4-10-1918: Geallieerde opmars in Vlaanderen valt stil

Op 4 oktober 1918 stoppen de Belgen en Britten even hun opmars in Vlaanderen. De troepen moeten tijd krijgen om te bekomen, het offensief heeft veel energie en slachtoffers gekost. En in bezet België is een nieuwe stroom vluchtelingen op gang gekomen.

In het noorden van het offensief in Vlaanderen blijft de situatie onveranderd. In het centrum zijn alle Belgische troepen afgelost door Franse divisies. Deze ondernemen een nieuwe poging richting Hooglede maar opnieuw mislukt de aanval. De Belgen realiseren nog een bescheiden terreinwinst rond De Ruitere en Zilverberg, twee gehuchten  ten zuidwesten van Roeselare.

Er blijven nog acht van de twaalf Belgische infanteriedivisies in lijn waarvan twee aan het front tussen Nieuwpoort en Diksmuide, waar niet gevochten wordt.

Duitse krijgsgevangenen observeren een vliegtuig, omgeving van het station van Passendale, 4-10-1918. Beginfoto, Britten en Belgen in het pas veroverde gebied (beide collectie Ramet KLM).

De Geallieerde opperbevelhebber, maarschalk Foch, beseft dat het zo niet verder kan en heeft een pauze ingelast. Vermoeide en uitgedunde eenheden kunnen dan afgelost worden, de artillerie kan worden bijgetrokken en de troepen in lijn kunnen worden bevoorraad.

Het veroveren van de Vlaamse Heuvelrug in minder dan twee dagen is een succes. De geboekte 18 kilometer vooruitgang is, naar de normen van deze oorlog, zeker een succes. Er zijn meer dan 6.000 Duitsers krijgsgevangen gemaakt. 250 kanonnen en 300 mitrailleurs zijn buit gemaakt.

Links, de Britse en Belgische positie op 4-10-1918 ( uit Weemaes, Van de Ijzer naar Brussel). Links, kruispunt in Moorslede met nog Duitse verkeersborden (KLM).

Maar het oorspronkelijk plan van Foch, de Vlaamse heuvelrug veroveren en onmiddellijk verder doorbreken, is niet gerealiseerd. En de prijs is zwaar. Het Belgisch leger is uitgeput en heeft zware verliezen geleden die niet kunnen worden vervangen: 1636 gesneuvelden (waarvan 186 officieren, een bijzonder hoog aandeel), 8038 gekwetsten en 3189 vermisten.

Het Veldleger verliest dus zomaar even 12.863 effectieven of bijna 10% op amper zeven dagen. Het Veldleger telt bij het begin van het offensief ongeveer 162.000 manschappen waarvan maximaal 140.000 combattanten. Dit zijn de hoogste verliescijfers van het Belgisch leger tot nu toe.

Belgische militairen bij wat nog overblijft van de velodroom in Moorslede (colectie KLM)

Franse regering waarschuwt het Duitse leger

In een scherpe officiële mededeling waarschuwt de Franse regering alle Duitse militairen dat, wie zich schuldig maakt aan vernielingen tijdens de terugtocht, na de oorlog achtervolgd en gestraft zal worden.  

Bij zijn aftocht neemt het Duitse leger alles mee wat enigszins draagbaar is en vernielt wat het moet achterlaten. Bruggen worden systematisch opgeblazen, fabrieken en mijnen vernield en overal worden landmijnen achtergelaten.   

Een leeggehaalde en opgeblazen weverij in Saint-Quentin (Albums Valois, BDIC)

Nieuwe volksverhuizing in bezet België

De gevolgen van de Geallieerde vooruitgang raken nu ook in het Belgische achterland merkbaar.

De wegen tussen Gent en Aalst zijn vol vluchtelingen uit gebieden die de Duitsers riskeren te verliezen. Het gaat met name om inwoners van Kortrijk en van de grote Noord-Franse industriesteden Rijsel, Roubaix en Tourcoing. De meesten gaan naar Brussel.

Franse vluchtelingen onderweg in België, oktober 1918 (collectie BDIC).

Niet alleen mensen vluchten. Voor het Brusselse kantoor van een grote Franse bank stonden grote, zwaar verzegelde kisten overgebracht van banken uit Rijsel. Het zou om enorme bedragen gaan.

De Duitse bezetter heeft intussen verscheidene grote scholen en internaten in Brussel opgeëist voor eigen gebruik. De leerlingen zijn naar huis gestuurd.

Franse vluchtelingen pas aangekomen in Brussel, okober of begin november 1918.

Vliegtuigen en personeel van de Duitse vliegbasis bij Gent worden overgebracht naar het vliegveld van Evere. Verscheidene bewoners van de omgeving moeten hun huis of enkele kamers afstaan aan militairen.

Naarmate het front verder opschuift, moeten steeds weer opnieuw mensen op de vlucht slaan, en dat zal zo blijven duren tot de wapenstilstand. Niemand wordt gespaard. Op de foto Anna Stas de Richelle, de vrouw van Stanislas Piers de Raveschoot, kasteelheer en burgemeester van Olsene. Op raad van de Duitsers verlaten zij op 20 oktober 1918 hun dorp en trekken naar Gent  (collectie Heemkundige Kring van Zulte).

Dit alles vergroot de chaos in de grote steden aanzienlijk. Dat vermindert de goede stemming bij de bevolking niet. De Belgen merken meer en meer dat de Duitsers in moeilijkheden geraken.

Op 11 oktober in Gent en op 18 oktober in Oudenaarde verschijnen verordeningen die verplichten om alle opgenomen vluchtelingen aan te geven ( collecties Stadsarchief Gent en Oudenaarde).e

Zware explosie doet wolkenkrabbers in New York beven

In Morgan in de Amerikaanse staat New York is een fabriek ontploft waar granaten met explosieven worden gevuld.  De eerste explosie veroorzaakte brand en nog een reeks ontploffingen op het terrein van het bedrijf.

De man midden in de krater veroorzaakt door de explosie geeft een idee van diens kracht. Naar schatting ging zo'n 6 miljoen kilo hoog-explosief materiaal de lucht in. De daaropvolgende explosies bleven drie dagen duren.

Er vielen zeker 100 doden en honderden gewonden. Het bedrijf, een van de grootste in zijn soort ter wereld, en 300 gebouwen er rond zijn volledig verwoest.  

Mensen uit de omgeving van het bedrijf die op de vlucht zijn geslagen.

De ontploffing was te voelen en horen tot op meer dan 100 kilometer. In Manhattan, meer dan 40 kilometer verder beefden wolkenkrabbers en sneuvelden enkele ruiten. De heuvels op Staten Island hebben de schokgolf gelukkig wel getemperd.