Hulpverleners reanimeren nog te vaak wanneer het te laat is 

Hulpverleners schatten vaak verkeerd in of het nog zinvol is om een patient te reanimeren. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek van UZ Gent. Artsen, verpleegkundigen en ambulanciers moeten meestal op zeer korte tijd beslissen of ze al dan niet reanimeren. Wanneer het hart volledig is stilgevallen, bestaan er geen vaste richtlijnen. Volgens de onderzoekers is een waardig levenseinde soms belangrijker dan een zinloze reanimatie.  

Hulpverleners schatten vaak verkeerd in hoe zinvol een reanimatiepoging is en dat kan onnodig lijden veroorzaken bij patiënten, hun familie en de hulpverleners zelf. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek van UZ Gent.

Artsen, verpleegkundigen en ambulanciers moeten meestal op zeer korte tijd beslissen of ze al dan niet reanimeren. Wanneer het hart volledig is stilgevallen, bestaan er geen vaste richtlijnen. Uit de bevraging bij meer dan 4.000 hulpverleners bleek dat 74 procent van de hulpverleners de reanimatiepoging bij patiënten zonder elektrische hartactiviteit zinvol vond. Nochtans overleeft maar 4,9% de reanimatie. Bij mensen ouder dan 80 jaar is dat zelfs maar 0,4%. "Een behandeling zoals reanimatie is een aggresieve behandeling. Daarom moet die gewettigd zijn. Als we onvoldoende rekening houden met uiteindelijke prognose, dan gaan we het respect voor de fysieke integriteit van de patiënt opofferen", reageert Patrick Druwé, onderzoeker en arts in het UZ Gent. "Daarom moet er al  in de opleiding meer aandacht gaan naar het leren maken van een juiste inschatting."