Mobiliteit in Brussel: een kluwen tussen gemeente, gewest en federale regering

Net als in de andere grote Vlaamse steden is de mobiliteit in Brussel een heet hangijzer tussen de verschillende partijen. Els Ampe (Open VLD, meerderheid) en Bart Dhondt (Groen-Ecolo, oppositie) wisselden hierover van gedachten in "De ochtend" op Radio 1.

De grootste verkeersverandering tijdens de afgelopen legislatuur was de invoering van de voetgangerszone in het centrum van de stad. Maar nog verder gaan is moeilijk, zegt Ampe, omdat we het evenwicht moeten behouden tussen het autoluw maken van de stad en de bereikbaarheid. Dat is niet haalbaar voor één gemeente apart, dat is een taak voor het gewest.

Dhondt is het daar niet mee eens. Volgens hem ontbreekt het de meerderheid aan visie over mobiliteit. Een gemeente kan wel degelijk werken aan het autoluw maken door het opstellen van een mobiliteitsplan met bijvoorbeeld verkeerslussen die doorgaand verkeer uit die wijken haalt, dan ga je direct leefbare straten creëren en kan je denken aan het aanleggen van fietsstraten. "De meerderheid kiest voor een en-en-en verhaal, maar je moet durven keuzes maken", zegt Dhondt.

Blijft het probleem van de 80.000 auto's die dagelijks Brussel binnenrijden via de Leopold II-tunnel

Blijft het probleem van de 80.000 auto's die Brussel dagelijks binnenrijden onder de basiliek van Koekelberg, zegt Ampe. Dhondt ziet een oplossing in het beter benutten van de 33 stations die Brussel telt en die nu onderbenut blijven. Voorts moet de federale regering de salariswagen afschaffen en een mobiliteitsbudget invoeren.

Een voetgangerszone én de bereikbaarheid van de stad met de auto zijn wel degelijk verzoenbaar, zegt Ampe.  "Die twee kunnen naast elkaar bestaan als er minder auto's rondrijden en daarom moet er ook een alternatief zijn dat even vlot en comfortabel is al de auto." Voor Ampe is het ook belangrijk dat leefbare straten niet ten koste gaan van de lokale handelaars.