Wie schrijft die blijft: het dagelijks leven van de parkeerwachter

U heeft wellicht ook wel eens parkeerbon onder uw ruitenwisser uit getrokken. Zuchtend, vloekend. Of misschien bent u zelfs al in discussie gegaan met een parkeerwachter: "Voor die vijf minuutjes!". Maar is de parkeerwachter echt de vijand? Ons reportagemagazine "Pano" wilde wel eens in zijn schoenen staan en ging undercover.

Boos kijken naar de parkeerwachter die de zoveelste auto aan het fotograferen is: ik heb mij er zelf meermaals schuldig aan gemaakt. “Mensenkloter,” dacht ik toen. “Haalt die daar voldoening uit? Hoeveel percent per uitgeschreven parkeerbon krijgt die eigenlijk, de poenpakker?” Tot afgelopen zomer. 'Pano' wou weten hoe het leven is als parkeerwachter en dus trok ik in juli en augustus zelf een uniform aan. Gewapend met handcomputer, printer en verborgen camera trok ik de straat op. 

Harnas

Tijdens de sollicitatie vindt mijn baas het belangrijk dat ik over een goede conditie beschik: "Je legt makkelijk 15 à 20 kilometer per dag af.”  Maar de mentale conditie blijkt even belangrijk. “Met verbale agressie krijgt iedereen te maken. Gelukkig komt fysieke agressie amper voor, “ sust hij.

Philippe werd bewusteloos achtergelaten met een beenbreuk, gebroken ribben en allerlei kneuzingen.

Mijn eerste kennismaking met andere parkeerwachters voorspelt anders weinig goeds. Philippe is een echte ancien. Al zeven jaar bonnen schrijven. Maar hij is net een half jaar terug uit ziekteverlof: in elkaar geklopt door twee kerels die 'niet blij’ waren met de parkeerbon achter de ruitenwisser. Philippe werd bewusteloos achtergelaten met een beenbreuk, gebroken ribben en allerlei kneuzingen. Toch kiest hij weer voor zijn job. Maar nu heeft hij zijn voorzorgen genomen: hij draagt onder zijn fleece permanent een harnas. Zelfs bij 33°C. 

Vervolgens krijg ik een spoedcursus parkeerreglement: een PowerPoint-cursus die er op twee uur wordt doorgejaagd. De verschillende betaalmethodes, de verschillende tarieven, voor elke zone anders, kaarten van de stad, …  Onmogelijk in een keer te onthouden. Ik voel lichte paniek. Moet ik zo de straat op?

Het bon-kanon

De volgende dag: het echte werk. Ik mag meelopen met een ervaren rot die me de kneepjes van het vak toont. Of zoals een voorbijfietsende passant het verwoordt tegen zijn zoon: “Kijk jongen, de ene klootzak leidt de andere op.” 

De man met wie ik meeloop wordt door de baas “het bon-kanon” genoemd. Het streefminimum ligt op zo’n 60 retributies per dag, maar het bon-kanon schrijft er makkelijk 120.  Enkel oog voor nummerplaten, parkeertickets en zijn mobiele printer. Hij helpt me vooral technische zaken onder de knie krijgen. Welke gegevens vermeld ik op de handcomputer? Wat moet er zeker allemaal op de foto? Hoe vervang ik het lege boeterolletje uit mijn printer?

Een parkeerwachter moet slaan en zalven, tegelijk.

Als iemand aankomt bij zijn wagen terwijl je aan het schrijven bent, dan kan je nog annuleren. Eenmaal de controlefoto is vertrokken, zijn de data verstuurd, de parkeerbon komt uit de printer. The point of no return.  Het bon-kanon: “Annuleer wanneer het kan. De tijd voor discussie steek je beter in schrijven." Een parkeerwachter moet slaan en zalven, tegelijk.

Wat ik ook nog leer: niet meteen schrijven wanneer het parkeerticket verlopen is. Je geeft de bestuurder zes minuten: de tijd die nodig is om naar de automaat te gaan en een nieuw ticketje te leggen. Bij zeven minuten is het verdict echter onverbiddelijk. 

Walk of shame

Nu het schrijven me in de vingers zit, is het tijd voor het echte werk. Ik besef hoeveel lastiger het is zonder compagnon aan mijn zijde. Je aanwezigheid in het straatbeeld gaat nooit onopgemerkt voorbij: ik voel me een soort attractie. Een schril contrast met het plezier op straat: een jong koppel aan het shoppen, vrienden op een terrasje, een gezinnetje dat een ijsje likt op een bankje. Leuke tafereeltjes, maar ik krijg geen glimlach. Terwijl ik een voertuig opschrijf, zie ik vanuit mijn ooghoeken wandelaars stoppen om gewoon te gapen naar mij. Met hun handen in de zij. Afkeurende blik. Zeker wanneer ik dat bonnetje onder de  ruitenwisser schuif. 

Het geroddel, het gestaar, de reacties: ik vind ze erg vermoeiend en ik word er behoorlijk prikkelbaar door.

De gepaste houding vinden, lukt me niet. Die is er gewoon niet. Met de glimlach? Dan lijkt het of ik er plezier aan beleef. Als ik serieus kijk, dan is het clichébeeld van de verzuurde, gefrustreerde parkeerwachter bevestigd.  Dus als ik drie auto’s in korte tijd opschrijf, zucht ik eens of haal ik gelaten mijn schouders op. Zodat de omstaanders zien dat ik het ook anders had gewild. Het geroddel, het gestaar, de reacties: ik vind ze erg vermoeiend en ik word er behoorlijk prikkelbaar door. Maar ik moet ermee leren leven. Het is nu eenmaal niet fijn wat ik anderen aandoe en het is part of the job.

Druk druk druk

Ik ben nu al enkele weken bezig.  Op sommige momenten van de dag, wanneer er weinig volk op straat is of wanneer ik in een rustige zone schrijf, is het zowaar écht leuk werk om te doen. In de buitenlucht. Het voelt aan als een lange wandeling. Het is bijna een soort game dat ik speel: zoek de parkeerovertreder. De handelingen voelen na enkele dagen aan als routine: de gegevens intikken zonder er bij stil te staan. Volledig op automatische piloot.

Maar drukke dagen of drukke zones hebben iets beklemmends. Je wil niet betrapt worden door eigenaars. Ik heb geen zin om me constant te verantwoorden, te discussiëren of me te verontschuldigen. Daarom wil ik snel werken: bonnetje achter de ruitenwisser en wegwezen. Niet achteromkijken en vaak een zijstraat inslaan om niet aangeklampt te worden. Een beetje als opgejaagd wild dat verstoppertje speelt.  

Ik heb geen zin om me constant te verantwoorden, te discussiëren of me te verontschuldigen.

Ook het streefcijfer van 60 bonnen per dag wordt stelselmatig hoger gelegd. Plots is 80, 90 of op sommige dagen zelfs 100 het doel. “We moeten deze maand 15.000 parkeerbonnen schrijven.”  Laat het voor eens en altijd duidelijk zijn: een parkeerwachter krijgt geen procentje per retributie. Die krijgt een maandelijks loon en dat is geen vetpot. Als ik het bereken is mijn dagloon met 3 parkeerbonnen betaald. 

Competitie

Ook opvallend: de competitiedrang tussen parkeerwachters onderling. Op rustige dagen durft de ene parkeerwachter al eens in iemand anders zijn zone te lopen om toch maar een deftig aantal bonnen te halen.

Vooral de vaste werkkrachten leggen graag goede cijfers voor. “Wie schrijft die blijft” is dan ook het credo. De statistieken worden allemaal bijgehouden en “den bureau“ houdt de werkkrachten goed in de gaten. De bazen vergelijken de parkeerwachters met elkaar. Ze kunnen zien waar en wanneer je schrijft. Wanneer er te lange pauzes vallen, denken ze al dat je ergens op café zit. 

Dubbele moraal

Na twee maanden is mijn parkeeravontuur voorbij. Opluchting! Ik zal het niet missen. Maar het was ook niet allemaal kommer en kwel. Mijn collega’s waren geen verzuurde mensen die voor hun plezier parkeerbonnen schrijven. Dat is nu eenmaal hun job. Hardwerkende correcte lui.

Ik was niet altijd straatvijand nummer een. Mijn aanwezigheid werd toegejuicht door bewoners en handelaars. Als niemand erop toeziet dat automobilisten de parkeertijden respecteren, zou er geen rotatie zijn, met alle gevolgen van dien. De parkeerwachter heeft trouwens ook een sociale functie: mensen met vragen over het parkeerreglement kunnen altijd bij je terecht. 

Slechte signalisatie, kapotte automaten, problemen bij het sms-parkeren: ze spelen allemaal in de kaart ban het parkeerbedrijf.

Maar het commerciële aspect roept toch wel vragen op bij mij. Een parkeerbedrijf haalt zijn winst voor een groot deel uit de parkeerbonnen. Als iedereen zou betalen en op tijd vertrekken, zouden er amper inkomsten zijn. Dus slechte signalisatie, kapotte automaten, problemen bij het sms parkeren spelen allemaal in de kaart van het parkeerbedrijf. Een gezonde situatie is dat allerminst. 

VIDEO: bekijk hieronder de integrale reportage van "Pano"

Video player inladen ...