Een melanoom van zo'n 2,5 cm op 1,5 cm. National Cancer Institute

Immunotherapie werkt beter tegen erfelijk melanoom dan gedacht

Voor patiënten met een erfelijke vorm van melanoom - een vorm van huidkanker - zijn de prognoses vaak erg somber. Het soort van immunotherapie waarvoor dit jaar de Nobelprijs voor Geneeskunde is toegekend, blijkt echter erg doeltreffend bij deze groep van patiënten. Uit een nieuwe Zweedse studie blijkt dat de resultaten veel beter zijn dan uit eerdere studies van alle melonoompatiënten, niet alleen die met de erfelijke vorm, tot nu toe was gebleken. 

Aangeboren mutaties van het CDKN2A-gen zijn de hoogste risicofactoren die we kennen voor erfelijke huidkanker. Mensen met melanoom die drager zijn van mutaties in dit gen, hebben ook een sombere prognose, zo blijkt uit eerdere studies. 

Melanoom dat uitgezaaid is, reageert slechts in beperkte mate op traditionele chemotherapie. Recent zijn er nieuwe immunologische behandelingen opgedoken waar veel melanoompatiëten goed op reageren. Die therapieën, die "immune checkpoint inhibitors" genoemd worden, behandelen kanker door afremmechanismen in het immuunsysteem te onderdrukken, een ontdekking van James P. Allison en Tasuku Honjo, waarvoor de beide dokters dit jaar de Nobelprijs voor Geneeskunde hebben gekregen. 

In een nieuwe studie hebben onderzoekers van het Zweedse Karolinska Institutet en andere instellingen onderzocht hoe effectief de immunological checkpoint therapie is voor mensen met overgeërfde CDKN2A-mutaties en uitgezaaid melanoom. De resultaten werden vergeleken met eerdere studies op grote schaal waarin melanoom-patiënten, al dan niet met de mutaties, behandeld werden met immunotherapie. 

"We zagen dat de dragers van de mutaties met uitgezaaid melanoom verrassend goed reageerden op immunotherapie", zei dokter Hildur Helgadottir in een persmededeling van het Karolinska Institutet. "Dit is goed nieuws, in het bijzonder voor deze anders kwetsbare groep patiënten."

Helgadottir werkt aan het Department of Oncology-Pathology van het Karolinska Institutet en was de leider van de nieuwe studie.

Bij bijna tweederde van de 19 patiënten met CDKN2A-mutaties die deelnamen aan de studie, was de reactie op de behandeling dat de tumoren inkrompen, of volledig verdwenen, en dit was het geval bij een derde van de patiënten. Aan de hand van eerdere studies was de verwachting dat slechts iets meer dan een derde zou reageren op de behandeling, en dat de tumoren zouden verdwijnen bij slechts één patiënt op de vijftien.   

Een 3D-voorstelling van een melanoom-cel. National Institutes of Health

Veel mutaties

De onderzoekers ontdekten ook dat melanoomtumoren met een CDKN2A-mutatie een groter aantal mutaties vertoonden dan tumoren zonder CDKN2A-mutatie. Een mogelijk verklaring voor de hoge effectiviteit van de behandeling, is volgens de onderzoekers dat de tumorcellen met de CDKN2A-mutatie, met hun vele overige mutaties zo zeer gaan verschillen van normale cellen dat het immuunsysteem ze makkelijker kan herkennen als lichaamsvreemd. 

"Onze conclusie uit de studie is dat dragers van de CDKN2A-mutatie met uitgezaaid melanoom, goede kansen hebben om te reageren op immunotherapie, wat geassocieerd kan worden met het feit dat tumoren met een CDKN2A-mutatie de neiging lijken te hebben om zelfs nog meer mutaties op elkaar te stapelen, ook al moet dit verband nog voort onderzocht worden", zei dokter Helgadottir.

De studie van het Karolinska Institutet en onderzoekers van de Zweedse Lund University en Gothenburg University, uit Leiden, Genua, Barcelona en Sydney is gepubliceerd in het Journal of Medical Genetics".