Video player inladen ...

Berlijn 1912-32: hoop, somberheid, wrange erotiek en kunst

In het begin van de vorige eeuw bestond er op veel vlakken een innige wisselwerking tussen Brussel en Berlijn. Enkele  Vlaamse kunstenaars waren min of meer bekend in het Duitse artistieke milieu. Een goed idee dus om in Brussel een tentoonstelling te wijden aan het Berlijn van 100 jaar geleden, en daar ook een pak Belgische kunstenaars bij te betrekken. 

Otto Dix, Herinneringen aan de spiegelpaleizen van Brussel, Centre Pompidou

Er sluimerde en borrelde van alles in Berlijn, een grote eeuw geleden. Een  nieuwe wereld was in aantocht, met een bevrijdende cultuur en andere verhoudingen tussen mannen en vrouwen. Maar er waren ook armoede, woningnood, de oorlog dreigde, barstte los en bleef een zwarte schaduw werpen op de gebeurtenissen. In 1912 opende in Berlijn "Galerie Der Sturm". Daar was ook werk te zien van Ensor en Wouters. De tentoonstelling over de futuristen kwam van Berlijn naar de nieuwe galerie van George Giroux in Brussel. 

De eerste Wereldoorlog verwoestte mensen en ideeën

Aan de broeierige periode van experimentele kunst, nieuwe morele normen en politieke hervormingen kwam een abrupt einde in augustus 1914. De Eerste wereldoorlog was een verschrikking op alle vlakken. De utopie werd wanhoop. Hoeveel veelbelovende kunstenaars, schrijvers en denkers er in de loopgraven zijn gebleven zullen we nooit weten, maar de oorlog heeft in elk geval een wak geslagen in de intellectuele ontwikkeling van Europa. 

Duitsland ervaarde de vrede van Versailles als een onthutsende gebeurtenis. Er volgden revoluties, radendemocratieën en de republiek van Weimar, maar evenzeer slopen totalitaire systemen de geesten en de straten binnen. De onduidelijke situatie leidde tot alle remmen los bij de enen, tot bitterheid en een diep nihilistisch pessimisme bij anderen. 

Het is paradoxaal dat tijdens de oorlog en in ballingschap de Belgische kunstenaars over de oostelijke grenzen kijken

Inga Rossi-Schrimpf, curator

Ha de wilde stad, met zijn film, jazz, kabaret, bordelen...

En in die op zijn minst boeiende tijd ontstonden een pak nieuwe media en vormen van amusement. De Duitse film was toen op wereldvlak toonaangevend. in Berlijn bloeide het vaak politieke kabaret. In mega-clubs gaf de jazz de toon aan van de eerste sexuele revolutie.   

Gustav Wunderwald, Aan Wedding bpk / Nationalgalerie, SMB, Eigentum des Landes Berlin / Jörg P. Anders

Stromingen volgden elkaar snel op: expressionisme, dada, futurisme, constructivisme, suprematisme. Berlijn was een magneet voor kunstenaars uit Centraal- en Oost-Europa. De uit zijn voegen barstende hoofdstad beleefde een roes die het zicht belemmerde op wat elders in Duitsland gebeurde. Neem dat ook maar letterlijk, het gebruik van verdovende middelen explodeerde. In 1932 kregen de grootste pessimisten gelijk. 

Nergens was zoveel mogelijk als in de jonge snel groeiende stad Berlijn; ik wil de mensen van nu meenemen op een ontdekkingstocht naar toen 

Inga Rossi-Schrimpf, curator

Caleidoscopische tentoonstelling

Inga Rossi-Schrimpf is er in geslaagd om die vele aspecten in een bijzonder gevarieerde tentoonstelling samen te brengen. Alle belangrijke media uit die tijd zijn er: goed gekozen filmfragmenten, foto's, collages, primitieve video-kunst, reclame, maquettes van vernieuwende architectuur onder meer vooruitstrevende vormen van sociale woningbouw en stadsplanning,  voorts affiches, pamfletten, tijdschriften, circus, podiumkunst, cartoons, politieke spotprenten en 70 schilderijen. 

Daarbij zijn de Duitse reuzen uit die tijd prominent aanwezig: Otto Dix, George Grosz en Max Beckmann maar ook iets mindere goden als Käthe Kollwitz, Will Baumeister, Erich Mendelsohn, Felix Nussbaum, Peter Behrens en Làszlô Moholy-Nagy. De curator betrekt er ook Paul Klee, Marc Chagall, Malevich, Kandinsky en Archipenko bij. Het gaat niet om topwerken, maar om eerlijke en gevoelige uitingen van de tijdsgeest. En vaak om artefacten die 100 jaar geleden bij ons te zien waren.  

De Belgen

De Belgische kunstenaars krijgen een hele zaal: Jozef Peeters, Victor Servranckx, Marthe Donas, Jozef Cantré, Joris Minne, Paul Joostens, Masereel en uiteraard sleutelfiguur Paul Van Ostaijen die een tijd in Berlijn woonde, al beleefde hij daar niet echt zijn beste tijd.

Van "Polleke" ligt er een vroege uitgave van "Bezette Stad", en er hangen uitvergrote tekeningen uit die bundel. De Belgische kunstenaars lagen verdraaid niet ver achterop bij hun soortgenoten uit het grote buurland. 

Beklemmend en beklijvend

Otto Nagel, Asielzoekers bpk / Nationalgalerie, SMB / Klaus Göken

"Berlijn 1912-32" begint met bordeel-impressies van Jeanne Mammen die nog duidelijk beïnvloed zijn door Henri de Toulouse-Lautrec. Het contrast met "Spiegelzalen van Brussel" van Otto Dix is enorm. Daarop zien we een roodgloeiende militair met 'n weinig aantrekkelijke nagenoeg naakte prostitué op zijn knie, in een ruimte met spiegels aan plafond en wanden en op de vloer. De verregaand perverse scène is zo vanuit alle hoeken zichtbaar. 

Onvermijdelijk heeft de expositie boodschappen voor onze tijd: de "Asielbewoners" van Otto Nagel en "Uit het gekkenhuis" van Erich Heckel verloren niets van hun prangende kracht. De eenzame pijnlijke homo-taferelen van Karl Hofer hadden net zo goed in de jaren 70 geschilderd kunnen zijn. 

Karl Hofer, Twee Vrienden Städel Museum - U. Edelmann/ARTOTHEK

Kleurrijke contrasten

Maar het begin van de 20ste eeuw is ook een vuurwerk van kleur en compositie, van neon en spots. Bruno Tauts "Dandanah", een doos met gekleurde glazen blokken, verwijst naar glas-in-lood en is een verre voorloper van Lego en andere bouwspeelgoed. 

Mies Van der Rohe en Hans Poelzig tekenden ontwerpen die het Berlaymontgebouw in Brussel aankondigden. Ook de Sovjet-invloed op allerlei huldemonumenten voor de arbeid zijn fascinerend.  

Raar maar waar

Er zijn ook wat onthutsende elementen, zeker bij de beeldhouwers. Van Arno Breker is hier nog een mooi sierlijk vrouwelijk naakt te zien. Na 1928 maakte Breker pompeuze nazi-beelden die vorm gaven aan de beeldentaal van het Derde Rijk. 

De snelle ontwikkeling van de sport inspireerde ook nogal wat beeldhouwers. We zien voetballers en boksers in uiterste inspanning en concentratie.  "De wreker" van Ernst Barlach uit 1914, een vooruitstormende figuur met een zware mantel en een zwaard, is angstaanjagend. Dat geldt ook voor "Revolte" van Frans Richter uit 1915, een woedende grijze razende mensenmassa. 

Echt kabaret

De tentoonstelling heeft een druk begeleidend programma van film, lezingen en vooral heus Berlijns kabaret. Het kabaretzaaltje is altijd open.  Meer informatie vindt u hier.  

Het is een gelukkig toeval dat er net nu in Brussel twee andere tentoonstellingen dezelfde tijd belichten. "De Groote Oorlog voorbij: 1918-1928'' in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis heeft ook veel oog voor cultuur en nieuwe dingen. En "Beyond Klimt" is de Oostenrijkse pendant in dit tijdsgewricht. Ja, er gebeurde heel wat daar en toen. Gelukkig kunnen we't hier rustig bekijken.