikanen apenvlees? En moeten we de jacht op bushmeat niet gewoon verbieden? Een analyse.

labels
Stijn Vercruysse
Expert Afrika en klimaat bij VRT NWS.

Eten alle Afrikanen in België aap?

Zeker niet. Een deel haalt er zelfs zijn neus voor op. Maar velen hebben toch al ooit een stukje gerookte aap of antilope gegeten. Het is wildvlees en het staat bekend als uiterst lekker. Net als in grote steden in Afrika wordt het in Europese hoofdsteden steeds meer beschouwd als een delicatesse. Voor sommigen is het zelfs "chic". Ze zijn dan ook bereid om er veel voor te betalen. De gemiddelde prijs van een stuk bushmeat hier is rond de 50 euro per kilo. Ter vergelijking: in Congo betaal je nog geen tiende van die prijs.

Maar voor een deel van de Afrikaanse diaspora betekent bushmeat eten pure nostalgie. Zij zijn opgegroeid in het regenwoudgebied waar bushmeat dagelijkse kost is. De geur en de smaak van het gerookte vlees roepen herinneringen op aan hun jeugd. Het doet hen denken aan thuis. Zoals een Belg in het buitenland denkt aan thuis als hij frieten ruikt of witloof-in-hesp eet.

De Congolese Belg die voor ons bushmeat kocht in Matonge, vertelde mij hoe hij in zijn geboortedorp altijd hamsterratten at. Die liepen daar namelijk massaal rond. Ze waren heel gemakkelijk te vangen. Een gratis maaltijd dus. Op speciale gelegenheden eet hij met zijn Congolese familie in België een stoofpotje van hamsterrat, op traditionele wijze klaargemaakt door zijn zus. Noem het het Congolese "konijn met pruimen".

Waarom eten ze in Afrika aap?

Een kilogram rundsvlees kost in Kisangani – een stad midden in het regenwoud – ongeveer dubbel zoveel als een kilogram aap of antilope. Veeteelt is namelijk erg moeilijk, omdat vee in het regenwoud snel ziek wordt. Rundsvlees op de markt van Kisangani heeft dus altijd honderden kilometers afgelegd en komt uit plaatsen waar ze wel aan veeteelt doen.

In de dorpen buiten de stad is dat rundsvlees zelfs niet beschikbaar. Bushmeat is hun enige bron van dierlijke eiwitten. 

In de dorpen buiten de stad is dat rundsvlees zelfs niet beschikbaar. Bushmeat is hun enige bron van dierlijke eiwitten. Velen hebben wel geiten of kippen, maar dat is hun kapitaal. Het is hun bankrekening. Ze kunnen die dieren verkopen in financiële noodsituaties, en ze geven hen melk en eieren. Je bankrekening eet je niet op. Apen, hamsterratten en antilopen wel, want die kosten in het beste geval 1 kogel.

Vele Afrikanen denken ook dat bushmeat hen meer kracht geeft. Ze hebben een punt. In vele bushmeatsoorten zitten meer proteïnen en voedingsstoffen dan in varkens-, kippen- of rundsvlees.

Wat is dan het probleem?

Het grootste probleem is dat de bossen leeglopen. Grotere zoogdieren als de bosolifant, okapi, chimpansee, gorilla en bonobo dreigen uit te sterven. Want ja, ook die dieren worden geschoten. Toen we net vertrokken waren, stuurden de medewerkers van de universiteit van Kisangani mij een foto van een gorilla, doodgeschoten door jagers. Op de markt in Kisangani kochten we een stuk chimpansee. Okapivlees wordt vaak verkocht als "buffel". 

Twee derde van alle primaten zijn uit het regenwoud verdwenen. Verschillende antilopesoorten moeten worden beschermd omdat ze anders ook met uitsterven worden bedreigd.

Jagers moeten nu dieper het bos in. In Uma, het dorp in het regenwoud waar wij ons kamp hebben opgezet, vertelden de jagers dat de wilde dieren aan de rand van het dorp leefden. Wie honger had, schoot een antilope. Nu moeten ze kilometers stappen, en wel een week in het bos blijven.

In het huidige tempo zullen steeds meer dieren uitsterven en zal het hele ecosysteem op een gegeven moment in elkaar storten. De mensen die in het regenwoud wonen, zullen daar als eersten de gevolgen van dragen. Het regenwoud kan de groeiende vraag niet meer aan. Er worden minder dieren geboren dan er geschoten worden. Er dreigt een voedselprobleem.

De reservoirs van het ebolavirus zijn onder meer apen, ratten en vleermuizen. Dieren die massaal worden gegeten.

Bovendien is er ook een probleem voor de volksgezondheid. Ebola is natuurlijk de bekendste tropische ziekte. Congo maakt nu al zijn tiende uitbraak mee. De reservoirs van het ebolavirus zijn onder meer apen, ratten en vleermuizen. Dieren die massaal worden gegeten. Elke dag sterven kinderen aan monkeypox (apenpokken), een variant op het vroegere pokkenvirus. Ze worden besmet als ze eekhoorntjes of vleermuizen vangen. Monkeypox kan worden overgedragen van mens op mens.

Velen lopen ook bacteriële infecties op door slecht bewaard vlees te eten. Er zijn geen koelkasten of diepvriezers in het regenwoud. Daarom roken ze het vlees. Maar dat gebeurt vaak niet goed genoeg. Toen we het stukje gerookte chimpansee wilden inpakken om mee te nemen naar België, kropen er maden uit. Dat wil zeggen dat vliegen eitjes hebben kunnen leggen op verse stukjes vlees.

Moeten we de jacht op bushmeat verbieden?

Dat kan niet, want voor de mensen die in het regenwoud leven, zijn er geen alternatieven. Maar de handel moet wel aan banden worden gelegd, er moeten meer alternatieven komen en de mensen moeten worden gesensibiliseerd.

Professor Guy-Crispin Gembu vertelde ons dat hij vroeger bushmeat at. Sinds hij bioloog geworden is, doet hij dat niet meer. Hij kan de gevaren voor de volksgezondheid nu beter inschatten en weet wat de handel in bushmeat betekent voor de biodiversiteit. Hij leidt wekelijks scholieren en studenten rond in de collectie opgezette dieren van de universiteit en legt hen uit wat het nut is van de pythons, eekhoorns en schubdieren die nu massaal bejaagd worden.

Erik Verheyen van het Instituut voor Natuurwetenschappen nam ons mee naar een eiland in de rivier de Congo waar een Libanese Congolees een sanctuarium voor chimpansees aan het opstarten is. Hij vangt er nu al enkele chimpanseejongen op die wees geworden zijn omdat hun ouders zijn doodgeschoten voor hun vlees. Hij laat de lokale bevolking helpen met de opvang van die chimpansees. Die zijn nu zo verknocht geraakt aan die dieren, dat zij nooit nog een chimpansee gaan eten. Binnen enkele jaren wil hij er 200 chimpansees opvangen. Dat is hoopgevend.

Nu er al veel regenwoud gekapt is rond Kisangani wordt veeteelt tóch een mogelijkheid, denkt professor Gembu. Dat zou een goed alternatief kunnen zijn. Maar in heel Kisangani (een stad van ongeveer 1 miljoen inwoners) is er geen enkele veearts of dierenapotheek. Dat moet veranderen.

De jacht op bushmeat is voor de bewoners van het regenwoud trouwens ook een financiële noodzaak. Meer en meer jagers doen het voor het geld en niet meer voor eigen consumptie. "We doen het omdat we anders geen werk hebben", vertelden de jagers ons. Ook op dat vlak moeten de Congolezen alternatieven krijgen.