Van wie kunnen onze steden en gemeenten nog iets leren? Deze 7 buitenlandse steden geven het goede voorbeeld

Op jijkiest.be zijn sinds de lancering in juni ruim 8.000 voorstellen ingediend. De onderwerpen van die voorstellen zijn zeer divers: van een holebi-vriendelijk zorgcentrum en betere fietsinfrastructuur tot meer groen en het in ere herstellen van de zondagsrust. De vele ideeën geven aan dat het in Vlaanderen en Brussel op sommige vlakken heel wat beter kan. Van wie zouden we iets kunnen leren om het leven hier te verbeteren? Een overzicht van 7 buitenlandse steden die het goede voorbeeld geven. 

1. Honden baas in Tel Aviv

Tel Aviv staat bij velen al bekend als de holebi-hoofdstad van de wereld. Daar mag de stad volgens Booking.com ook nog het label “meest hondvriendelijk” aan toevoegen. Niet alleen telt Tel Aviv het meeste aantal honden per inwoner (1 hond per 17 inwoners), deze zelfverklaarde hondvriendelijke badstad in Israël heeft de afgelopen jaren heel wat ingezet op het verbeteren van het welzijn van de viervoeters. Een greep uit het aanbod:

Tel Aviv. Copyright Christophe Cresens
  • Enkele stranden zijn toegankelijk voor honden en hun baasjes, zodat de dieren ook kunnen genieten van zon, zee en zand. 
  • Daarnaast zijn er ook heel wat hondenparkjes te vinden, welgeteld 70. In een stad met de oppervlakte van Tel Aviv komt dat neer op 1 park per vierkante kilometer waar honden los kunnen lopen. 
  • Honden zijn welkom op de werkvloer, in restaurants, hotels... Er is zelfs een speciale hondenwellness.
  • Ter ere van Internationale Hondendag op 28/08 vindt jaarlijks het gratis hondenfestival “Kelaviv” plaats, een samentrekking van “kelev” (Hebreeuws voor “hond”) en “Tel Aviv”. Hondenbaasjes- en liefhebbers trekken met hun geliefde viervoeter naar het festival om er hun huisdier optimaal te verwennen, met onder andere een hondenmassage of een bezoekje aan de hondenbakker. Ook kunnen de dieren deelnemen aan de "Olympische Spelen voor stadshonden" en een schoonheidswedstrijd.  
  • De stad heeft daarnaast een app ontwikkeld, genaamd Digi-Dog, waarin alle behoeften van honden(baasjes) gedigitaliseerd zijn. Hondeneigenaars kunnen lid worden van Digi-Dog, en krijgen zo toegang tot allerlei nuttige informatie en aanbiedingen, zoals wanneer hun hond gevaccineerd moet worden, of richtingaanwijzingen naar het dichtstbijzijnde hondenpark.

2. Rolstoelvriendelijk Lyon

De Franse stad Lyon won in 2018 de European Acces City Award. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt door de Europese Commissie en het European Disability Forum aan een stad die zich extra inzet voor mensen met een beperking. Er wordt daarbij specifiek gelet op de inspanningen die de stad levert om fundamentele aspecten van het stadsleven toegankelijk te maken voor mensen met een beperking. Lyon kreeg dit jaar de prijs omdat ze “toegankelijkheid een centraal element hebben gemaakt bij het uitwerken van de plannen voor stadsontwikkeling”.

Concreet gaat het om de volgende zaken.

  • Het openbaar vervoer in Lyon is 100% toegankelijk voor mensen met een beperking.
  • In de bibliotheken werd geïnvesteerd in allerlei digitale hulpstukken voor mensen met een beperking, waaronder leesmachines, audioboeklezers en vergrotingsschermen.
  • Mensen met een beperking vormen 7,8% van het ambtenarenbestand in Lyon. Dit integratiecijfer is opvallend hoog in vergelijking met Vlaanderen. Het Vlaamse streefcijfer ligt op 3% tegen 2020. In 2017 vormden mensen met een beperking slechts 1,4% van het Vlaamse ambtenarenbestand.

3. Duurzaamheid troef in Nijmegen

De Nederlandse stad Nijmegen kreeg dit jaar de European Green Capital Award, een prijs die door de Europese Commissie wordt toegekend aan steden die zich actief inzetten op vergroening en duurzaamheid. Een jaar lang mag de stad zich dus dé duurzame hoofdstad van Europa noemen. Eerder al gingen steden als Kopenhagen en Ljubljana Nijmegen voor.

De prijs in de wacht slepen is niet zo eenvoudig. Elke deelnemende stad wordt door een panel van experten beoordeeld op 12 aspecten rond duurzaamheid en vergroening, waaronder “natuur en biodiversiteit” en “afvalproductie- en management”.

Nijmegen werd bekroond met de prijs in 2018 omdat de stad actief de stakeholders betrekt bij haar doelstellingen. Zo wil Nijmegen tegen 2045 energieneutraal zijn. Om deze doelen te bereiken, worden de inwoners, lokale ondernemers en instituten nauw betrokken. De stad heeft bijvoorbeeld een participatiekaart ontwikkeld, waarop alle lopende burgerprojecten worden weergegeven.

Daarnaast werd ook ingezet op het uitbreiden van groene ruimte in het stadscentrum en het cultiveren van biodiversiteit. Opvallend, Gent was dit jaar een van de genomineerden voor de European Green Capital Award, maar greep naast de prijs.

4. Fietshoofdstad Kopenhagen

Kopenhagen is in 2017 voor de tweede keer uitgeroepen tot de meest fietsvriendelijke stad ter wereld. Dat blijkt uit de Bicycle Friendly Cities Index 2017. Deze index wordt om de twee jaar opgesteld door het designbureau Copenhagenize Design Co. Zij zijn gespecialiseerd in stadsplanning op maat van fietsers. Copenhagenize wil fietsen in de stad zoveel mogelijk promoten, omdat het volgens hen dé manier is om voor een vlottere verkeersdoorstroming te zorgen. Onze noorderburen voeren de rest van de top 3 aan in de Index, met Utrecht op 2 en Amsterdam op 3.

Kopenhagen wordt beschouwd als dé koploper in de wereld wat betreft fietsbeleid en fietsinfrastructuur. Burgemeester Frank Jensen gelooft dat alles begint met veiligheid. “Als je een fietsvriendelijke stad wil maken, moet je investeren in infrastructuur om de stad veilig te maken voor fietsers.” De stad heeft de afgelopen jaren dan ook enorm geïnvesteerd in:

  • Brede fietspaden (tussen de 2 en 3 meter)
  • 16 gloednieuwe fiets- en voetgangersbruggen
  • Inpandige fietsenstallingen

Uit het percentage fietsers in Kopenhagen blijkt dat de investeringen, die opliepen tot ruim 134 miljoen euro, hebben effect gehad. Volgens burgemeester Jensen gebruikt tegenwoordig 62% van de stadsbevolking de fiets voor dagdagelijks transport, en slechts 9% de auto.

Het blijft niet bij structurele uitbreidingen in Kopenhagen. Fietsers die gemiddeld 20 km/u rijden, worden daarvoor beloond door het stadsbestuur met een groene golf. Voor fietsers is ook heel wat ruimte vrijgemaakt in bussen, trams en metro’s. Daar zijn vaak aparte wagons voorzien om de fiets gratis mee te nemen.

Opvallend in Kopenhagen is de bestaande segregatie tussen fietser en automobilist. De fietsinfrastructuur is op zo'n manier ingepland, dat fietsers fysiek gescheiden worden van de autowegen. Zo worden de verkeersstromen van elkaar gescheiden: fietsers en auto’s hebben elk hun eigen zone om zich in te bewegen. Het spreekt voor zich dat dit een positieve invloed heeft op het aantal verkeersongelukken.

5. Propere lucht in Oslo

CurieuzeNeuzen maakte eind september de resultaten publiek van hun burgeronderzoek naar de Vlaamse luchtkwaliteit. Deze luchtkwaliteit werd onderzocht door de hoeveelheid NO2 (stikstofdioxide) te meten in de lucht, een belangrijke indicator van luchtvervuiling door verkeer. Vooral de steden bleken vaak probleempunten te zijn, plaatsen waar het vele verkeer leidde tot soms "zwarte" zones met zware luchtvervuiling.

Dat oplossen kan onder meer door het verkeer uit de stad te weren, maar daar kan niet iedereen zich in vinden. Nochtans bewijzen deze steden dat de auto weren uit de stad ter wille van de luchtkwaliteit wel degelijk kan:

  • In Oslo geldt er vanaf 2019 een permanente autoban in het stadscentrum. Dit is 6 jaar voordat de autoban in heel Noorwegen van kracht zou gaan. Om transport toch mogelijk te maken, zal de Noorse hoofdstad stevig investeren in openbaar transport en 35 mijl aan wegen vervangen door fietspaden, en parkeerplaatsen wegnemen ten voordele van fietsers. 
  • In Madrid zullen auto’s verboden worden in het stadscentrum tegen 2020. De 24 meest drukke straten worden herontworpen in functie van wandelaars in plaats van auto’s. De ingreep is onderdeel van het plan om autogebruik te reduceren van 39% naar 23%. De parkeerprijzen worden ook gekoppeld aan de vervuilingsgraad van de auto. Vanaf november zijn auto’s van niet-inwoners sowieso al niet meer welkom. 
  • In Parijs mogen al sinds juli 2016 geen auto’s van voor 1997 rijden in het stadscentrum tijdens weekdagen, om vervuiling tegen te gaan. Parijs wil ook het aantal fietspaden verdubbelen en een aantal straten specifiek vrijhouden voor elektrische wagens tegen 2020. Sinds afgelopen zondag is er ook een maandelijkse autoloze zondag, omdat dit tot een opmerkelijke verbetering van de luchtkwaliteit leidt.
AFP or licensors

Auto's weren uit de stad kan ook op een andere manier, door bijvoorbeeld een kabelbaan aan te leggen die mensen van de stadsrand naar het centrum brengt. Het idee kwam eerder dit jaar al eens naar boven op de Gentse gemeenteraad: een kabelbaan boven de stad om de mobiliteitsproblemen (zoals files) op te lossen. In onder meer het Zweedse Göteborg wordt al een dergelijk project uitgevoerd. De Zweedse kabelbaan zou in 2021 af moeten zijn, wanneer Zweden haar 400e verjaardag viert. Het kostenplaatje wordt geschat op ruim 100 miljoen euro.

6. Jongerenburgemeester in Amsterdam

Londen had er al een, in Amsterdam komt er weldra een, en Open VLD wil er ook een in Antwerpen: een jongerenburgemeester. Dat jongeren meer inspraak willen en gehoord willen worden door politici, blijkt ook uit een aantal voorstellen op "Jij Kiest". In een aantal steden wordt dus al gehoor gegeven aan deze vraag, in de vorm van een jongerenburgemeester.
 
De Amsterdamse jongerenburgemeester moet een jongere zijn tussen de 16 en 27 jaar die de jeugd in de stad vertegenwoordigt. Hij of zij praat met de beleidsmakers over wat er leeft onder de jongeren, en probeert zo de jeugd een stem te geven. Daarnaast mag de jongerenburgemeester van Amsterdam bijvoorbeeld ook de burgemeester vergezellen naar evenementen en lintjes knippen. Hij of zij moet verbaal sterk staan en over een goede uitstraling beschikken.
 

7. Zwemmen in Zürich

In Zürich kan je tijdens de warme zomerdagen terecht in de zogenaamde "badis". Dat zijn in feite natuurlijke, openbare plaatsen waar je kan zwemmen in rivieren, meren of openluchtzwembaden. Zürich heeft in totaal 18 "badis" in en rond de stad. Zo is er onder andere de "Flussbad Oberer Letten" en "Horn Richterswil", waar je in respectievelijk de rivier Limmat en het meer van Zürich kunt zwemmen en zonnebaden. Kristalhelder water in een natuurlijke omgeving, het klinkt niet slecht.

Ook in Berlijn wordt er werk gemaakt van zwemmogelijkheden in de stad. Sinds 2004 kunnen inwoners terecht op het Badeschiff, gelegen in de rivier de Spree.

Badeschiff in Berlijn

Zwemmen in de Spree zelf kan nog niet, maar dat zou in de nabije toekomst mogelijk moeten zijn, aldus Flussbad, een non-profitorganisatie die zich inzet voor het zuiveren van het water in de Spree. Met hun "Flussbad Project" willen ze enkele zijkanalen van de Spree omtoveren tot natuurlijke zwemplaatsen voor de inwoners.  Daarnaast kunnen de Berlijnse inwoners ook terecht in een van de vele meren in de buurt, zoals de Wannsee, Weissersee en Müggelsee. 

Zonnekloppers aan de Berlijnse Wannsee