Jan Versweyveld

"Een klein leven": hoe wordt een verhaal over misbruik en zelfverminking een bestseller en uitverkocht toneelstuk ?

Afgelopen vrijdagavond beleefde deSingel in Antwerpen de Vlaamse première van het stuk "Een klein leven" van topregisseur Ivo van Hove. Het is gebaseerd op de wereldwijde bestseller "A little life" van de Amerikaanse schrijfster Hanya Yanagihara. Alle voorstellingen waren meteen uitverkocht. Terwijl het toch gaat om zware thema's als seksueel misbruik en zelfverminking, die in boek en stuk onbarmhartig gedetailleerd aan bod komen. Hoe komt het dat zoveel mensen zich door dit verhaal geraakt voelen? 

Opvallend vaak zullen lezers van “Een klein leven” je vertellen dat ze het boek een paar keer opzij hebben gelegd omdat het verhaal hen te zeer aangreep. Maar toch hebben ze de turf uitgelezen. Het verhaal heeft hen geraakt en heeft hen doen nadenken. En al lezend hadden ze de behoefte om die intense ervaring te delen via sociale media en om het boek aan vrienden aan te raden. 

Dat is best vreemd voor een verhaal waarin de ellende niet te overzien is en waarvan je al snel doorhebt dat het niet goed zal aflopen. En toch werd het boek een wereldwijde bestseller, en waren alle voorstellingen van de theaterversie meteen uitverkocht. Hoe komt dat? 

“Een klein leven” volgt de levens van een hecht vriendenkwartet, van hun twintigste tot ze de vijftig gepasseerd zijn. Ze zijn allemaal erg succesvol: Malcolm wordt een sterarchitect, JB een succesvolle kunstenaar, Willem een internationale filmster en Jude een topadvocaat. Het boek verkent de vele facetten van mannenvriendschappen en mannenliefde: steun, bewondering, competitie, jaloezie, tederheid en onvermogen. Er komen weinig prominente vrouwelijke personages in voor. 

Afgaande op de eerste zestig bladzijden denk je dat dit een verhaal gaat worden over hoe die vier veelbelovende jonge mannen in New York zich een weg gaan banen door de jungle van het postmoderne, veeleisende en snel voorbijflitsende leven. Best onderhoudend, maar je vraagt je toch af hoe dat de volgende 700 bladzijden boeiend gaat blijven. 

Maar op een nacht maakt Jude zijn flatgenoot Willem wakker. Hij bloedt overvloedig uit een wonde aan zijn arm, maar wil niet naar een ziekenhuis. Hij vraagt Willem om hem naar Andy, een bevriende jonge arts te brengen. Nadat Andy de wonde gehecht heeft neemt hij Willem apart en zegt: “Je weet toch dat hij aan zelfverminking doet?”

Auteur Hanya Yanagihara. AP

Vanaf dan kantelt het verhaal en wordt Jude het centrale personage, waar de relaties met de drie anderen om draaien. Judes herkomst en verleden waren altijd al vaag en mysterieus. Zorgvuldig gedoseerd en tergend langzaam kom je te weten welke gruwel Jude van jongs af aan en onophoudelijk is overkomen. Het wordt een verbijsterende opeenstapeling van seksueel misbruik, uitbuiting en fysiek geweld. Het wordt allemaal onbarmhartig en gedetailleerd beschreven, zonder enig effectbejag.

Yanagihara zuigt je mee in de verwoesting die deze wanstaltige machtsverhoudingen aanrichten in het brein en de emoties van Jude. Beklijvend is het angstaanjagende gevecht dat hij telkens weer met zichzelf moet aangaan om iemand te durven vertrouwen, om te geloven dat dat veilig is. Je krijgt inzicht in de verwrongen schuldgevoelens en de zelfhaat van jeugdige slachtoffers: ik zal het wel uitgelokt hebben, ik heb erin toegestemd.

En dus ga je begrijpen waarom ze zo zwijgzaam zijn over hun ervaringen, want je kenbaar maken maakt je zo kwetsbaar als een naakt pasgeboren muizenjong, zegt Jude. De smet wegschrobben lukt maar niet. Dat brengt de onthutsende aandrang om zichzelf te straffen met zich mee. Jude kan moeilijk zonder zelfverwonding: het zorgt voor loutering, en het geeft hem het gevoel controle te hebben over zijn lichaam en zijn leven. 

Jan Versweyveld

Yanagihara brengt je als lezer zover dat je dat verlangen naar zelfverminking gaat begrijpen. Meer nog: er begrip voor gaat opbrengen, en zelfs je spontane verzet ertegen kan laten varen. Maar moet je het dan ook aanvaarden? 

Moet je toestaan dat Jude alleen woont, wetende dat er een grote kans bestaat dat hij zichzelf gaat verwonden? Dus ermee instemmen, omdat hij daar uitdrukkelijk om vraagt en je bezweert hoezeer hij er nood aan heeft, hoe onmisbaar die ontsnappingsroute voor hem is? Het zijn de morele dilemma’s waar zijn vrienden en verzorgers – en de lezers - mee worstelen. 

Uiteindelijk drijft Yanagihara haar personages tot het punt waarop ze moeten aanvaarden dat ze Jude niet zullen kunnen redden. Zèlfs niet met al hun liefde, aandacht, vriendschap en toewijding. “Liefde overwint alles” is een mooie spreuk, maar in het echte, rauwe leven gaat ze niet altijd op. 

Jan Versweyveld

Zoveel uitzichtloze ellende: hoe komt het dat de lezers daar niet massaal bij afhaken? Omdat er even goed gedoseerd passages tussen staan die een prachtig tegenwicht bieden. De zorg en de empathie van al Judes vrienden zijn voor de lezer een balsem op de wonde.

Vooral het personage van Willem, met wie Jude uiteindelijk een liefdesrelatie aandurft, spreekt aan. Zijn onvoorwaardelijke trouw maakt van hem de vriend die iedereen zich zou wensen. Als het ernaar uitziet dat Jude met hem een paar harmonieuze jaren tegemoet gaat, zit je als lezer te hopen dat het goed zal blijven gaan. Omdat je Jude de veiligheid en de warmte waar hij naar hunkert zo ontzettend gunt.

Dat maakt het boek diepmenselijk voor de enen, maar dan weer té sentimenteel voor de anderen. Maar blijkbaar is de eerste groep vele malen groter dan de tweede.

Jan Versweyveld

Yanagihara maakt vakkundig gebruik van technieken uit de genres van de thriller, het sprookje en het mysterieverhaal om de lezer te doen uitkijken naar hoe het verder gaat. Recensente Brigid Delaney van de Britse krant The Guardian ziet een verklaring voor het succes van dit donkere boek in de slachtoffercultuur van hedendaagse jongeren. Anders dan de generatie-Y die opgegroeid is met het beeld dat je op eigen kracht een leven vol avontuur, succes en liefde kan bereiken, zou de huidige jonge generatie zichzelf vooral bekijken als mogelijke slachtoffers, van medestudenten, geestelijken, proffen of instellingen.

Eenvoudiger is wellicht de verklaring die regisseur Ivo van Hove – die van het boek een even succesvol toneelstuk maakte - liet optekenen in De Standaard: “Een klein leven is pure horror, maakt je woedend, opstandig, doet je stil worden, wenen, praten, blij zijn. Het zet je hele morele denken aan het wankelen. Het graaft diep in wat mensen mooi maakt, maar ook in wat hen tot monsters maakt, voor zichzelf en voor de anderen.”

Wie hierover vragen heeft kan terecht op het gratis nummer van de Zelfmoordlijn, 1813 of op www.zelfmoordlijn1813.be.