BELGA/BOGAERTS

Werelddag tegen doodstraf: hoe staan we ervoor?

Vandaag is het Werelddag tegen de doodstraf. Volgens het jaarrapport van 2017 van Amnesty International verdwijnt de doodstraf steeds meer uit het strafwetboek en voeren steeds minder landen executies ook effectief uit. Maar een aantal trends blijven verontrustend, aldus Amnesty. VRT NWS overloopt enkele feiten en cijfers. 

In 2017 registreerde Amnesty minstens 993 executies in 23 landen. Dat zijn er 4 procent minder dan in 2016, en maar liefst 39 procent minder dan in 2015. Maar dat was wel een uitzonderlijk dodelijk jaar, met het hoogste aantal executies sinds 1989. Globaal is de trend dus positief.

Amnesty trekt zich bovendien op aan de hoopvolle evolutie in de landen ten zuiden van de Sahara in Afrika, waar grote vorderingen gemaakt zijn in de strijd voor de afschaffing van de doodstraf. Guinea was vorig jaar de 20e staat in die regio die de doodstraf afschafte, en het aantal doodvonnissen in de regio is fors afgenomen. Alleen Zuid-Soedan en Somalië houden daar nu nog vast aan de doodstraf, al zouden Botswana en Soedan dit jaar, in 2018 dus, opnieuw executies hebben uitgevoerd.

Vijf landen voeren merendeel aantal executies uit

Maar in andere regio's is de evolutie minder positief. Vijf landen zijn wereldwijd verantwoordelijk voor het overgrote merendeel van alle executies. China is absolute koploper, met vermoedelijk duizenden executies per jaar. Maar exacte cijfers over China zijn er niet, want dat land houdt zijn doodstrafgegevens angstvallig geheim.

Op de tweede plaats volgt Iran, met 507 executies vorig jaar. Maar dat was wel een daling tegenover 2016, en voor sommige misdrijven, zoals drugsfeiten, trok Iran ook de grens op vooraleer een rechter de doodstraf kan uitspreken. Irak, Saudi-Arabië en Pakistan vervolledigen de top 5 van landen die de meeste executies uitvoeren.

Drugs en doodstraf

Maar Amnesty maakt zich wel zorgen over de terechtstellingen voor met name drugsmisdrijven, vooral als daar niet eens geweld aan te pas komt. Vijftien landen spraken in 2017 doodstraffen uit, of stelden mensen terecht voor drugsgerelateerde misdrijven. Dat is een schending van het internationale recht.

Landen in het Midden-Oosten, Noord-Afrika, Azië en rond de Stille Oceaan doen het wat dat betreft het slechtst. Zo werden vorig jaar in Singapore acht mensen opgehangen voor drugsmisdrijven, dubbel zoveel als het jaar voordien. En in Saudi-Arabië maakten onthoofdingen voor drugsmisdrijven maar liefst 40 procent uit van het totale aantal executies. In 2016 was dat nog maar 16 procent. Interessant in dit verband is misschien ook nog dat de Filipijnen - met de harde oorlog tegen drugs van president Duterte - niet eens in de cijfers voorkomen. Dat land schafte de doodstraf af in 2006.

Andere zorgwekkende trends

Ook andere trends blijven verontrustend. In Iran zijn zeker vijf mensen terechtgesteld voor misdaden die ze als minderjarige begaan hebben. Zeker 80 minderjarigen zaten daar nog in de dodencel. Ook mensen met een verstandelijke beperking worden in sommige landen nog altijd terechtgesteld, onder meer in Japan, Pakistan en de Verenigde Staten. Voort zijn er in een aantal landen ook executies voor "misdrijven" als overspel, godslastering of hekserij.  

Verontrustend is ook dat een aantal landen vorig jaar opnieuw de doodstraf zijn beginnen uit te voeren, nadat ze dat een tijdlang niet hadden gedaan. In Bahrein bijvoorbeeld, en Jordanië, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten. In Egypte nam het aantal doodvonnissen dan weer met 70 procent toe, in vergelijking met 2016. De wereldwijde strijd tegen de doodstraf blijft dus essentieel, besluit Amnesty.

En wat met 2018?

Op het officiële rapport van Amnesty International over 2018 is het nog wachten tot april volgend jaar. Toch zijn ook dit jaar weer verschillende gevallen van ter dood veroordeling en terechtstelling vastgesteld. In september werden 75 mensen in Egypte tot de dood veroordeeld voor hun deelname aan protesten in 2013. Ook in Irak, Japan en Pakistan zijn er mensen geëxecuteerd. In maart liet de Amerikaanse president Donald Trump dan weer weten dat hij de doodstraf opnieuw in wilde voeren voor bepaalde vormen van drugssmokkel en -handel.

Iran blijft ook dit jaar een van de koplopers omtrent de doodstraf. De VUB-professor Ahmadreza Djalali, die al sinds 2016 vastzit in Iran en in 2017 tot de dood werd veroordeeld, blijft strijden voor zijn vrijheid en wordt daarin gesteund door verschillende Europese autoriteiten en Belgische parlementen, die erop aandringen zijn doodstraf op te schorten.

Maar Iran zet ook stappen vooruit. In januari dit jaar liet het parlement weten hun drugswet te zullen versoepelen en 5.000 dossiers te herbekijken, waardoor de gevangenen mogelijks niet geëxecuteerd zullen worden.